Verzoek VS: stop met strategische export naar Iran

ROTTERDAM, 11 NOV. De Amerikaanse regering heeft Nederland en enkele andere bondgenoten gevraagd te stoppen met de export van goederen naar Iran die zowel voor civiele als militaire doeleinden kunnen worden gebruikt.

Woordvoerders van de ministeries van economische zaken en buitenlandse zaken en van de Amerikaanse ambassade in Den Haag bevestigen het verzoek. Economische Zaken beraadt zich momenteel over een standpunt. De Nederlandse export van de bedoelde goederen is de laatste jaren al sterk teruggelopen.

Nederland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Italië en Japan krijgen bezoek van Amerikaanse experts op het gebied van de handel in strategische goederen om het verzoek van de regering-Bush kracht bij te zetten. Washington is verontrust over het Iraanse streven zijn oorlogsindustrie en militaire macht te versterken en over de sterke stijging van de export van Westerse technologie naar dat land. Aankomend president Bill Clinton heeft gisteren in een telefoongesprek met koning Fahd van Saoedi-Arabië de zorgen van de zittende regering onderstreept een aangekondigd dat ook hij een harde lijn wil volgen tegen mogelijke agressors in de Golfregio.

De berichtenstroom over leveranties van strategische goederen door Westerse ondernemingen aan Irak, tot kort vóór het leger van Saddam Hussein in 1990 Koeweit binnenviel, speelt een rol in de grote aandacht van Washington voor de handel in strategische goederen met landen in het Midden-Oosten die het machtsevenwicht kunnen verstoren. Vorig jaar bleek uit inspecties die het Internationaal Atoom Energie Agentschap in Irak uitvoerde naar het geheime atoomwapenprogramma van Saddam Hussein, dat hiervoor ook in Westeuropese landen, vooral Duitsland, materialen waren gekocht. De "Irakgate'- affaire die maandag in Engeland aan het licht kwam, voegt daar nieuwe bewijzen over Britse leveranties aan toe.

Een verbod op de handel van "dual use'-goederen (voor civiel zowel als voor militair gebruik) zou zich kunnen uitstrekken tot leveranties aan Iran, Irak, Libië en Noord-Korea, aldus Amerikaanse bronnen. Volgens Washington is de export van Westerse technologie die onder de omschrijving dual-use valt, recentelijk spectaculair toegenomen. Daarbij gaat het vooral om industriële goederen voor de vliegtuigindustrie, straalmotoren, luchtvaartnavigatie, radarapparatuur, glasvezelkabels en de modernste generatie computers.

Pag 20: Export naar Iran teruggelopen

Een woordvoerder van Economische Zaken zegt dat het Amerikaanse verzoek aan de G-7 landen (de zeven rijkste industrielanden) is gericht, en aan Nederland. “Niet omdat wij op dit gebied zo veel leveren, maar omdat we een goed contact met de Verenigde Staten hebben over het Cocom-dossier”. (De Coördinatie Commissie voor Multilaterale Export Controles). Nederland vervult momenteel ook het voorzitterschap van Cocom, een Westerse controleregeling die tot de omwenteling in Oost-Europa vooral van belang was voor handel met de communistische landen, maar nu wordt veranderd. De bedoeling is dat Cocom een bredere betekenis krijgt en de export gaat bestrijken van wapengevoelige materialen door Oosteuropese en Aziatische landen en Westerse exportstromen via deze landen naar het Midden-Oosten.

In een nota over het wapenexportbeleid van begin dit jaar hebben minister Van den Broek en staatssecretaris Van Rooy (economische zaken) suggesties gedaan om tot stringente afspraken binnen de Europese Gemeenschap te komen, en zo mogelijk in een breder verband. De Verenigde Staten zijn sterk geïnteresseerd in zo'n internationale aanpak.

Het belang van Nederlandse bedrijven bij de export van dual-use goederen naar Iran is “niet zo groot”, aldus de woordvoerder van EZ. Omdat deze informatie geheim is, kan hij niet aangeven hoeveel er precies wordt geëxporteerd en door welke ondernemingen, maar het gaat om een “aanzienlijk lagere waarde dan in de tweede helft van de jaren '80”. In elk geval moet voor de voorgenomen uitvoer van dual-use goederen aan Iran en andere landen steeds een exportvergunning worden aangevraagd. Uitvoer van deze goederen naar Irak en Libië is momenteel door embargo's verboden. Over exportvergunningen voor andere landen wordt beslist aan de hand van de In- en uitvoerwet en het bijbehorende Uitvoerbesluit strategische goederen. Daarbij gaat het om een lijst die alle militaire en nucleaire goederen omvat, goederen die onderdeel zouden kunnen zijn van chemische wapens en een groot aantal dual-use goederen die voor de produktie van wapens gebruikt zouden kunnen worden.

Eind jaren '80 hebben de Verenigde Staten bij de Nederlandse regering geklaagd over vermeende Nederlandse wapenleveranties in 1986 aan Iran, maar dat berustte toen volgens Den Haag op een misverstand. Nederland kwam voor op een lijst van een groot aantal landen die zich volgens de Amerikaanse inlichtingendienst CIA hadden schuldig gemaakt aan de verkoop van wapens, en strategisch belangrijke goederen aan Iran. Eind 1985 is Hollandse Signaal Apparaten in Hengelo veroordeeld tot een boete van 200.000 gulden voor ontduiking van het embargo op strategische goederen voor Iran en vervalsing van exportformulieren. Daarbij ging het om reserve-onderdelen voor vuurgeleidingsapparatuur en afstandsmeettoestellen voor patrouilleboten. In 1988 werd Muiden Chemie veroordeeld tot een boete van 3 miljoen gulden wegens illegate kruitleveranties die via een omweg in Iran terecht waren gekomen.

Delft Instruments bekende vorig jaar na een Amerikaanse aanklacht dat een Belgische dochteronderneming nachtzichtkijkers aan Irak en Jordanië had geleverd en kwam een schikking overeen voor een boete van 5,4 miljoen gulden.

Sinds de geheime Amerikaanse wapenleveranties aan Iran ("Irangate') uitlekten, hebben de VS zich herhaaldelijk bij andere Westerse regeringen beklaagd over leveranties van strategische goederen. Vorig jaar wisten ze nog de levering van Britse civiele vliegtuigen aan Iran te verhinderen omdat British Aerospace daarin Amerikaanse onderdelen had verwerkt.

    • Theo Westerwoudt