Uitgevers in Frankrijk verdelen literaire buit

PARIJS, 11 NOV. De toekenning - "verdeling' volgens sommigen - van de belangrijkste Franse literaire prijzen deze week (Prix Goncourt voor Patrick Chamoiseau met Texaco, uitgeverij Gallimard en Prix Renaudot voor La Démence du boxeur van François Weyergans, Grasset) staat dit jaar meer dan ooit in het teken van de slechte conjunctuur in het Franse uitgeversbedrijf. De omzet van de Franse uitgevers daalde de eerste acht maanden van dit jaar met twee procent, na een jaar van stagnatie in 1991. Zelfs de twee grootste uitgeverijen, Hachette en de Groupe de la Cité (samen goed voor bijna zeventig procent van de totale omzet in het Franse boekenbedrijf) zijn getroffen door een daling van de verkoop.

De economische betekenis van de literaire prijzen is zeer groot. Een boek dat bekroond is met de Prix Goncourt, de belangrijkste prijs, “kan tien miljoen en in het beste geval twintig miljoen francs aan omzet voor de uitgever opleveren”, schreef Pierre Belfond, een voormalig redacteur van een uitgeverij, al zeven jaar geleden. Een Goncourt is vrijwel automatisch verzekerd van een grote oplage - van de Filles du Calvaire van Pierre Combescot, dat een jaar geleden deze prijs kreeg, zijn al driehonderdduizend exemplaren verkocht. De gemiddelde oplage van een Franse roman gaat de twaalfduizend niet te boven.

Een boek dat met de "Goncourt' of de Prix Renaudot is gelauwerd, wordt jarenlang goed verkocht: na de originele uitgave volgen edities in 'boekenclubs' en in pocketformaat.

Het is in Frankrijk een publiek geheim dat de jaarlijkse toekenning van de Goncourt en de Renaudot - om bij de twee belangrijkste prijzen te blijven - al jaren lang "geregeld' wordt door wat de 'heilige drieëenheid Galligrasseuil' wordt genoemd - Gallimard, Grasset en Le Seuil, de drie reuzen in literair uitgeversland. In de 25 jaar tussen 1960 en 1985 behaalden de grote drie 18 Goncourt's, 21 Renaudot's, 24 keer de Prix Femina, 21 keer de Prix Interalliee en 21 keer de Prix Medici binnen.

Volgens critici van het Franse prijzenfestival heeft deze prijzenregen veel te maken met de samenstelling van de jury's die de laureaten kiezen. Van de tien juryleden die beslissen over de toekenning van de Prix Goncourt zijn er twee verbonden aan Gallimard, drie aan Seuil, drie aan Grasset en drie "diversen'. In de jury voor de Prix Renaudot doet Grasset met vijf "leden' van zich spreken. Gallimard en Seuil zijn elk met twee "geallieerden' vertegenwoordigd. De categorie "diversen' telt slechts één afgevaardigde.

Grasset is zeer goed vertegenwoordigd in de jury's voor de Femina (zeven van de tien leden) en de Prix Interallié (tien op tien). Maar deze laatste prijs is eigenlijk altijd een farce geweest. Op 3 december 1930 wachtten journalisten op de bekendmaking van de Prix Femina in de Cercle Interallié. Om de tijd te doden bedachten ze hun prijs die ze toekenden aan André Malraux voor La Voie Royale. De Prix Interallié was geboren. Grasset geldt in Parijs als de uitgeverij met de meest doorwrochte prijzenpolitiek, hetgeen zowel voor de literaire prijzen als de prijs van boeken geldt.

Franstalige auteurs die op zoek zijn naar andere en soms rijk gedoteerde prijzen dan de Goncourt of de Renaudot kunnen hun licht opsteken in Le Guide des prix litéraires (Uitg. Cherche-midi). Jaarlijks wordt in Frankrijk en elders in de Franstalige wereld (Zwitserland, Belgie, Canada, Monaco) zo'n acht miljoen frank uitgedeeld aan prijzen, afgezien van beloningen in natura (zoals honderd flessen fraaie Bourgogne-wijnen voor de prix du Tastevin). De 'duurste' prijs is de Grand Prix de la Francophonie met 400.000 francs (130.000 gulden). Deze onderscheiding is onlangs verleend aan de 79-jarige dokter Nguyen Khac Vie in Hanoi voor zijn vertalingen van meesterwerken uit de Franse literatuur in klassiek Vietnamees.