TAMME KASTANJES MET MUSCAATDRUIVEN

Het is wonderlijk hoe sommige kleine dingen zich door dik en dun van je belangstelling en affectie verzekerd weten. Voor mij is dat onder meer het geval met tamme kastanjes. Het was op weg naar school dat deze bosvruchten mijn wereldje binnendrongen.

Op het bebladerde pad waarlangs mijn route voerde, lagen hun versgevallen groene bolsters me 's morgens op te wachten. Dan stampte je even met je schoen op die vreemde fijnstekelige objecten en als je geluk had glipten er dikke donkerbruine glimmers tevoorschijn met een gekuifd puntje. Ze waren mooi en je kon ze pellen en opeten. Een handje tamme kastanjes onderin je schooltas veraangenaamde de saaie uren in die sombere schoollokalen aanmerkelijk. De smaak verveelde nooit. Nog steeds beweer ik vol overgave dat de wrange smaak van een rauwe kastanje - die na lang kauwen enigszins zoet wordt - heel erg lekker is. Tussen toen en nu slingerde mijn weg door onvoorspelbare landschappen en vaak trof ik daar de tamme kastanje, die kans zag van het weerzien telkens een volkomen nieuwe ontmoeting te maken. Hij doet reuze zijn best mij te blijven bekoren met alle mogelijke metamorfoses: kijk eens wat ik allemaal in mijn mars heb. Alsof ik zou vergeten op welke gronden onze stille vriendschap werd gesloten onder de hoge bomen in dat ritselend bos. Zijn leukste verschijning dateert van enkele jaren geleden. Op reis door de Appenijnen en pas na het invallen van de duisternis in de gelegenheid een onderkomen te zoeken, belandde ik na somber gestemde omzwervingen bij iets wat op een hotelletje leek. Achter het raam naast de ingang zaten drie oude mannetjes rond een tafeltje bier te drinken. Het was een mooi maar sjofel beeld waarvan ik me afvroeg of ik daar wel in wilde passen. Te moe om verder te zoeken, ging ik naar binnen en de drie mannetjes wezen mij met gekerfde handen de weg naar de keuken alwaar de eigenaresse achter een houtgestookt fornuis stond te koken temidden van de grootst mogelijke Italiaanse smoezeligheid. Met een lange houten spaan roerde ze in een hoge pan met wild borrelend pikzwart water. Wolken stoom stegen naar het beroete plafond waaraan dikke condensdruppels kleefden als kleine vleermuizen. Wilde ik ook blijven dineren, informeerde deze gemoedelijke dame meteen. Slinks keek ik rond in haar duister hol, het kon vriezen of dooien. Op dat moment diepte ze uit het inktzwarte water in de pan met haar spaan een tamme kastanje op, beet erin en gooide hem weer terug in de pan. "Die moeten nog even', concludeerde ze. Ik bleef eten vanwege de tamme kastanjes, die hun entree maakten als besluit van een zeer boerse maaltijd. Warm in de schil op een bordje met daarnaast een trosje friszoete muscaatdruiven. Van de drie oude mannetjes, die met hun hoed op het hoofd elk aan een eigen tafeltjes naast elkaar zaten te dineren - zodat ze alle drie goed zicht hadden op het televisietoestel hoog aan de muur in het bedompte eetkamertje aan de straat - leerde ik hoe je dit dessert te lijf gaat. Je bijt op de punt van een botergare tamme kastanje zodat de schil openspringt en je gemakkelijk zijn warme melige inhoud eruit kunt knijpen met je tanden. Vervolgens sabbel je op een druif. En zo ga je heen en weer tussen warm en koud, droog en vochtig, zoet en zeer zoet. Het was een plezierige combinatie en zo helemaal in pas met het leven buiten. Ware het niet dat mijn kleine bosvriend vanuit het borrelende water in die pan mij had geduid te blijven, ik zou een bizarre avond hebben gemist met drie weduwnaars en pension bij een boerse hotelière en twee overnachtende venters van grano duro pasta, en bovendien waarschijnlijk nooit hebben geweten hoezeer de tamme kastanje kan bekoren in zijn Italiaanse landelijkheid. Hij blijft mij verrassen, mijn glanzend maatje, en hopelijk weet ik zijn attenties naar waarde te schatten. Wie hem op zijn pad ontmoet, die geve hem onderdak en bedenke dat hij graag twee uurtjes baddert in kokend sop om daarna zijn gloeiende wangen te vlijen tegen de koele konen van muscaat- of andere zoete druiven. Hij zal zijn dankbaarheid niet onbetuigd laten.

    • Florine Boucher