Lawaai maakt ratten gevoeliger voor chemicaliën

Ratten die aan lawaai worden blootgesteld worden tevens gevoeliger voor het in de industrie veel gebruikte neurotoxine 1,3 dinitrobenzeen (DNB), dat hersenbeschadigingen kan veroorzaken. Dat berichten Engelse neurotoxicologen in het blad Neuro Toxicology (13: 379-388). Daarmee is voor het eerst een wetenschappelijk verband gelegd tussen lawaai en toegenomen gevoeligheid voor chemicaliën.

Blootstelling aan DNB leidde bij de ratten tot hersenlesies, en de ernst daarvan bleek lineair toe te nemen met de hoeveelheid lawaai waaraan de dieren werden blootgesteld.

Recent is de wisselwerking tussen neurotoxinen enomgevingsfactoren in de belangstelling komen te staan. Onderzoek onder arbeiders in een Braziliaanse drukkerij wees uit dat deze mensen, die tegelijkertijd blootstonden aan industrieel lawaai en aan de invloed van giftige oplosmiddelen zoals tolueen, veel meer lawaaidoofheid en evenwichtsstoornissen ontwikkelden dan met elk van beide factoren afzonderlijk te verklaren viel: blijkbaar versterken beide effecten elkaar.

Onduidelijk was echter in hoeverre hierbij werkelijk sprake was van hersenbeschadiging. Daarnaar wordt onderzoek gedaan bij de Afdeling Toxicologie van de Medical Research Unit Laboratories in Surrey. Aangetoond is, dat bepaalde hersengebieden die van nature sterk geprikkeld worden, bijzonder gevoelig zijn voor beschadiging door neurotoxinen. Volgens onderzoeksleider dr. David Ray verooraken geluidsprikkels een grote mate van hersenactiviteit en daardoor zouden zij de hersenen gevoeliger maken voor chemische beschadiging.

Ratten zijn geschikte proefdieren om hiernaar nader onderzoek te doen omdat zij zeer gevoelig zijn voor geluiden, hun leefomgeving wordt vooral door geluiden bepaald. In het Engelse onderzoek werden ratten in het buikvlies ingespoten met DNB, een stof die op grote schaal wordt gebruikt in de verf- en explosievenindustrie. Na de injectie werden de ratten in hun kooi via luidsprekers twee uur lang blootgesteld aan continue, "witte' geluiden met een frequentiebereik van 1000 tot 15.000 Herz, hetgeen overeenkwam met een geluidssterkte van 88 tot 103 decibel afhankelijk van de positie van de kooi van de rat ten opzichte van de luidspreker. Stond de luidspreker niet aan, dan bedroeg het achtergrondsgeluid 67 decibel (d.w.z. geroezemoes door zacht praten, air conditioning etc.).

DNB was voor dit onderzoek een zeer geschikt neurotoxine omdat de hersenstam-lesies die deze stof bij ratten veroorzaakt perfect symmetrisch zijn. Bij een deel van de proefratten werd aan één oor het trommelvlies doorboord. Het oor werd hierdoor niet geheel doof, maar de gehoordrempel nam scherp toe, van gefluisterd naar geschreeuwd geluid. Zachte geluiden drongen dan niet meer door en leidden dan ook niet meer tot hersenschade, waar dat bij het gezonde oor wèl het geval was.

Het verband tussen geluidsniveau en opgelopen schade bleek perfect lineair. De door DNB veroorzaakte hersenlesies bleken kleiner naarmate het lawaai zachter was. Werd het geluidsniveau daarna alsnog opgevoerd, dan nam ook de hersenbeschadiging evenredig toe.

Geconcludeerd wordt dat een vrij zacht geluid in combinatie met een chemische blootstelling die net beneden de veiligheidsnorm ligt, in de praktijk tot gezondheidsschade kan leiden doordat beide factoren elkaar versterken. Als dat zo is zouden de normen moeten worden aangescherpt. Dit opent nieuwe gezichtspunten voor de arbeidstoxicologie. Aangezien de meeste mensen in een min of meer rumoerige omgeving werken zou onderzocht moeten worden of ze beter tegen chemicaliën beschermd zijn als ze betere oorbeschermers dragen. Ray gaat nu onderzoeken voor welke chemicaliën dit opgaat.

Overigens kunnen niet alleen geluiden, maar ook andere omgevingsfactoren de neurotoxische werking van chemicaliën versterken. Terwijl bij ratten, dieren waarvan de omgeving door geluiden wordt gedomineerd, hersenbeschadiging optreedt door teveel lawaai, blijkt uit proeven bij katten - die sterk visueel zijn ingesteld - juist eerder gezichtsbeschadiging te kunnen optreden in combinatie met neurotoxinen. Volgens Ray zou de implicatie van zijn onderzoek kunnen zijn dat iedere activiteit die een groot beslag legt op de energiebehoefte van de hersenen, kan bijdragen aan extra gevoeligheid voor neurotoxinen. Ook zeer hard nadenken kan riskant zijn.