Een kunstenaar en een verrader

Ik ga naar Tahiti. Regie: Gerrard Verhage. Met: Hans Dagelet, Peter Tuinman, Els Ingeborg Smits, Ids van de Krieke. In: Amsterdam, Rialto.

Een niet puur feitelijke, middellange speelfilm over de laatste dagen uit het leven van de Groningse drukker en kunstenaar Hendrik Nicolaas Werkman (1882-1945), dat lijkt een heel interessant project. Ondanks de volledige financiering uit omroepfondsen, mag Ik ga naar Tahiti het even in de filmhuizen proberen, maar op een groot scherm valt de door Gerrard Verhage, die in 1985 veelbelovend als speelfilmmaker debuteerde met Afzien, niet mee.

De belangrijkste reden voor die teleurstelling is waarschijnlijk de frictie tussen allegorie en realisme, een typisch Hollands probleem. Scenarist Ger Beukenkamp schreef de film als een dialoog (met zijsprongen) tussen Werkman (Hans Dagelet) en de SD-er Schaap (Peter Tuinman), die de kunstenaar-drukker vlak voor de bevrijding arresteerde en later fusilleerde. Ondanks zijn belangrijke bijdrage aan het illegale kunsttijdschrift de blauwe schuit, was Werkman geen echte verzetsman. Zo weigerde hij persoonsbewijzen te vervalsen en voelde hij niets voor avontuurlijke acties. De suggestie in Ik ga naar Tahiti is dat het vooral de moderniteit en het non-conformisme van Werkman waren die Schaaps woede wekten.

Het scenario stelt twee culturen tegenover elkaar: die van de botte kaaskop, die zijn revolver trekt als hij het woord cultuur hoort, en de nuchtere romantiek van de kunstenaar. Schaap wordt getypeerd door de flauwe jodenmoppen, die hij debiteert, terwijl Werkman bij het betreden van zijn atelier een droomwereld binnenstapt, die hij met dank aan Gauguin "Tahiti' noemt. Af en toe maakt hij een dansje, speelt klarinet en roemt de schoonheid van ontaarde kunstvormen, terwijl Verhage zijn gedachtenwereld verluchtigt met fragmenten uit Chaplin-films en uit de volledig door zwarte acteurs vertolkte speelfilm Green Pastures.

Die structuur is net zo doorzichtig en schematisch als het Groningse accent dat de acteurs hebben ingestudeerd en dat soms zelfs ondertiteld wordt. Werkman zou een meer genuanceerde en minder droogkomische, te laconiek uitgevallen benadering verdiend hebben. Ik ga naar Tahiti is een moedige poging om zowel een kunstenaarsportret als een episode uit de Tweede Wereldoorlog eens onconventioneel aan te pakken. Dat probeersel blijkt echter eenvoudiger bedacht dan uitgevoerd.

    • Hans Beerekamp