Dwangpreventie is bij polio niet nodig

Vaccinatie tegen pokken was in Nederland verplicht in de eerste helft van de vorige eeuw. De vaccinatieplicht verdween toen de ideeën over preventieve geneeskunde vorm kregen. Daarin zijn zelfbeschikkingsrecht over het eigen lichaam en vrijwilligheid belangrijke principes.

Nu er een polio-epidemie onder streng-gereformeerd Nederland heerst, is de discussie over een verplichte poliovaccinatie weer losgebarsten. Ditmaal zegt de regering zelfs wettelijke dwang te willen overwegen. De voorstanders missen echter inzicht in de werking van de preventieve gezondheidszorg. Economische en juridische argumenten mogen, toegepast op polio, aardig klinken, als ze ook op andere preventieve maatregelen worden losgelaten blijken ze gebaseerd op onbegrip voor de ideeën van een kleine groep gelovigen.

Het idee van de preventieve volksgezondheidszorg werd in de tweede helft van de vorige eeuw ontwikkeld. Progressieve en liberale artsen ijverden voor schoon drinkwater, riolen, gezond voedsel en betere huisvesting. Allengs werd de preventieve gezondheidszorg minder gericht op infrastructuur en meer op levensstijl en medisch handelen. Er zijn vaccins tegen enkele infectieziekten, drinkwater wordt gefluorideerd, tandartsen controleren regelmatig gebitten, aan vrouwen van bepaalde leeftijd wordt onderzoek van borsten en baarmoederhals voor de vroege opsporing van kanker aangeboden. Door voorlichting wordt roken en overmatig drinken ontmoedigd. De overheid propageert gezond eten en meer lichaamsbeweging. Veel preventieve maatregelen vragen om gedragsverandering en hebben alleen effect als dat gedrag wordt volgehouden. Dwang is daarom misplaatst. In de preventieve geneeskunde fungeert de staat als aanbieder, niet als dwingeland.

In één opzicht verschilt poliovaccinatie van andere preventieve maatregelen. Na een vaccinatie zoals die tegenwoordig in Nederland wordt uitgevoerd, heeft nog nooit iemand polio gekregen. Poliovaccinatie is dus een honderd procent garantie tegen ziek worden. Meestal verkleint preventie alleen de kans op ziekte.

De Gezondheidsraad heeft begin jaren tachtig in een rapport over poliovaccinatie al eens uiteengezet waarom uit de geneeskunde bezien verplichting niet passend is. Het ligt voor de hand het zelfbeschikkingsrecht over het lichaam ook bij vaccinatie te handhaven, vooral in een tijd waarin afzien van behandeling, euthanasie en hulp bij zelfmoord mogelijk zijn geworden. De veelgehoorde argumenten voor verplichte poliovaccinatie komen dan ook niet uit de medische maar vooral uit de juridische en economische hoek. Economen wijzen op de onnodige kosten voor de levenslange verpleging van verlamde poliopatiënten. Juristen klagen over het onrecht dat ouders hun kinderen aandoen door hun vaccinatie te onthouden.

Zijn deze argumenten zo sterk dat het belangrijke principe van het zelfbeschikkingsrecht over het eigen lichaam ervoor overboord moet? En als we dat principe al overboord willen zetten, is polio dan zo'n belangrijke ziekte dat een dwangpreventie daarbij nodig is, terwijl dat bij andere te voorkomen ziekten niet geldt?

Allereerst een vergelijking met een nieuwe preventieve maatregel waarvan de effectiviteit lang in twijfel is getrokken: de screening op borstkanker. Het is bevolkingsonderzoek onder vrouwen van 50 tot 70 die eens in de twee jaar worden opgeroepen om een röntgenfoto van hun borsten te laten maken. Bij een hoge opkomst scheelt screening vele kostbare kankerbehandelingen en zeshonderd doden per jaar. Veel vrouwen in de doelgroep maken zich eens in de twee jaar enkele weken - van oproep tot uitslag - ongerust. Sommigen hebben een afkeer van de overigens lage doses röntgenstraling. Anderen zijn preuts. Nogal wat vrouwen gooien daarom hun oproep weg. Aan een verplichte screening wordt niet gedacht.

