Het beest in de beschaving

Vroeger was de panterprint heel ordinair. Maar de bruinzwarte stof kwam terug en blijkt nu overal en door iedereen gedragen te kunnen worden. Is de mens nog wel uitgerust met smaak?

Het kan niemand die wel eens door de stad loopt ontgaan zijn dat er iets aan de hand is. De natuur rukt op. Aan menige vrouw zit plotseling een vleugje savanne, een zwuifje gevaar op snelle poten, een suggestie van iets ongetemds en katachtigs: de panterprint. Je ziet hem als sjaaltje, als biesje langs schoenen, wollig zacht in giletvorm of bijzonder wildebeestachtig op kousen. Deftige dames slaan de manchetten van hun leren handschoenen om en wat zien we daar? Het beest in de beschaving. De vrouwen die er toch al nooit vies van waren en die dus niet eerst hoeven te wennen, kunnen nu te kust en te keur gaan, elke accessoirewinkel verkoopt riemen, handschoenen, mutsen, knopen, sjaaltjes, haarbanden met panterprint. De marktkooplui weten van gekkigheid niet meer waar ze een panterprint op kunnen drukken: tassen, schoenen, kussens, ondergoed, oorbellen, dekens - het wachten is op de eerste theekopjes met panterprint, voor een opzwepende theepartij.

De panterprint is volledig uit zijn natuurlijke omgeving losgebroken. Vroeger hoorde ze bij ordinair, bij geblondeerd op te hoge hakken, bij reclames voor exotische kopjes koffie, nu is ze volkomen toonbaar. Alweer bijna te: zes opwindend gevlekte dames op een feestje is wat veel. Juist degenen die vroeger nog niet dood gezien wilden worden met zoiets wilds hebben er nu geweldig plezier in. Er is niet zo veel dapperheid voor nodig om wat eens ordinair was nu "juist leuk' te vinden, in de wetenschap dat het hier hoogst actuele mode betreft.

Hoe kan het gebeuren dat we dat wat bijna iedereen vijf jaar geleden, zelfs twee jaar, misschien zelfs nog maar één jaar geleden, volstrekt ondraagbaar vond, nu allemaal prachtig vinden? Als straks wit leer met franje in de mode komt, gaan we dat dan ook allemaal dragen? Is de mens wel uitgerust met smaak?

Dat is twijfelachtig.

Drie jaar geleden herinnerde ik me dat ik zes jaar eerder veel bruin droeg. Bruin! Bruin was een kleur die helemaal niet meer bestond. En goddank, wat hadden we toch allemaal ooit in bruin gezien? Nog geen half jaar later maakten de eerste bruine truien en jassen hun comeback en nu hangt in mijn kast alweer een bruin vest. Ik vind het prachtig en ben blij dat bruin "terug' is. Precies zo is het bij voorbeeld met fluweel gegaan. Vijftien jaar geleden droeg iedereen (ook jongens) die netjes voor de dag wilde komen een fluwelen broek. Dat fluweel ontpopte zich begin jaren tachtig als een bijzonder achterlijk stofje en verdween lange tijd uit het zicht. Een bruin fluwelen jasje zou vijf jaar geleden het summum van lelijkheid hebben betekend. Nu is die gedachte niet meer schrikaanjagend, integendeel. Een mooi bruin fluwelen jasje: ja!

Met de panterprint weet ik het niet. Anders dan sommige vriendinnen die er nooit voor terugschrokken, durfde ik hem niet alleen niet aan, ik wilde ook niet. De meeste mannen kregen een verlangende blik in de ogen bij het woord "pantertruitje' maar dat was beslist geen reden om zoiets aan te doen want mannen hebben zoals bekend een volstrekt verkeerd gekleed ideaal. Echt mooi vond ik het nooit. Maar op handschoenen is het wel leuk. En bij een zwarte jas staat zo'n zachte pantersjaal prachtig. En die kousen - oef, zou ik ook wel willen. Zelfs blijkt het oog binnen de kortste keren de verkeerde van de juiste panterprints te kunnen onderscheiden. Een oranjige zweem erin is verkeerd. Erg glimmend panter (op een laktas bij voorbeeld): heel fout. Een beetje wollig is goed, maar een dikke vacht: nee. Geen zilverige of grijze elementen. Geen reusachtige vlekken. Zo heb ik mij in verbazend korte tijd van panterhater tot panterspecialist weten om te scholen.

Het is dus eigenlijk wel heerlijk dat de mens geen smaak heeft. Nu valt er te denken over de aanschaf van een paar onweerstaanbare panterpumps.