Het Zwarte Circuit

Het was kennelijk weer tijd voor een rituele dans. De laatste dag van oktober publiceerde het Zaterdags Bijvoegsel een fraai geïllustreerd verhaal over zwartwerken.

Het beschreef enkele gevallen van zwartwerkers die met schrijnende minachting voor de overheid en voor de keuringsarts van het GAK zwart klussen. Afgelopen maandag reageerde de Amsterdamse hoogleraar Heertje op het door hem als "onthullend' betitelde artikel. Hij is zeer verontrust door de toenemende onwaarachtigheid van de samenleving die zijns inziens het opvoeden van kinderen tot humane en integere burgers tot een bijna onmogelijke opgave maakt. De opkomst van de ook zwart calculerende burger staat aan de basis van alle narigheid. Maar voor de econoom Heertje vormen de overheidsjuristen en hun werk ook een deel van het probleem. Ze laten zich steeds aftroeven door de inventiviteit van de zwartwerkers. Bovendien meent de hoogleraar dat maatregelen tegen zwartwerken berusten "op de arrogantie dat het handhaven van de regel vanzelf wordt afgedwongen door sancties'. Intussen biedt de rechtsgang grote fraudeurs de kans de dans te ontspringen. Heertje wil door een "economische analyse van het recht' inzicht krijgen "omtrent de optimaliteit van normen en regels'. Waar dat concreet toe moet leiden, maakt Heertje niet duidelijk, maar in elk geval tot een sturing van het maatschappelijk verkeer in de richting van beoogd gedrag. Is dit de weg uit de duisternis?

Het zwarte circuit zit de overheid al langer dwars dan vandaag. Sinds het fiasco van de maatschappijhervormende plannen van de econoom Den Uyl zijn de wetgevingsjuristen doordrongen geraakt van hun onmacht om met nieuwe verboden en geboden het gedrag van burgers een andere richting te geven. Dat louterende besef van machteloosheid ontbreekt bij een remedie die Heertje tegen zwart onderhoudswerk aandraagt: het opnieuw aftrekbaar stellen van de onderhoudskosten van het eigen huis.

De ervaring heeft geleerd dat zo'n aftrekpost het zwarte circuit nauwelijks beïnvloedt terwijl de aftrekmogelijkheid veel huizenbezitters wel tot frauduleus gedrag inspireert. Anders dan Heertje vertoont de fiscale wetgever tegenwoordig de neiging zich terughoudend op te stellen. Niet te veel regels maken en de bestaande regelgeving aanpassen aan de maatschappelijke realiteit. Steeds hogere bedragen aan bijverdiensten worden vrijgesteld; over geringe rente-inkomsten hoeft men geen belasting meer te betalen en binnenkort is de opbrengst van kamerverhuur ook onbelast. Al heel wat klussers lopen inmiddels ten onrechte met een slecht geweten rond: de wetgever heeft zich al aangepast bij de maatschappelijke werkelijkheid.

De samenleving maakt zich, terecht of niet, nauwelijks zorgen over het zwarte circuit. Daarmee ontbreekt de basis voor draconisch overheidsingrijpen of voor een aantasting van de rechtswaarborgen voor belastingbetalers en verdachten. Als de overheid tijd en geld te verdelen heeft, komt dat eerder terecht bij de bestrijding van de kleine criminaliteit, nu men zich daar wel grote zorgen om maakt.

Overigens ontbreekt het bij de zwart-geldbestrijding niet aan nieuwe initiatieven. Vorige week meldde de fiscus het succes van een proef waarbij belastingambtenaren vijftig Leidse café's en restaurants bezochten. Per onderneming troffen ze drie zwartwerkers aan. Enkele dagen later stond de helft van hen "wit' op de loonlijst. Binnenkort zullen door het hele land belastingambtenaren achter hun bureau vandaan komen en zich storten op wat de belastingdienst noemt "waarneming ter plaatse'. In verschillende typen bedrijven wordt gekeken naar wie er werken, hoe groot de voorraad is en hoeveel klanten er binnen zijn.

Verder is afgelopen maandag een landelijke actie gestart om na te gaan of de toeleveranciers van horecagelegenheden en kledingbedrijven nauwgezet factureren. Zo wil de fiscus een vinger krijgen in de keten zwarte levering/zwarte omzet/zwart personeel. Heeft de fiscus beet, dan moet naast een boete ook de te weinig betaalde belasting over de afgelopen vijf jaar worden bijbetaald. Allemaal maatregelen die het zwarte circuit aanpakken zonder invoering van nieuwe regels of initiatieven tot maatschappelijke sturing.

Toch kan de overheid de strijd tegen zwartwerken niet helemaal winnen. Hoe verfoeilijk het verschijnsel ook is, de maatschappelijke prijs voor ingrijpen wordt op een bepaald moment te hoog. Natuurlijk blijft het zinnig af en toe in een rituele dans het verschijnsel aan de kaak te stellen. Maar laat de wetgevingsjuristen rustig in hun bescheiden rol blijven. Voor de ambtenaren in het veld is er altijd nog werk te doen. Voor het overige moeten we al dan niet tandenknarsend accepteren dat de calculerende burger straffeloos de weg van zijn zwarte berekeningen volgt.

    • Aertjan Grotenhuis