De te behalen gezondheidswinst door een hoge opkomst bij borstkankerscreening is echter groter dan bij een hoge opkomst voor poliovaccinatie. Tegen polio worden jaarlijks een miljoen vaccindoses in kinderarmen gespoten. De vaccinatiegraad is 95 procent; vijf procent van de kinderen komt niet opdagen voor de prikken. Als ook die missende vijf procent was gevaccineerd, hadden we daarmee dit jaar voor het eerst sinds 1978 weer een leven kunnen sparen. Een vijf procent lagere opkomst bij borstkankerscreening kost jaarlijks echter dertig levens. Uit oogpunt van volksgezondheid is verplicht onderzoek op borstkanker dus verre te verkiezen boven verplichte poliovaccinatie. Deze redenering gaat ook op voor andere preventieve maatregelen. Verbieden van roken is vele malen gezonder dan verplichte poliovaccinatie.

Veel vrouwen krijgen een akelig gevoel bij de gedachte aan een verplicht borstonderzoek. Veel rokers breekt het zweet uit als ze over rookverboden horen praten. Streng-gereformeerden denken met afschuw aan verplichte vaccinatie. Voor weigerende vrouwen is alle begrip. Rokers worden nog steeds getolereerd. Maar voor de overtuiging van de gereformeerde minderheid die een gering gezondheidsprobleem veroorzaakt, is het begrip tanend. Dit heeft alles met het isolement van de groep gelovigen te maken, weinig met een zinvolle afweging van volksgezondheidsbelangen.

Ook uit kostenoogpunt is het verplicht stellen van poliovaccinatie onzinnig. Sinds het begin van de vaccinatiecampagne in 1957 zijn er op zijn hoogst een paar honderd mensen op jonge leeftijd gehandicapt geraakt. Een minderheid daarvan behoeft voortdurende zorg in een inrichting en kost de gemeenschap dus geld. Temidden van de 25.000 jonge zwakzinnigen in inrichtingen, 25.000 opgenomen psychiatrische patiënten en 50.000 mensen in verpleegtehuizen die uit de AWBZ worden betaald zijn de tientallen poliogehandicapten geen uitgavepost die niet door de gemeenschap kan worden gedragen en die ingrepen in de persoonlijke levensfeer rechtvaardigt. Wie uit kostenoverwegingen het aantal gehandicapten wil verkleinen, kan beter verplichten tot prenataal onderzoek op geboorte-afwijkingen, eventueel gevolgd door abortus, en dwingende en vergaande snelheidsbeperkingen in het verkeer. Dat bespaart ieder jaar de levenslang te betalen verpleegkosten voor enkele honderden nieuwe gehandicapten.

Ouders die hun kinderen niet vaccineren, stellen hun kroost aan een zo groot risico bloot dat ze tijdelijk uit de ouderlijke macht zouden moeten worden ontzet om de vaccinatie uit te voeren, zeggen sommige voorstanders van verplichte vaccinatie. Ze verwijzen naar Jehova's Getuigen die tijdelijk de zeggenschap over hun kind verliezen als ze voor dat kind een bloedtransfusie weigeren. De vergelijking gaat niet op, want het verschil tussen preventie en behandeling is uit het oog verloren. Het is het verschil tussen een zekere dood en een kleine kans op een ziekte.

Een kind dat niet tegen polio is gevaccineerd loopt een kans van naar schatting één op de tienduizend om in zijn kinderjaren polio met blijvende gevolgen te krijgen. Geen rechter zal op basis van deze kans besluiten om het kind uit de ouderlijke macht te ontzetten. Veel ouders stellen hun kinderen aan andere, hogere risico's bloot.

En zijn er ooit ouders bestraft die hun kind langs een drukke weg naar school lieten fietsen? Die geen hekje om fornuis en aanrecht hebben geplaatst? Die het medicijnkastje niet op slot deden? Of de chloorfles in huis lieten rondslingeren? Allemaal risico's die groter zijn dan de kans op polio. De kinderen vormen overigens een deelprobleem. De helft van de nieuwe poliopatiënten was oud genoeg om zelf over vaccinatie te kunnen beslissen.

Het wettelijk verplicht stellen van vaccinatie tegen polio leidt tot ondergedoken mensen, weggestopte kinderen en spectaculaire TV-beelden van ME-busjes die zondags bij zwarte kerken met een arrestatiebevel ongevaccineerde kerkgangers opwachten. Hoe zal het medisch tuchtcollege vervolgens oordelen over een arts die een invasieve techniek toepast in een gezond mens die geen behandeling wenst?

Een afweging van de staatstaken in de volksgezondheid resulteert in het afwijzen van de poliovaccinatieplicht: laat hen maar uit zichzelf op andere ideeën komen, de betrokken gelovigen.