Karl Schmidt-Rotluff - ooit "Entartete Künstler' - toont zich in Düsseldorf imposant schilder; Pure kleuren bepalen de vormen naar de natuur

Tentoonstelling: Karl Schmidt-Rottluff, der Maler. Städtische Kunsthalle, Grabbeplatz 4, Düsseldorf. Tot 6 dec., di-vr 10-18u, za en zo 10-19u. Catalogus 48 DM. Van 10 januari tot 27 maart 1993 is de tentoonstelling te zien in de Städtische Sammlungen in Chemnitz, van 15 april tot 18 juli in het Brücke-Museum in Berlijn.

Eén van de opvallendste schilderijen op de overzichtstentoonstelling van Karl Schmidt-Rottluff is Stokrozen in de nevel. Hij schilderde het in 1961 op 77-jarige leeftijd. Drie forse bloemstengels met rozerode bloemen en geelgroene knoppen staan rechtop middenin in de compositie. De rest van het schilderij is grijs, met aan de bovenkant links en rechts okergele gedeelten en aan de onderkant hoekpartijen in hel oranje. Een lelijke, tegendraadse kleurencombinatie, en toch werkt het: het is een zinderend doek, fel en expressief geschilderd met trefzekere penseelstreken. In het grijs zijn vaag twee boerderijen te onderscheiden, maar de herkenbaarheid van de motieven is secundair. De kleur bepaalt de vorm, waarmee het schilderij zich aan de tweedeling abstract/figuratief onttrekt. Het is "naturbildhaft', een vrije verbeelding naar de natuur.

De doeken uit de periode vanaf 1940 zijn in de Düsseldorfse Kunsthalle bijeengehangen in de grote bovenzaal. Het zijn er ongeveer veertig, waarvan slechts twee (De kleine kamer en Zelfportret) uit de oorlogstijd. Schmidt-Rottluff (1886-1976) heeft tijdens de oorlog nauwelijks geschilderd. Hem was als "Entartete Künstler' een beroepsverbod opgelegd (een lot dat overigens niet alle "Entartete Künstler' ten deel viel), zodat hij moeilijk aan schildersmaterialen kon komen. Bovendien was hij ziek en uitgeput, vooral na de verwoesting van zijn Berlijnse appartement in 1943 en onder de voortdurende dreiging van bombardementen op zijn geboorteplaats Chemnitz (het voormalige Karl Marxstadt) waar hij met zijn vrouw Emy vanaf 1943 verbleef. Honderden schilderijen van zijn hand zijn tijdens de oorlog vernietigd en zoekgeraakt.

Vanuit de bovenzaal kijkt de bezoeker over de balustrade de benedenzaal in. Hier hangt werk uit de jaren '20 en '30 - een wereld van verschil. In vergelijking met de latere schilderijen, die levendig zijn, warm, uitbundig en toch beheerst doen deze vroegere schilderijen grauw en gekunsteld aan, terwijl ze toch een beroemde fase vertegenwoordigen in de ontwikkeling van de avantgardist en voorman van Die Brücke (1907-1913). In het kubistisch beïnvloede Zelfportret met sigaar of in het Picasso-achtige Na het bad' (1926) is de schilder op zoek naar een nieuwe vormtaal. Hij wil vooral volumes weergeven op het platte vlak, zonder gebruik te maken van het traditionele perspectief. Deze werken staan daarmee, in retrospect, al te duidelijk in het teken van het experiment met de vorm. Alleen sommige stillevens onttrekken zich hieraan (Romeins stilleven, Keukenvenster, IJsbloemen op het raam, Rondom de lamp), en hebben het vrije en vanzelfsprekende van de latere schilderijen. Dit heeft ongetwijfeld te maken met het onderwerp. Op deze expositie blijkt dat Schmidt-Rottluff in de eerste plaats een schilder was van stillevens en landschappen. Romeins stilleven (1930), Keukenvenster (1932), IJsbloemen op het raam (1934), Rondom de lamp (1935) zijn, net als het werk uit de jaren vijftig en zestig, volledig vanuit de kleur gedacht. Zelfs de sterk contrasterende contouren nemen deel aan dit kleurenspel, het is alsof ze slechts zijdelings iets te maken hebben met het voorwerp waarvan ze de omgrenzing zijn.

Het is voor het eerst dat het late werk op grote schaal wordt getoond. In totaal zijn in Düsseldorf ruim 100 schilderijen te zien, afkomstig uit het Brücke-Museum en de Karl und Emy Schmidt-Rottluff Stichting in Berlijn, de Städtische Kunstsammlungen in Chemnitz, en tal van privéverzamelingen in Europa en Amerika. Vele vroege schilderijen - Portret van Rosa Schapire (1911), Meisje aan haar toilet (1912), Portret van de kunsthistoricus Wilhelm Niemeyer (1921) - zijn zeer bekend en dwingen nog steeds bewondering af. Toch heb ik de indruk dat Schmidt-Rottluff pas na de Tweede Wereldoorlog volledig tot ontplooiing is gekomen. Hij maakte in die late periode schilderijen die in feite expressionistischer zijn dan zijn officiële expressionistische schilderijen uit de eerste decennia van deze eeuw.

Toen Schmidt-Rottluff zijn Stokrozen in de nevel schilderde had de kunstwereld er weinig aandacht voor. Evenmin voor prachtige doeken als Opkomst van de maan (1956), Koperen ketel (1950), Geel palet (1953), De maan staat links (1962), Duinlandschap (1963). Hij was nu eenmaal bijgezet in de annalen van de kunst als een vooroorlogse expressionist. Daarmee had hij zijn bijdrage geleverd, en die bijdrage betrof vooral de Brückeperiode en kort daarna. In die hoedanigheid werd hij ook uitgezonden naar de Biënnale in Venetië. En in 1955 kocht het Museum of Modern Art een schilderij aan uit 1912 (De Farizeeër). Maar de aandacht ging in de hedendaagse kunst uit naar de abstracte, meer internationaal georiënteerde schilderkunst van bijvoorbeeld de Ecole de Paris, en naar het abstract expressionisme.

Misschien is nu de tijd rijp voor een herwaardering van het late werk van Schmidt-Rottluff. Zijn grote verdienst is het dat hij met pure kleur schilderde zonder de greep op de vorm te verliezen. De stoel (1948), Kerk in het Prato (1954) en Groene vrouw (1956) zijn hiervan andere imposante voorbeelden. Ze behoren ongetwijfeld tot de hoogtepunten in de naoorlogs Europese schilderkunst.

    • Janneke Wesseling