Annie M. G. Schmidt kent ons ridicule gedrag het beste

Voorstelling: We hebben samen een paard, van Annie M.G. Schmidt. Spelers: Annet Nieuwenhuijzen, Trudy Labij, Rick Hancké, Hugo Haenen en Genio de Groot. Decor: Patrick Theunisse. Regie: Christiaan Nortier. Gezien: 11/11 in Nieuwe de la Mar-theater, Amsterdam. Aldaar t/m 29/11, daarna elders.

Twee vrouwen: de één heeft het bange vermoeden dat haar man naar bed gaat met de ander, die ander staat op het punt het op te biechten - en hun gesprek gaat over stroopwafels. Dat dit wel erg kleine stroopwafeltjes zijn, dat stroopwafels meestal toch wel wat groter uitvallen, dat je bij de bakker zelfs nòg kleinere stroopwafeltjes kunt krijgen, en dat dan welhaast kruimels moeten zijn. En wat zou trouwens het Duitse woord voor stroopwafel zijn? Straufwaffel? Het is wat mij betreft de mooiste en tegelijk de meest typerende scène uit het nieuwste stuk van Annie M.G. Schmidt, want welke andere Nederlandse schrijver kan zó goed een komische kortsluiting maken uit die combinatie van emoties en huiselijke prietpraat?

We hebben samen een paard, gisteravond in première, is gesitueerd in een verbouwde boerderij op het platteland waar drie therapeuten uit de grote stad het Fysiotherapeutisch Instituut De Staander hebben gevestigd. Het buitenleven trok hen aan, al was het maar omdat ze nu gedrieën een paard in de stal hebben staan. Hun driftleven is door de verhuizing echter enigszins op drift geraakt: twee van de drie vormen een echtpaar, maar de man gaat vreemd met de ongetrouwde derde. Dat is al gaande als het stuk begint; de rest van de avond baant het drietal zich een weg door de dilemma's van de driehoeksverhouding, onderwijl gestoord door diverse verwikkelingen in de therapeutenpraktijk. Annie Schmidt heeft, kortom, weer een plot geconstrueerd die de handeling vaart geeft en de ontknoping bekwaam op afstand houdt.

En omdat ze bovendien een niet versagend oor houdt voor de taal van de tijdgeest, kregen de acteurs volop levende dialogen te spelen die hun humor ontlenen aan hun herkenbaarheid. “'t Gaat vanzelf wel over, je moet ons even laten uitwoeden,” zegt de minnares sussend tegen de echtgenote - en pas nu ze dat zo uitspreekt, is het opeens een bespottelijke tekst. Annet Nieuwenhuijzen en Trudy Labij weten trouwens precies hoe ze uit zulke zinnen het maximale effect kunnen halen: laconiek en langs de neus weg plaatsen, maar met net voldoende nadruk om het áán te laten komen. Rick Hancké is, als de man in het midden, iets minder op zijn plaats. Hij spreekt te vaak met stuurloze stemverheffing. Naast hen speelt Hugo Haenen een exact volgehouden assistent met fysiotherapeutische ambities, terwijl Genio de Groot geestig precisiewerk verricht in niet minder dan vier verschillende bijrolletjes.

We hebben samen een paard heet een “nieuw blijspel”. In de vaardige enscenering van Christiaan Nortier overheerst dan ook een lichte toon met een paar bijna-kluchtige uitschieters. Ook van het door die driehoeksverhouding veroorzaakte verdriet wordt geen drama gemaakt; als het hoge woord er eenmaal uit is, gaan de antagonisten soms nog ronduit onbekommerd met elkaar om. Dat is de kracht en tegelijk een beetje de zwakte van de voorstelling. Eén keer hadden er naar mijn smaak wel iets krachtiger emoties naar de verschillende hoofden mogen worden geslingerd. Maar waarschijnlijk heeft Annie Schmidt een feilloos van de doorsnee-Nederlander: die komt niet met vlammende teksten, die loopt in zo'n geval maar wat te mokken, zonder te beseffen hoe lachwekkend hij is voor wie hem rond ziet darren.

    • Henk van Gelder