Beelden van Botero langs de Champs Elysées; Vogeltje als Sumo-worstelaar

Botero aux Champs Elysées, 31 monumentale sculpturen; 50 werken op papier en 20 sculpturen bij Didier Imbert Fine Art, Avenue Matignon 19, beide tot 30 januari 1993. Grand Palais, 100 corrida's in olieverf: 20 - 29 november 1992.

Parijs is reddeloos in de greep van Botero. De laatste maanden van dit jaar drukt een verbluffende Colombiaanse kunstenaar zijn stempel op de Franse hoofdstad die op drie plaatsen tegelijk zijn werk laat zien: in een galerie aan de Avenue Matignon, in het Grand Palais maar bovenal en onontkoombaar in de open najaarslucht op de Champs Elysées.

Parijzenaars en toeristen zijn plotseling verrast door een lange rij van de wonderlijkste beelden die ze ooit hebben gezien. Langs de wandelpromenade van de prestigieuze allee staan in glanzend chocoladekleurig brons enorme beelden opgesteld van menselijke figuren zoals men ze niet alle dagen ziet, en zeker niet daar.

Minstens tweemaal levensgroot zijn de exuberante gestalten van naakte matrones, staand, liggend of een beetje springerig, al of niet met een spiegeltje of een sigaartje tussen de vingers. Ze hebben ronde, poppige gezichten zonder emotie, evenals de buikige meneren in te korte en krapzittende colbertjes en menigmaal met een bolhoedje op. Een reusachtige mama in proporties die Rubens zouden doen verbleken, tilt met één hand een mollig kindje boven het verkeer uit, terwijl ze met elefantiasis-voeten staat op borst en buik van een geduldig op zijn rug liggend mannetje dat nog niet de helft meet van de reuzin.

Fernando Botero, in 1932 geboren in Medelln, schept een wereld als een veelsoortig Groosland (een ballet van Maguy Marin), bevolkt met louter dikzakken, vaak met pathetisch kleine armpjes of met hoofden die een stuk kleiner, dan wel fiks veel groter zijn dan de torso zou doen vermoeden. Ze stralen een warme goedhartigheid uit die onmiddellijk vertedering wekt.

Dank zij de samenwerking van de galerie Imbert en de gemeente beleven de Parijzenaars een invasie van deze aandoenlijke gestalten: op papier en in kleine sculpturen bij Imbert, in olieverf in het Grand Palais en sinds 22 oktober in 31 bronzen van Concorde tot aan het Rond-Point, dat nu de Champs Elysées domineert met een enorme torso, herculisch gespierd, die hautain met de machtige rug naar de Arc de Triomphe staat gekeerd.

Het zijn beelden die iedereen onmiddellijk in een staat van vrolijke opwinding brengen. Ze prikkelen tot veel meer betrokkenheid en identificatie dan kunstwerken gewoonlijk doen. Volwassenen en kinderen - allemaal willen ze met zo'n bizarre kolos op de foto en onafgebroken brengen toeristen hun videocamera'tjes in stelling. Vele handen glijden langs de mythische dijen en kloppen even op de bergachtige billen: is het echt brons of zijn die fantastische figuren ook in een ongewoon materiaal uitgevoerd?

Ondernemender voorbijgangers passen hun pose aan bij de voorstelling, een enkel brutaaltje klimt er bovenop en blikt triomfantelijk in de lens. Het is kunst die aanzet tot spelen.

Je kunt bij de gestalten denken aan Maillol, Léger en zelfs Henry Moore, maar zelf zegt Botero zijn inspiratie te hebben gevonden in de pre-Colombiaanse kunst van de Indianen die hun eigen interpretaties maakten van de plaatjes en gravures die missionarissen meebrachten.

“In de gecultiveerde Westerse wereld, waar alles al is gezegd en herzegd, kun je niet meer liegen. Wij kunnen nog liegen en iedereen gelooft ons. Dat is ons geheim.” Wie hoort daarin niet de stem van zijn landgenoot Gabriel Garcia Marquez?

Honderd corrida's die hij in frisse kleuren en met kogelronde toreadores op immense doeken bijeen heeft gelogen zijn slechts enkele dagen te zien in het Grand Palais: van 20 tot 29 november. Maar tot eind januari zullen de dierbare dikkerds met hun kleine oogjes, pruimemondjes en pronte tuitpiemeltjes, hoedje op of billen als ballonnen, prijken onder de kastanjes en platanen tot vreugde van iedere voorbijganger. Nooit eerder zag hij immers een zo stoer gecomprimeerd paard, zo'n knoeperd van een kat met een staart als een rollade, bolle dop-ogen en snorrestekels als draadnagels of, mooiste van alle, een vogeltje als een Sumo-worstelaar, breed, kolossaal en toch... een vogeltje.

Lieg, Botero, lieg me een wereld die ik voetstoots zal geloven.

    • Frans van Lier