Akkoord is heldere intentieverklaring

DEN HAAG, 12 NOV. De werkgevers straalden vannacht. Het was ze dan toch gelukt. Minister De Vries van sociale zaken en werkgelegenheid bracht hun gevoelens onder woorden: “We kopen tijd tot één maart 1993”. Voorzitter J. Stekelenburg van de vakcentrale FNV staarde bezorgd in de camera's. Hij had nog heel wat uit te leggen.

Tot één maart hoeven er geen nieuwe CAO's tot stand te komen en dat schept de tijd die volgens de werkgevers nodig is om iedereen te laten beseffen hoezeer de economische vooruitzichten plotseling zijn verslechterd. “We hebben die tijd nodig”, herhaalde voorzitter A. Rinnooy Kan van de werkgeversorganisatie VNO de afgelopen dagen keer op keer.

Zelf zijn de werkgevers blijkbaar reeds goed doordrongen van de verslechtering. Want hun afkeer van "centraal overleg' verdweeen de afgelopen weken als sneeuw voor de zon. De vakbeweging wilde afgelopen voorjaar al centraal overleggen over 1993, maar toen hielden de werkgevers de boot halstarrig af. Centraal overleg was niet meer van deze tijd, zo heette het. Met als gevolg dat premier Lubbers onlangs opmerkte dat de werkgevers het decentraal overleggen blijkbaar tot een ideologie haddeen verheven.

Die ideologie bleek echter een goed-weer-ideologie. Afgelopen zomer leek het nog goed te gaan met de economie. De werkloosheidscijfers vielen mee, voor de financiering van de BTW-verlaging waren geen extra maatregelen nodig. Daarna stak een storm in het Europese Monetaire Stelsel op, werd duidelijk dat de Duitse conjunctuur afzwakt en dat de stagnatie in Engeland almaar aanhoudt. Bovendien is het herstel in de VS nog altijd een kwestie van hoop en vrees: het komt nog niet echt van de grond.

De verslechterde vooruitzichten brachten bij de werkgevers, in de woorden van een FNV-woordvoerder, een “salto mortale” teweeg. Ze kwamen met het voorstel de bestaande CAO's met drie maanden te verlengen. FNV-voorzitter Stekelenburg sprak verontwaardigd van een “loonstop”, en daarin had hij niet helemaal ongelijk. Het kabinet wilde nog verder gaan, naar een loonstop van zes maanden. Dat was voor de vakbeweging helemaal onbespreekbaar.

Er moest iets gebeuren. Uit elkaar gaan zonder een akkoord, op het moment van oplopende werkloosheid en tegenvallende economische groei, zou vooral psychologisch fnuikend uitwerken.

Wat dat betreft is een vergelijking met de crisis van 1982 op zijn plaats. Louter economisch was de economische terugval toen natuurlijk veel groter: de werkloosheid steeg in 1981 en 1982 met 150.000 tot 200.000 personen per jaar, nu met circa 30.000 per jaar. Maar de economische crisis van tien jaar terug werd verergerd door een vertrouwenscrisis: de overheidsfinanciën liepen uit de hand, de werkloosheid liep op naar het miljoen, de Planbureaumodellen leken “beleidsresistent”: welke beleid je er ook instopte, het ging altijd fout. Zo'n vertrouwenscrisis moet nu worden voorkomen, vindt men in brede kring in politiek Den Haag.

Minister De Vries hield traumatische herinneringen over aan het jarenlang uitblijven, in 1980 en 1981, van een centraal akkoord. Het duurde tot 24 november 1982 voordat het beroemde "Akkoord van Wassenaar' werd gesloten, over rendementsherstel, afschaffing van de automatische prijscompensatie en herverdeling van werk. Die trage reactie ontwrichtte de economie, aldus De Vries, die toen de CDA-fractie in de Tweede Kamer leidde. “Het heeft tien jaar geduurd voordat we de economie weer op orde begonnen te krijgen. Het mag toch eigenlijk niet zo zijn dat we voor een te trage reactie nu tot diep in de jaren '90 de prijs zouden moeten betalen.” PvdA-voorman Wöltgens meende zelfs dat Nederland “afscheid kan nemen van de overlegeconomie in deze vorm” wanneer het niet zou lukken een centraal akkoord voor 1993 over lonen en werkgelegenheid af te sluiten.

Politici van CDA en PvdA in de Tweede Kamer reageerden vanmorgen dan ook opgelucht op het vannacht bereikte resultaat. Weliswaar ontbreken harde cijfers, maar het akkoord spreekt als intentie-verklaring toch duidelijke taal.

De grote vraag is nu wat er van de "centrale aanbevelingen' in de CAO-praktijk van alledag terechtkomt. Daarvoor is het woord nu aan de onderhandelaars van vakbonden en werkgevers. FNV-voorzitter Stekelenburg benadrukte vannacht meteen dat in het akkoord staat in nieuwe CAO's bepalingen met terugwerkende kracht kunnen worden opgenomen. Na de “loonstop” is dan dus weer een inhaal-manoeuvre mogelijk. Dat zal noch de werkgevers, noch de overheid zinnen, maar ach, voor wat hoort wat.

Een duidelijke concessie heeft de vakbeweging zeker gedaan op het punt van de WAO. De bevriezing van de bestaande WAO-uitkeringen noch de verlaging van de nieuwe WAO-uitkeringen komt in het akkoord ter sprake. Daarvoor blijft zij aangewezen op de politiek.