De vrouw op het land

Worldwatch Paper 110. Gender bias: Roadblock to sustainable development. Jodi L. Jacobson, Worldwatch Instituut, 1992, Washington. Verkrijgbaar bij Milieuboek Amsterdam, tel. 020-6244989, prijs ƒ 13,90 plus ƒ 3,90 verzendkosten.

De vrouwen van Sikandernagar, een dorp in de Indiase staat Andhra Pradesh werken drie ploegendiensten per dag. Ze staan om vier uur op, maken het vuur aan, melken de buffel, vegen de vloer, halen water en maken het eten klaar. Van acht tot vijf wieden ze de velden van de landheer voor een mager loon - minder dan de helft van wat mannen voor hetzelfde werk ontvangen. Van dat bedrag kunnen ze hun gezin niet in leven houden, daarom trekken ze er na hun werk op uit om takken, twijgen en bladeren in het veld te zoeken als brandhout, wilde groenten als voedsel voor hun kinderen en gras voor de buffel. Daarna moeten ze koken en de rest van het huishouden doen. Per week werken deze vrouwen twee maal zo lang als hun mannelijke dorpsgenoten. Maar op het land waarop ze werken hebben ze geen enkele recht, ze worden ondanks hun geploeter elk jaar armer en hebben steeds meer moeite om hun gezin in leven te houden.

Dit sombere beeld schetst onderzoekster Jodi Jacobson in de inleiding van haar boekje Sexediscriminatie als struikelblok op weg naar duurzame ontwikkeling, het nieuwste deeltje in de serie Worldwatch Papers van het Worldwatch Instituut in Washington. Drie miljard mensen leven in de derde wereld op het bestaansminimum, velen worden meegesleurd in een neerwaartse spiraal. Omdat het geld ze ontbreekt om in hun eerste levensbehoeften te voorzien zijn ze uren in touw om eten, brandhout en water uit hun omgeving aan te slepen.

Zelfvoorzienende boeren en bosbewoners, tot voor kort schoolvoorbeelden van een ecologisch duurzame levenswijze, waarbij het aantal mensen in evenwicht was met de draagkracht van hun omgeving, hebben nu volgens Jacobson steeds minder toegang tot de natuurlijke hulpbronnen waarvan ze moeten leven. In een tijdperk waarin iedereen de mond vol heeft van duurzame ontwikkeling zien regeringen en internationale hulporganisaties dit probleem volledig over het hoofd, zo stelt het Worldwatch Instituut.

Vrouwen op het platteland in de derde wereld doen het leeuwendeel van het werk, maar tellen in overheidsstatistieken en ontwikkelingsplannen niet mee en hun werk wordt niet erkend. Ze kunnen geen land bezitten en geen krediet aanvragen. Onderwijs en gezondheidszorg gaan aan hun neus voorbij. In India zijn er nu op elke 1000 mannen nog maar 929 vrouwen, tegen 972 aan het begin van deze eeuw. Overal in de wereld sterven meisjes vaker dan jongens aan allerlei oorzaken en volgens economen van Harvard zijn er daardoor wereldwijd zo'n 100 miljoen vrouwen eenvoudig "zoek' in de bevolkingsstatistieken, voortijdig gestorven terwijl de nmannen bleven leven.

Meestal zijn het de mannen die het geld in handen krijgen. Alcohol, tabak, horloges, radio's en andere consumptiegoederen scoren hoog terwijl thuis het kroost verkommert - volgens Jacobson in vele landen en vele culturen een steeds terugkerend patroon.

Ontwikkelingsprogramma's die bedoeld zijn om armoede en milieubederf te helpen verminderen maken de zaken vaak alleen maar erger. In Zuid-Ghana bijvoorbeeld werden gemeenschapsgronden waar vrouwen hun voedsel verbouwden "geprivatiseerd' zodat mannen er cash crops konden gaan telen. Voor de vrouwen bleef alleen de slechtste grond over, die te arm en onproduktief was om het traditionele systeem van wisselbouw toe te passen. Elk veldje moest elk jaar worden benut tot er niets meer wou groeien.

Veel ontwikkelingsprojekten, opgezet zonder overleg met vrouwen, haken niet in op hun behoeften en laten hun praktische kennis onbenut. Zo zijn tal van herbebossingsprojekten in Afrika faliekant mislukt omdat niemand zich had verdiept in de vraag waar de vrouwen hun brandhout moesten halen.

Economische ontwikkeling maakt het bestaan van de mensen in de marge vaak zwaarder, zoals in het eerder genoemde dorp Sikandernagar waar de Groene Revolutie ertoe leidde dat steeds meer land zijn geld op moest brengen, waardoor de vrouwen steeds minder kans kregen om brandhout en eten in het veld te verzamelen. En naarmate mensen door tractoren werden vervangen werden de lonen van de arbeidsters steeds lager.

Uiteindelijk werken al deze ontwikkelingen de bevolkingsgroei in de hand. Programma's om de bevolkingsgroei in te dammen slaan niet aan zolang vrouwen veel kinderen nodig hebben die kunnen meehelpen om het vele werk aan te pakken.

Het boekje bespreekt achtereenvolgens vormen van sexe-discriminatie - zoals ongelijke toegang tot gezondheidszorg, het belang van toegang tot gemeenschappelijke dorpsgronden, het spanningsveld tussen cash crops en voedselvoorziening, bosbeheer, de armoedeval. Het slothoofdstuk schetst een andere kijk op duurzame ontwikkeling, met en door vrouwen. Veel van wat hier te lezen valt is al eerder geschreven, maar daarom niet minder waar.

    • Marion de Boo