Vrede als alternatief

HET KLINKT ZO aantrekkelijk: troepen beschikbaar stellen ten behoeve van humanitaire en vredebewarende interventies onder de blauwe vlag van de Verenigde Naties. Er is vraag en er is aanbod, beide als gevolg van de nieuwe omstandigheden die zijn geschapen door het einde van de Koude Oorlog. De vraag wordt bepaald door de wens een einde te maken aan de burgeroorlogen die óf zijn ontstaan langs de warme flanken van dat overigens Koude front óf die worden gevoerd in het machtsvacuüm dat door de Koude belligerenten werd achtergelaten.

Het aanbod toont de keerzijde van de vraag: honderdduizenden manschappen en kanonnen en ander wapentuig zijn overbodig geworden sinds de confrontratie in het hart van Europa en op de grote oceanen geschiedenis is. De meeste employés in wapenrok zullen moeten afvloeien, de spullen gedemonteerd, maar de resterende eenheden wordt, als het even kan, iets anders voorgespiegeld dan uitzichtloze garnizoensdienst. En daar is dan de vrede die moet worden gehandhaafd op de meest exotische plaatsen. Wat tropenervaring en berg- en woestijntraining is nooit weg, denken de strategen met één oog gericht op een onzekere toekomst.

DE ALTERNATIEVE militaire dienst blijkt minder resultaten op te leveren dan verwacht. Toepassing van de blauwe medicijn heeft dan ook iets willekeurigs gekregen. Niet in Afghanistan, Liberia, Soedan en op het grondgebied van de voormalige Sovjet-Unie, wel in Angola, Cambodja, Somalië en op het territoir van het voormalige Joegoslavië. En waar het geneesmiddel wordt toegediend, blijken de bijwerkingen de beoogde genezing zelfs parten te spelen. In Angola hebben de VN onlangs een bloedige opleving van de burgeroorlog niet kunnen verhinderen ondanks of juist als gevolg van verkiezingen die zij er hadden georganiseerd. Hoe de scherven opnieuw moeten worden gelijmd, is vooralsnog voor alle betrokkenen een niet te beantwoorden vraag. Niemand durft te berekenen hoeveel blauwhelmen er nodig zouden zijn om in dat verscheurde, eens rijke land werkelijk vrede te stichten. Hetzelfde geldt voor Somalië waar humanitaire acties onmogelijk worden gemaakt door de elkaar bestrijdende krijgsheren.

In Cambodja en het voormalige Joegoslavië heeft de volkerenorganisatie gekozen voor een naar verhouding opvallend krachtige militaire aanwezigheid. Maar die heeft geen einde gemaakt aan het kat-en-muisspel dat respectievelijk de Rode Khmer en de verschillende Bosnische benden met de blauwhelmen spelen. Aan Cambodja zal aanstaande zondag de Veiligheidsraad maar weer eens in arren moede een zitting wijden en er zullen ook wel wat maatregelen worden genomen die de ernst van de bedoelingen moeten onderstrepen. Maar de Khmer-extremisten zullen zich er weinig of niets van aantrekken.

Hulp van buiten aan de oorlogvoerende partijen ondergraaft de vredesmissie van de blauwhelmen in het voormalige Joegoslavië. De voorgenomen zending inspecteurs die de naleving van het verbod op militaire vluchten in het Bosnische luchtruim moeten controleren, zal daaraan niets veranderen. De aanslagen op hulptransporten bestemd voor de belegerde en uitgehongerde slachtoffers van de burgeroorlog zullen er niet door afnemen.

HET TRAGISCHE symbool van vredesmissies die zichzelf hebben overleefd, maar die worden gecontinueerd omdat er voor beëindiging onvoldoende bestuurlijke wilskracht voorhanden is, heet Unifil. Opdrachtgevers en uitvoerders van VN-interventies zouden zich vaker rekenschap moeten geven van het slepende en zinloze bestaan van dit blauwe detachement in Zuid-Libanon dat in de berichtgeving over schermutselingen ter plaatse zelfs niet meer voorkomt.

De militaire dienstverlening-blauwe-stijl loopt gemakkelijk uit op een bloedige impasse. Een alternatief voor een welverdiende afvloeiingsregeling kan dit ook nauwelijks worden genoemd.