Regeringscommissaris als deus ex machina

ROTTERDAM, 11 NOV. De regeringscommissaris als deus ex machina. In 1951 in Finsterwolde, in 1982 in Den Haag en als het aan PvdA-voorzitter Rottenberg ligt zou op niet al te lange termijn een regeringscommissaris voor de vier grote steden moeten komen, voorzien van een mandaat om te bemiddelen tussen de vier grote steden en de rijskoverheid om problemen als armoede, fraude en illegaliteit voortvarend aan te pakken.

Er zijn drie soorten regeringscommissarissen. De minst voorkomende is de regeringscommissaris krachtens artikel 132 van de Grondwet. Dan moet er sprake zijn van "grovelijke verwaarlozing' van taken door het bestuur van een gemeente of een provincie. Daarvan was volgens het eerste kabinet-Drees sprake in het Oostgroningse Finsterwolde. In 1951 werd op voorstel van het kabinet de gemeenteraad, waarin de CPN de meerderheid had, door het parlement naar huis gestuurd. Volgens het kabinet maakte het bestuur zich schuldig aan ondermeer het bevorderen van steunfraude en het geven van uitkeringen aan stakers. PvdA-burgemeester Tuin nam vervolgens het bestuur over.

Vaker is er sprake van de benoeming van een regeringscommissaris voor bijzondere projecten. Zo werd in 1982 mr. H.D. Tjeenk Willink benoemd tot regeringscommissaris voor de reorganisatie van de rijksdienst. Hij werd voor de toenmalige minister van binnenlandse zaken als onafhankelijk, niet ambtelijk adviseur de ambassadeur van een toekomstig reorganisatie-plan voor de rijksoverheid. En er is de regeringscommissaris die namens de regering toezicht houdt binnen een bedrijf.

Volgens Rottenberg moet zijn idee niet worden uitgelegd als zou hij twijfelen aan de competentie van de verantwoordelijke bewinsdslieden. Noch lijkt hij te willen aantonen dat de desbetreffende gemeenteraden hun taken met betrekking tot armoede, illegaliteit en fraude "grovelijk' hebben verwaarloosd. Een regeringscommissaris zoals destijds in Finsterwolde kwam, ligt derhalve niet in de rede.

Een regeringscommissaris à la Tjeenk Willink zou voor de hand liggen, mocht het idee van de PvdA-voorzitter aanslaan. Zijn opdracht zou kunnen luiden de de regering te adviseren inzake de grootstedelijke problematiek. De functionaris moet dan wel hopen dat hij meer bereikt dan Tjeenk Willink. Ambtenaren en politici hoorden hem keurig aan maar lieten zijn analyses voor wat ze waren. De regeringscommissaris kan wel alles willen, maar niets afdwingen. Dat is in Den Haag zo, en dat ligt in de grote steden niet anders.