Cambodja; Een mysterieuze kracht

Sommige landen zijn echt hopeloos. Landen waar de slachtpartijen nooit ophouden, waar ondanks alle pogingen van goedbedoelende instellingen, de vrede maar moeilijk wortel wil schieten. Zo'n land is Cambodja, dat inmiddels kan "bogen' op ruim twintig jaar oorlog. Op 23 oktober 1991 werd in Parijs na jaren van verwarrend overleg een "vredesakkoord' getekend door de vier strijdende partijen. De Verenigde Naties, belast met de uitvoering van het vredesplan, stuurden 16.000 militairen en 6.000 civiele deskundigen naar het land, om de duurste VN-operatie uit de geschiedenis uit te voeren, onder de naam UNTAC (United Nations Transitional Authority in Cambodia). Nu staat het plan op springen, de Rode Khmer weigert verdere medewerking. Zondag zal de Veiligheidsraad proberen te redden wat er te redden valt.

In het akkoord van vorig jaar werd vastgelegd dat de drie guerrillabewegingen (Rode Khmer, nationalistische KPNLF en het leger van prins Sihanouk) samen zouden werken met de regering van premier Hun Sen in de zogenoemde Hoge Nationale Raad. Ze zouden hun legers demobiliseren en laten ontwapenen door de VN-troepen en gezamenlijk vrije verkiezingen voorbereiden. Alleen het eerste punt is uitgevoerd, de nationale raad van de vier facties bestaat, maar daar is ook alles mee gezegd. Er is een nieuwe tweedeling ontstaan, Hun Sen en Sihanouk hebben elkaar in de armen gesloten en vormen nu een front tegen de Rode Khmer - de nationalisten houden zich op de vlakte.

De Rode Khmer mag zich sinds een jaar weer een politieke partij noemen, met een hoofdkwartier in Phnom Penh en van daaruit is het leiderschap begonnen haar opvattingen uit de jaren zeventig te herhalen, over de “slechte Vietnamezen” en de “slechte stadsbewoners”. En daar ligt de hoofdoorzaak van de huidige impasse in het vredesproces: de ideeën van de Rode Khmer raken een gevoelige snaar bij een belangrijke minderheid op het Cambodjaanse platteland. Hoewel niemand sinds het officiële vertrek van de Vietnamese troepen, in 1989, nog een Vietnamese militair heeft gezien, geloven veel Cambodjanen de beschuldigingen van de Rode Khmer dat er wel degelijk nog Vietnamese militairen in het land zijn, al dan niet "vermomd' als burgers. De Rode Khmer weigert met verwijzing naar de Vietnamezen zich te laten ontwapenen.

De UNTAC spreekt ronduit van “een haatcampagne” tegen de honderdduizenden Vietnamese burgers in Cambodja. De eerste slachtoffers zijn inmiddels al gevallen. Vorige maand werden elf Vietnamese vissers in het zuiden van het land vermoord, naar wordt aangenomen door de Rode Khmer. Khieu Samphan had het aangekondigd: als de VN geen “maatregelen” zouden nemen tegen de Vietnamezen, zou het “Cambodjaanse volk” dat wel doen.

Volgens de VN heeft de Rode Khmer ongelijk met de beschuldiging dat Vietnamese militairen zijn achtergebleven, maar de angst voor nieuwe Vietnamese inmenging is niet geheel ten onrechte. Het is Vietnam er alles aan gelegen aan zijn oostgrens niet opnieuw een vijandig bewind te krijgen. Hoewel Hanoi niet zo gauw een nieuwe invasie zal overwegen, proberen de Vietnamese leiders via hun contacten in Phnom Penh toch controle uit te oefenen om het Khmer-nationalisme binnen de perken te houden. In de jaren zeventig wakkerde de Rode Khmer de haatgevoelens tegen het buurland dusdanig aan dat duizenden Vietnamese immigranten werden vermoord. Hanoi vreest niet alleen een nieuw bloedbad, een nieuwe golf van anti-Vietnamisme zou de terugkeer van honderdduizenden Vietnamese burgers uit Cambodja betekenen en dat zou gezien de zwakke staat van de Vietnamese economie een ramp zijn. Hanoi liet vandaag dan ook niet na te onderstrepen dat het tijd is voor sancties tegen de Rode Khmer.

Maatregelen tegen de voormalige machthebbers zouden wel degelijk kans van slagen hebben nu de internationale positie van de Rode Khmer in vijf jaar tijd dramatisch is achteruitgehold. China heeft zijn handen afgetrokken van haar vroegere troetelkind en de vriendschap met Vietnam hersteld. En Sihanouk heeft zich, nu hij ere-staatshoofd van Cambodja is, tegen zijn voormalige bondgenoten gekeerd.

De Rode Khmer moet het hebben van de boeren, die gevoelig zijn voor hun anti-urbanisme en anti-Vietnamisme, en van de economische banden met Thailand. De handel in edelstenen en tropisch hardhout, tussen de Rode Khmer en Thaise kooplui, loopt in de miljoenen dollars per jaar; sancties tegen de Rode Khmer zullen op weerstand van Thaise zakenlieden stuiten en kunnen door hen eenvoudig worden ontdoken.

De Rode Khmer zou bij de verkiezingen van volgend jaar - als ze meedoen en als de verkiezingen nog doorgang vinden - waarschijnlijk niet meer dan tien procent van de stemmen halen; te weinig om de macht uit te oefenen en daarom koerst Khieu Samphan met ouderwetse methodes aan op het verstoren van het democratische proces. De Rode Khmer wenst een mysterieuze kracht, zoals in de Anka-tijd van Pol Pot te blijven. De maoïstische weg is veel effectiever voor het verkrijgen van de macht dan de openbaarheid.

    • Lolke van der Heide