Spanje vreest "Italiaanse toestanden'; Nieuws over tientallen grote en kleine corruptie-zaken

MADRID, 11 NOV. Zelfs de Staatscourant bleek niet onaantastbaar. Vorige week werd bekend dat de directrice van het Spaanse overheidsbedrijf dat officiële publikaties verzorgt jarenlang papier heeft ingekocht tegen een tarief dat veertig procent boven de marktprijs lag. De dame in kwestie woonde bovendien in een flat die haar ter beschikking was gesteld door de aannemer die ook haar kantoor verbouwde en maakte tal van buitenlandse reizen voor de aankoop van een drukpers die gewoon in Madrid bleek te staan. Er wordt circa 16 miljoen gulden vermist.

De zaak is onder de rechter, net als tientallen andere grote en kleine gevallen van corruptie die naar het lijkt in steeds hoger tempo in de openbaarheid komen. Premier Gonzalez kondigde vorige week aan, dat bestrijding van corruptie bij de overheid voor hem nu de hoogste prioriteit heeft. Dat zei hij ook dit voorjaar al in zijn jaarlijkse rede over de toestand van het land. Maar de omstandigheid dat zijn eigen socialistische partij op verschillende niveaus bij corruptiegevallen betrokken is, staat een harde aanpak danig in de weg.

Steeds duidelijker zijn de aanwijzingen dat zelfs de partijkas structureel afhankelijk is van commissies en steekpenningen die dank zij de regeringsmacht worden verworven. Een onderzoek naar de financiën van de PSOE wordt door het bestuur op alle mogelijke manieren tegengewerkt. Vorige week verzocht de partijleiding zelfs aan de voorzitters van senaat en huis van afgevaardigden en aan de Raad van toezicht op de rechterlijke macht om een halt toe te roepen aan de onderzoeksrechter die zich bezighoudt met de mogelijk illegale financiering van de PSOE.

Gisteren maakten beide instanties bekend, dat ze zich daartoe niet bevoegd achten. Dat besluit wordt algemeen gezien als een zo langzamerhand zeer noodzakelijke overwinning voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Ook daaraan wordt namelijk getwijfeld. Bij de verworvenheden van tien jaar democratisch socialisme waarover de afgelopen weken in tal van opniepeilingen de mening van het publiek is gevraagd, wordt verbetering van de rechtspraak zelden genoemd. Een meerderheid van de bevolking blijkt van mening dat het met de onafhankelijkheid van justitie even slecht of zelfs slechter dan onder Franco is gesteld.

Voorlopig lijkt daar ook nog weinig verbetering in te komen. Deze zomer werd bijvoorbeeld onder druk van de socialisten een nieuwe procureur-generaal aangesteld die onmiddellijk na zijn benoeming opzien baarde door te verkondigen dat hij het als zijn taak zag de reputatie van de politiek te gaan beschermen tegen verdachtmakingen en smaad door de media. De regering bereidt al geruime tijd een perswet voor, waarin straffen zoals een verbod op verdere uitoefening van het beroep zijn opgenomen voor journalisten die hun beschuldigingen onvoldoende onderbouwen.

Gonzalez en verscheidene ministers vallen steeds vaker fel uit naar de pers, die naar hun mening het sociale klimaat zou verzieken en zelfs de democratie in gevaar zou brengen door voortdurend nieuwe gevallen van corruptie op te sporen en vervolgens breed uit te meten. Tegen drie kranten is onlangs door de regering vervolging wegens smaad geëist. Maar zelfs een regeringsgezind dagblad als El Pais distantieert zich op dit punt van de premier en zijn geestverwanten. Het kan er bovendien niet onderuit de feiten te melden en die zijn op zichzelf tamelijk schokkend. Steeds vaker hoort men de vrees uitspreken dat Spanje afglijdt naar “Italiaanse toestanden”.

Vice-premier Alfonso Guerra en minister van transport Julian Garcia Valverde zijn tot dusver de enige twee leden van het kabinet die het veld moesten ruimen in verband met corruptie-affaires. De eerste regelde voor zijn broer Juan een kantoor in een overheidsgebouw, van waaruit hij bemiddelde in vergunningen en andere betaalde gunsten verleende; de tweede bleek als directeur van de spoorwegen bij grondspeculatie met voorkennis betrokken te zijn geweest.

In de “affaire-Filesa”, die op dit moment volop in de belangstelling staat, gaat het om een reeks brievenbusmaatschappijtjes die van banken en andere grote bedrijven opsdracht kregen om beleidsstudies te verrichten en zich daarvoor vorstelijk lieten betalen. De studies in kwestie, zo staat inmiddels vast, werden nooit uitgevoerd. Met het ontvangen geld werden onkosten betaald die de socialisten voor hun verkiezingscampagnes moesten maken. Tegelijkertijd roomden onduidelijke “bemiddelaars” in Andalusië de bedragen af die de regering heeft uitgegeven voor de verbetering van de infrastructuur ten behoeve van de Expo. Hoge ambtenaren en politici ontvingen geld en huizen als dank voor de toewijzing van contracten, maar ook hier wordt de socialistische partij zelf ervan verdacht een deel van de smeergelden te hebben opgestreken. In één van de afgeluisterde telefoongesprekken die dezer dagen zijn gepubliceerd is althans te horen hoe de ene bemiddelaar tegen de ander pocht over zijn contacten met het hoofdkwartier van de partij en belooft: “Ik maak van jou de belangrijkste geldophaler van de PSOE”.

Het zijn echter niet alleen de socialisten die in dit soort kwesties verwikkeld zijn. In Catalonië wordt de partij van regionaal president Jordi Pujol ervan verdacht de kas te hebben gespekt met geld uit casino's en subsidies te hebben gegeven aan bedrijven van politieke vrienden die kort daarna failliet gingen. Vorig jaar moest de penningmeester van de rechtse Partido Popular aftreden in verband met illegale financiering en functionarissen van deze partij zijn onder meer in de stad Burgos en de regio Cantabrië onderwerp van gerechtelijk onderzoek.

Volgens veel politici is een belangrijke oorzaak van deze misstanden het gebrek aan middelen waarover de partijen beschikken. Verkiezingscampagnes worden steeds duurder en alle grote partijen hebben dan ook miljoenenschulden. In de maak is een overeenkomst om de campagneuitgaven aan een limiet te onderwerpen. Maar niemand gelooft dat daarmee alleen het corruptieprobleem kan worden opgelost. Dat heeft, zeggen critici van links en rechts, geen technische oorzaak maar een ethische. Het heeft te maken met de grote maatschappelijke en economische veranderingen van de laatste vijftien jaar en met de socialistische partij, die haar motto “Honderd jaar eerlijkheid” lijkt te hebben ingeruild voor een pragmatische aanpak en daarbij geen contacten meer schuwt met de wereld van het snelle geld.

    • H.M. van den Brink