Kinderfilosofie is 'mentale XTC'

Kunnen kinderen filosoferen? Afgelopen schooljaar gingen op twee scholen in Heemstede proefprojecten "filosoferen op de basisschool' van start. De leraren hebben het er moeilijker mee dan de kinderen.

Filosoferen op de basisschool. Uitgave: Instituut voor Leerplan Ontwikkeling SLO, Enschede. ƒ 45,-

"Blauw kun je best vastpakken.'

""Natuurlijk niet! Dingen kun je vastpakken, kleuren niet.''

""Ik pak toch blauw vast, kijk dan!''

""Welnee, je pakt je blouse vast.''

Het is een dialoog die werd opgetekend op een van de twee basisscholen in Heemstede die meededen aan het proefproject voor kinderfilosofie. De laatste jaren staat dat vak, al eerder ontwikkeld in de Verenigde Staten, sterk in de belangstelling. Aan de Universiteit van Amsterdam is sinds 1989 een Centrum voor Kinderfilosofie gevestigd, om de experimenten met kinderfilosofie op de basisschool meer diepgang en continuïteit te geven.

Filosoferen op de basisschool lijkt een ambitieuze onderneming, gelet op het ontbreken van een wettelijke grondslag en het feit dat de scholen niet om een extra vak verlegen zitten. Wat is de zin van filosofie voor de maatjes 26 tot 36? ""Het behandelen van moeilijke vragen - waarom gaan wij dood? kunnen dieren denken? - is natuurlijk niet nieuw in het basisonderwijs'', zegt filosoof Berrie Heesen, lid van de projectgroep en auteur van het lesmateriaal. ""Nieuw is het scheppen van gerichte mogelijkheden om filosofische vragen binnen het bestaande onderwijsaanbod te bespreken. Het accent wordt gelegd op onderzoek en dialoog, er wordt ruimte gecreëerd voor vragen die normaliter blijven liggen.''

Heesen noemt filosoferen ""mentale XTC'', een ervaring die de school voor kinderen boeiender en avontuurlijker maakt. ""Net zo goed als we moeten leren zindelijk te worden, moeten we leren praten over problemen. Uiteindelijk draagt filosoferen zo bij aan een generatie die adequater is toegerust op haar maatschappelijke taak.'' Volgens Peter Jansen, leraar aan de bij het project betrokken Prinses Beatrix-school in Heemstede, reageerden de kinderen ""met verbazingwekkende gretigheid'' op het vak. ""Het is een openbaring voor ze geweest, soms hadden ze aan één lesuur onvoldoende om hun ei kwijt te raken'', meent hij.

Wat waren de resultaten van het project? Conclusie van het experiment, dat volgend jaar navolging krijgt op een zestal scholen, is dat ""de mogelijkheden van het filosoferen op de basisschool vooral in de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling'' moeten worden gezocht. Met andere woorden: met filosoferen kun je niet vroeg genoeg beginnen.

Uit het driehonderd pagina's tellende "bronnenboek', dat de gebundelde projectverslagen en het lesmateriaal omvat, blijkt dat filosofie als vak gemakkelijk aansluiting vond bij het reguliere onderwijsprogramma. Zo werd het thema "tijd en ruimte' geïntegreerd in de rekenlessen, wat de oplettendheid in de klas ten goede bleek te komen. Na het voorlezen van een filosofisch verhaal, aldus het projectverslag, ""kwam het gesprek enthousiast op gang''. Na terugkeer naar de reguliere les volgde ""na vijf minuten klokkijken, gesteun, gekreun..'' Andere filosofische onderwerpen (zintuiglijk bedrog; toeval; gewoontes; gedachten; computers en cultuur) vonden moeiteloos onderdak bij de vakken godsdienst, taal, sociale vorming en wereldoriëntatie.

Het experiment wees uit dat problemen met filosofie in de eerste jaargroepen eerder te maken hadden met de organisatie dan met de verstandelijke ontwikkeling van de kinderen. Bij het argumenteren bleken kinderen van vijf jaar al dezelfde strategieën te gebruiken als volwassenen, zoals het formuleren van principes en generalisaties, het zich baseren op autoriteit en het zien van causale verbanden. Struikelblok voor een eventuele grootschalige invoering van filosofie in het basisonderwijs bleek eerder de traditionale opleiding van het lerarenkorps. ""Het kan zijn dat ik het niet goed doe''; ""Ik weet niet precies wat van mij verwacht mag worden''; ""Je ontdekt wat moeilijk is: loskomen uit je juffie-zijn'', aldus enkele leraren in de projectverslagen.

Berrie Heesen: ""Onderwijskrachten blijken met name in het begin hooggespannen verwachtingen te hebben, niet in de laatste plaats ten aanzien van hun eigen inbreng. Een van de leraren vertelde achteraf dat hij thuis had gezegd: vanavond krijgen jullie een ander mens thuis, ik ga filosoferen! Hij kwam van een koude kermis thuis. Diepte in een gesprek brengen wordt door een aantal leraren als problematisch ervaren, men ontdekt de complexe vaardigheid die daarvoor nodig is.'' Heesen verzekert echter dat het lesmateriaal op grond van zulke ervaringen zodanig is aangepast dat de leraar kan ""mee kan groeien'' in het klassegesprek.