Athene heeft in de kwestie-Macedoniëde wind tegen

ATHENE, 12 NOV. Bijna dagelijks bereiken de Grieken weer Jobstijdingen waaruit zij opmaken dat de overige elf lidstaten van de EG uit zijn op erkenning van wat in Griekenland wordt genoemd de "Republiek Skopje' - en dat onder een naam waarin de term Macedonisch voorkomt. Beurtelings krijgt een van die Elf, voorzitter Engeland, Duitsland, Nederland, Denemarken, Italië, ja zelfs Frankrijk in de Atheense pers het etiket "anti-Grieks' opgeplakt.

Het meest gegriefd voelden de Grieken zich recentelijk door Duitsland, waar premier Mitsotakis een bezoek bracht om “zijn vriend Kohl” opnieuw over Skopje te informeren. Op het laatste moment merkte hij dat de minister van buitenlandse zaken van "Skopje', Malevski, gelijktijdig was uitgenodigd. En terwijl die, erkend als "Macedonisch minister', werd ontvangen door zijn collega Kinkel, moest Mitsotakis het doen met diens voorganger Genscher.

“In de val gelopen”, constateerde de Griekse oppositiepers niet zonder leedvermaak. Mitsotakis krijgt steeds vaker het verwijt dat hij de triomfator uithangt, ook na conferenties die geenszins op Grieks voordeel uitlopen, en dat hij, na het verwijderen van de hier zeer populair gebleven minister Samarás ten onrechte buitenlandse zaken naar zichzelf heeft getrokken.

Mitsotakis' grootste moment leek te zijn gekomen na de topconferentie in Lissabon eind juni, toen de Twaalf eenstemmig beslisten dat de omstreden republiek slechts zou worden erkend onder een naam waarin de term Macedonië niet voorkomt. Later bleek dat de Griekse premier vooraf bekend had gemaakt zich te kunnen vinden in een constellatie waarin "Skopje' voor intern gebruik de naam Macedonië aanhoudt. Maar ook onder deze concessie bleek de - nieuwe - regering in Skopje niet bereid, zich bij het Lissabonse besluit neer te leggen.

"Lissabon' was hoe dan ook een gunstig moment voor Athene, maar Mitsotakis' grootste fout is vermoedelijk geweest, meteen daarna niet, vanuit een positie van kracht, in onderhandeling te zijn getreden met Skopje, iets waar de Elf, maar ook de Verenigde Staten duidelijk op hadden aangedrongen. Pas dezer dagen heeft hij laten doorschemeren, hiertoe “te zijner tijd” te kunnen overgaan, maar inmiddels is weer ruimschoots nieuwe irritatie gewekt in het buitenland.

Bijna alle waarnemers zien nu aankomen dat de Elf zich op de topconferentie van Edinburg, 12 december, zullen proberen te onttrekken aan wat zij in Lissabon beslisten, om daarna, onder voorzitterschap van "Griekenlandhater' Denemarken, over te gaan tot erkenning van Macedonië, hetzij gezamenlijk hetzij ieder voor zich. “Niets is eeuwig in de buitenlandse politiek”, heeft Kinkel al veelbetekenend gezegd. De toenemende onrust in de regio zou als rechtvaardiging kunnen dienen, president Gligorov te begunstigen, hoewel anderen zich afvragen waarom onrust tot erkenning moet leiden.

Oppositieleider Andreas Papandreou voorziet “een diplomatieke nederlaag van ontzaglijke proporties” en er worden, ook in het regeringsgezinde kamp, al parallellen getrokken met 1897 en 1922, jaren waarin Griekenland vreselijke militaire nederlagen leed.

Onder deze omstandigheden komen er stemmen die zich afvragen of Athene niet van het begin af aan op het verkeerde pad is geweest door zich bijna uitsluitend voor die voor buitenstaanders onbegrijpelijke naamkwestie te interesseren. “Er waren voor ons nog zoveel andere belangen, wij hadden als gerespecteerde grote Balkan-mogendheid juist zo'n positieve rol kunnen spelen”.

Het lucide idee waarmee Athene deze week is gekomen - samen met de drie andere aangrenzende staten Albanië, Bulgarije en Joegoslavië - de grenzen van de nieuwe republiek plechtig te garanderen, had al veel eerder moeten zijn gelanceerd, aldus deze waarnemers.

Leonidas Kyrkos, een voormalig links leider, heeft de moed gehad alsnog te pleiten voor de naam "Macedonische republiek van Vardar' (de rivier waar Skopje aan ligt) en de voorzitster van zijn partij Maria Damanakis heeft dit voorstel overgenomen. Daarbij legt ook gewicht in de schaal dat president Gligorov onlangs te kennen heeft gegeven genoegen te kunnen nemen met een “samengestelde naam”, mits Macedonië daarin voorkomt. Maar de oud-president van de Griekse republiek, Sartzetakis, heeft Kyrkos al voor verrader uitgemaakt, al was het alleen “omdat de Vardar ook door Griekenland stroomt en Axios heet”.

De regering-Mitsotakis zou vermoedelijk ten val komen als ze een voorstel als dit alsnog overnam, zelfs al kreeg ze het fiat van de huidige president, de Macedoniër Karamanlis.

Een strohalm lijkt Mitsotakis nog te resten: het nieuw gekozen bewind in de Verenigde Staten. Anders dan de huidige minister van buitenlandse zaken Eagleburger heeft Clinton meermalen verklaard, de beslissing van Lissabon juist te achten en tot leidraad van zijn politiek te zullen nemen. Maar deze uitlatingen waren vooral gericht op het miljoenenarsenaal aan Griekse kiezers in de Verenigde Staten...

Volgende week gaat Mitsotakis naar Washington. Vooraf kondigde hij aan “zowel Bush als Clinton te zullen treffen”, maar laatstgenoemde heeft intussen al laten weten van zulke ontmoetingen in deze tussenperiode af te zien en zelfs de ontvangst bij Bush is nog niet zeker. De vrees bestaat hier, dat de oude Amerikaanse regering met de pro-Macedonische Eagleburger in haar gelederen nog voor de machtswisseling van 20 januari tot erkenning zal overgaan.