"Te lieve Limburger' toont killersinstinct

ANTWERPEN, 11 NOV. Tom Nijssen sprak gisteren over “een overwinning op mezelf”. De dubbelspecialist, 278ste op de individuele wereldranglijst, verraste in de eerste ronde van het ECC-tennistoernooi in Antwerpen de Amerikaan Malivai Washington, nummer twaalf. Na de 3-6, 7-6 en 7-6 was Nijssen meer dan tevreden. Hij was voldaan.

“Dit betekent voor mij een ongelooflijke stimulans”, vertelde de sinds kort in Lelystad wonende tennisser uit Maastricht opgelucht. “Ik heb ooit eens iemand uit de top-dertig verslagen en tegen sommige van de echt grote jongens was ik er wel eens dichtbij. Maar dan kon ik het tegen het einde de partij niet afmaken. Geen killersinstinct, kennelijk toch die te lieve Limburger. Nu voelde ik dat het moest lukken.”

In Antwerpen won Nijssen het afgelopen weekeinde al drie partijen van het kwalificatietoernooi. De laatste, twee keer 6-1 tegen de Zweed Bergström, viel op. “Zo goed heb ik nog nooit gespeeld”, zegt Nijssen achteraf. “Ik speelde heel ontspannen, lekker aanvallend met veel winnende slagen. Daar ontbrak het me in het verleden nog wel eens aan.”

Op het centrecourt van het sportpaleis keek Nijssen aanvankelijk wat onwennig om zich heen. “het kwalificatietoernooi werd in een andere hal gespeeld, onder heel andere omstandigheden.” Washington leek dan ook op weg naar een eenvoudige klus: 6-3. Gaandeweg werd de Amerikaan echter duidelijk in zijn bewegingsvrijheid geremd door een onwillige rechterknie. Via twee tiebreaks (7-5 en 7-1) bereikte Nijssen de tweede ronde met de Zweed Larsson als eerste opponent.

Gewoonlijk vindt Nijssen het tennissen leuker als vier spelers op de baan staan. Of twee mannen en twee vrouwen, want samen met Manon Bollegraf won hij de Grand-Slamtitels in Parijs (1989) en New York (1991). Zijn vaste partner, in het mannendubbelspel, is de Tsjechoslowaak Cyril Suk. Met hem reist Nijssen nog deze maand naar Johannesburg, voor het Masters-toernooi, ook wel wereldkampioenschap genoemd. “We kunnen het zowel op als buiten de baan heel goed met elkaar vinden”, zegt Nijssen, die vorig jaar in Zuid-Afrika als achtste eindigde.

Zijn kwaliteiten als dubbelspeler worden door bondscoach Stanley Franker te weinig onderkend, vindt Nijssen, Franker hield hem al te vaak naar zijn zin buiten het Davis-Cupteam. “Een team moet worden samengesteld met de beste spelers. De dubbel is in de Davis Cup heel belangrijk. Ik heb er tijdens het US Open nog met Franker over gediscussieerd. Maar onze ideeën lopen te ver uiteen. Ik zou graag meegaan, maar als de coach er een andere mening op nahoudt, is dat zijn goede recht. Iedereen maakt fouten, ik ook.” (ANP)