Het land van de hennep

NEDERWIET is van oudsher de vertederende term voor in Nederland geteelde marihuana.

Tegenwoordig gaat het om meer dan die paar taboedoorbrekende hennepplantjes in potten op een stadsbalkon in de jaren zestig die het woordbeeld hebben getekend. "Eigen gebruik' is voor de Centrale recherche-informatiedienst (CRI) alle teelt tot vijftig planten. Van vijftig tot vijfhonderd planten spreekt men van "sociaal gebruik en kleinhandel' en pas boven de vijfhonderd over professionele produktie. Volgens de agrarische vakpers is de hennepplant vorig jaar doorgedrongen tot de zesde plaats onder de tuinbouwprodukten, ex aequo met de tomaat.

Een belangrijk deel van de geschatte produktie van 25.000 kilo gaat evenals de tomaat naar het buitenland. Nederland zelf is een van de weinige landen in Europa, waar de drugsproblematiek zich heeft gestabiliseerd, zeker wat de softdrugs betreft. Nederwiet is daarin een schakel. Maar de CRI is bang voor de Nederlandse naam in het buitenland. De teelt van eigen bodem wordt ook steeds sterker van effect en het grote geld baart zorg. Betrokkenheid van de georganiseerde misdaad is overigens nog niet gebleken. Toch pleitte de CRI in een recent rapport voor een streng vergunningenbeleid. Alleen bij “aantoonbare agrarische doeleinden” zou hennepteelt nog toegelaten mogen zijn.

DE CRUX ZIT HEM in een spitsvondigheid van de Nederlandse wetgeving. Als softdrug is cannabis verboden, maar de kweek is toegestaan voor de winning van zaad en vezels terwijl het gewas ook mag worden gebruikt als windkering in de land- en tuinbouw. Dit maakt de bewijspositie van de justitie tegenover telers van hennep als illegaal genotsmiddel vrij lastig. Vandaar de roep om het vergunningenstelsel, dat in feite neerkwam op een verbod van iedere hennepteelt voor meer recreatieve doeleinden.

Dit is een typisch voorbeeld van het kind met het badwater weggooien. Het departement van WVC, waar men nu bezig is met het ontwerpen van een vergunningenstelsel, gaat er dan ook van uit dat eigen teelt toegestaan moet blijven. Verdergaande vergunningen zouden moeten worden gebonden aan onder meer eisen over de aanduiding van de sterkte van produkten (het thc-gehalte) en de bescherming van minderjarigen. Voor dat laatste bestaat een precedent in de gedoogregels van het Openbaar Ministerie ten aanzien van illegale koffieshops.

Het is geen onaantrekkelijke formule, maar deze tot wet te verheffen loopt pas goed de kans door het buitenland te worden opgevat als een provocatie. De ontluikende internationale waardering voor het Nederlandse drugsbeleid zou daar wel eens niet tegen opgewassen kunnen zijn. De werking van de huidige agrarische exceptie valt terug te voeren tot jurisprudentie van de Hoge Raad en het valt in het buitenland nog wel uit te leggen dat de regering daar respect voor dient te hebben. Zelf openlijk vergunningen uitgeven doet iedere mogelijkheid van "plausible denial' teniet, ten koste van waardevolle Nederlandse speelruimte.

Misschien moeten we het toch nog maar even houden bij de juridische spitsvondigheden. En geheel met lege handen staat de CRI ook weer niet: bij 37 kassen werd vorig jaar voor een geschatte groothandelswaarde van 44 miljoen gulden aan nederwiet in beslag genomen.