Allochtone kinderen blijven na voor eigen bestwil

Na de herfstvakantie is op 30 scholen in de vier grote steden een experiment begonnen met een "verlengde schooldag'. Allochtone kinderen met een leerachterstand blijven langer op school, om bij te leren.

Soms krijgt Frank Niamut, hoofd van de Rozemarnschool in de Bijlmermeer, leerlingen op school die slecht eten, nauwelijks Nederlands spreken of op straat slapen. Het maakt het lesgeven er niet gemakkelijker op. Zijn basisschool is een "zwarte school', waar ongeveer negentig procent van de 350 leerlingen van allochtone afkomst is - en allochtone leerlingen presteren door de bank genomen slechter dan hun autochtone leeftijdgenoten.

Om hun achterstand weg te werken zou Niamut zijn school het liefst van 's morgens vroeg tot 's avonds laat openhouden, met bijscholingscursussen voor de ouders en behoorlijke maaltijden voor de leerlingen. Voorlopig zal hij genoegen moeten nemen met een kleinschaliger experiment: een verlengde schooldag voor 150 kinderen in de groepen drie tot en met acht. Twee keer per week zullen ze anderhalf uur langer op school blijven, om hun leerachterstand ten opzichte van de andere kinderen in te lopen.

Ongeveer 30 basisscholen in de vier grote steden doen mee aan het driejarige experiment met een verlengde lesdag, naar Nederland overgewaaid vanuit de Verenigde Staten. Sinds de vroege jaren tachtig bieden veel scholen daar leerlingen uit minderheidsgroeperingen buiten de reguliere schooltijd extra activiteiten aan om hun leerprestaties en deelname aan het maatschappelijk verkeer te bevorderen. In Nederland werd het idee drie jaar geleden het eerst opgepikt in Amsterdam, nu doen de vier grote steden mee aan het experiment, met een miljoen gulden per jaar gesubsidieerd door het ministerie van WVC. De overige kosten - per school jaarlijks naar schatting 160.000 tot 180.000 gulden - worden betaald door de gemeenten. Alleen scholen met ten minste zestig procent allochtone leerlingen komen voor deelname in aanmerking.

Het is aan de scholen om een programma te bedenken voor de extra lesuren. Dat kan van alles zijn: rekenen, taal, maar ook sport, dans of andere expressievakken. Wel moeten ze aannemelijk maken dat de activiteiten bijdragen aan het bestrijden van achterstanden, het voorkomen van schooluitval, of het verhogen van deelname aan, bijvoorbeeld, sportverenigingen. Een "stedelijk projectmanagement' moet slecht onderbouwde plannen afkeuren.

Scholen zullen er ook voor moeten zorgen dat de leerlingen daadwerkelijk gebruik maken van het extra lesaanbod. Dat is minder eenvoudig dan het lijkt: verplichten kan niet, want de Wet op het Basisonderwijs stelt een maximum aan het aantal uren dat leerlingen per dag (5,5 uur) op school moeten zijn. De scholen zijn dus afhankelijk van de vrijwillige medewerking van ouders. P. van den Berg, namens de gemeente Amsterdam bij het project betrokken, ziet nog een ander probleem. Allochtone ouders zouden hun kinderen weleens thuis kunnen houden om op kleine broertjes en zusjes te passen. Kinderopvang is volgens Van den Berg voor Marokkaanse en Turkse ouders geen alternatief. ""Geen Turkse of Marokkaanse moeder stuurt haar kind naar de kinderopvang.'' Huisbezoeken, om de ouders te overreden aan het experiment mee te doen, zullen dan ook geen overbodige luxe zijn.

Op sommige andere punten klinkt nu al kritiek. De extra lesactiviteiten worden niet verzorgd door het eigen onderwijzers van de scholen maar door personeel van welzijnsinstellingen uit de betrokken steden, zogeheten "buitendocenten'. Voor directrice J. van Gulik van de J.P. Coen school in Amsterdam - 172 leerlingen, onder wie vijf autochtonen - was dat reden om niet mee te doen. ""Er zijn zat buurthuizen, ga die promoten en steek er meer geld in'', zegt zij. ""Nu zou ik allerlei vreemde mensen in school krijgen. Je weet niet wie je binnenhaalt en hoe er met de spullen van de leerkrachten wordt omgegaan.''

Enkele onderwijsbonden hebben gewaarschuwd dat de leerkrachten voor veel van het werk zullen opdraaien: het overleg met de buitendocenten zal tijd vragen, bovendien moet tijdens de extra lessen altijd een docent op school zijn. D. Kruger, directeur van de Flevoparkschool, die afzag van deelname aan het experiment: ""We hebben onze handen al vol. Randverschijnselen als de verlengde schooldag hoeven we er niet bij te hebben.'' Bovendien vindt Kruger het onzin om alle verantwoordelijkheid naar de school te schuiven. ""De ouders hebben ook een taak.''

Ook bestaat de vrees dat de verlengde schooldag te veel van de leerlingen zal vergen. Een woordvoerder van de protestants-christelijke onderwijsvakorganisatie PCO: ""Allochtone leerlingen moeten zich toch al meer inspannen om de lessen bij te benen. Moeten ze dan ook nog geconfronteerd worden met extra activiteiten na de gewone schooldag?'' Ook voor directrice Van Gulik is dat een belangrijk bezwaaren tegen de verlengde schooldag. ""Sommige leerlingen gaan op woensdagmiddag, zaterdag en zondag naar een Koranschool. Het merendeel van de leerlingen valt tegen drieën om van de slaap, wat ook te maken heeft met het feit dat ze over het algemeen laat naar bed gaan. De kinderen moeten zich ook kunnen ontspannen, af en toe een balletje kunnen trappen.''

De scholen die aan het experiment deelnemen, pakken het dan ook voorzichtig aan. De extra activiteiten zullen in de meeste gevallen aan het rooster worden vastgeplakt om de organisatie van de school niet te veel overhoop te gooien. Van den Berg van de gemeente Amsterdam: ""Scholen moeten optimaal mee kunnen doen. Dan moet je er geen enorme druk op zetten. Er komt een heel globaal plan met prioriteiten, de invoering gaat heel geleidelijk. Als je in een keer alles uit de kast trekt, dan gaat het mis.''

Wijnand (11), Karina (12) en Kim (11) uit groep acht van de Annie M.G. Schmidtschool vinden alle drie dat het extra uurtje dans dat ze nu al volgen er nog wel bij kan. Hun school heeft de mogelijkheid om met het experiment verlengde schooldag mee te doen met beide handen aangegrepen. Alleen is de subsidie nog niet binnengekomen en betaalt de school alle kosten voor de verlengde schooldag vooreerst uit eigen zak - de reden dat er ook autochtone leerlingen zoals Kim mee kunnen doen. De drie scholieren zijn echter even eensgezind in hun afwijzing van een programma dat hen nòg langer op school houdt. Drie keer een uur extra zou teveel van het goede zijn. “Dan houden we geen tijd meer over om zelf nog wat te doen. Paardrijden of zwemmen”, zegt Karina.

    • Pim Versteeg