Politici Italië trekken eigen vrijbrief in; Politici moeten steeds vaker onschendbaarheid opgeven

ROME, 11 NOV. Jarenlang hebben Italiaanse politici zich boven de wet gesteld met een beroep op hun parlementaire immuniteit. Of een parlementslid nu een verkeersovertreding maakte, de verzekering oplichtte of steekpenningen vroeg, bijna altijd wist hij op die manier aan vervolging te ontkomen.

Deze immuniteit, bedoeld als een bescherming van volksvertegenwoordigers tegen politieke vervolging, is al snel verworden tot een collectieve vrijbrief van de parlementariërs voor zichzelf. Eensgezind en zonder aanzien des persoons werd de justitie buiten de deur gehouden.

In een paar maanden tijd is dat radicaal veranderd. De publieke opinie heeft duidelijk gemaakt dat zij deze traditionele zelf-absolutie niet meer pikt, en de toch al zwaar onder druk staande grote partijen konden niet anders dan volgen. Sinds juni heeft het nieuwe parlement al vaker de onschendbaarheid van Kamerleden en senatoren opgeheven dan in heel de voorgaande zittingsperiode.

Het nieuwste en voorlopig belangrijkste "slachtoffer' is ex-minister van buitenlandse zaken Gianni De Michelis. Na vele malen uitstel ging de Kamercommissie die de besluiten hierover voorkookt, gisteren akkoord met de vervolging van de flamboyante socialist, die faam heeft gemaakt met zijn lange lokken, zijn spervuur van niet altijd coherente ideeën en zijn discobezoek met mooie jonge dames. De voltallige Kamer zou hierover volgende week vergaderen, en verwacht wordt dat hij dit besluit volgt: in de commissie stonden tegenover de veertien voorstemmers slechts vier onthoudingen.

De Michelis is een van de 43 parlementariërs tegen wie een justitieel onderzoek wegens corruptie loopt. Hij wordt ervan verdacht in Venetië en omgeving, zijn politieke machtsbasis, consequent steekpenningen te hebben gevraagd voor openbare werken als de verbetering van een autostrada, de schoonmaak van het oppervlaktewater in de Venetiaanse lagune, en de bestrijding van het pesticide atrazine in het grondwater.

De Michelis zou de steekpenningen steeds eerlijk hebben verdeeld met de andere onderkoning van Venetië, de christen-democraat Carlo Bernini, in het voorgaande kabinet minister van verkeer. Beide politici probeerden zelf buiten schot te blijven door hun persoonlijke secretarissen het vuile werk te laten doen.

Dat zelfs een toppoliticus als De Michelis voor de bijl dreigt te gaan, laat zien hoeveel er in een paar maanden is veranderd. Jarenlang is zelfs het simpele feit dat een rechter het waagde een parlementslid ergens van te verdenken, uitgelegd als een poging tot politieke vervolging.

In de voorgaande zittingsperiode heeft het parlement slechts 43 van de 358 verzoeken om te mogen vervolgen ingewilligd. Van de rest werden er 191 afgewezen, 83 niet eens in discussie genomen, en 41 om verschillende redenen teruggestuurd naar het openbaar ministerie voor nadere uitwerking.

Deze 358 onderzoeken gaan lang niet allemaal over corruptie. Daar zit de zaak bij van de christen-democraat Gianmario Pellizzari, die als manager van een farmaceutisch bedrijf voor ongeveer 45 miljoen gulden valse facturen heeft uitgeschreven. Een andere verdachte is Giovanni Andreoni, ook een christen-democraat, die ter dekking van een schuld juwelen had gegeven die 45.000 gulden waard zouden zijn maar in de winkel nog geen 800 gulden hadden gekost.

Alle partijen hebben geprofiteerd van de parlementaire onschendbaarheid. De neo-fascist Mario Biagioni kwam zo onder de aanklacht van oplichting van de verzekering uit: hij had een valse diefstal van bontjassen ter waarde van 130.000 gulden aangegeven. Opgewonden parlementsleden van verschillende signatuur grijpen hun kans om ongestraft niet-politici uit te schelden voor idioot of soms zelfs om een flinke klap te verkopen.

Het heeft veel Italianen het gevoel gegeven dat de politici zichzelf boven de wet hebben gesteld. Er zijn geen geschreven regels over wanneer er wel en wanneer niet mag worden vervolgd. Artikel 68 van de grondwet bepaalt alleen dat voor een strafrechtelijke vervolging toestemming van de Kamer-fractie nodig is waartoe de verdachte behoort. Maar in de praktijk zijn er drie criteria opgesteld: als het ten laste gelegde voortvloeit uit de politieke activiteit; als het vermoeden bestaat dat de justitiële vervolging om politieke redenen gebeurt; en bij “evident ongegronde” beschuldigingen.

Aan deze criteria is steeds een zeer ruime uitleg gegeven, en zo bleven de parlementsleden steevast buiten schot. Nu aan alle kanten de roep om politieke vernieuwing klinkt, is dit ongelimiteerde beroep op de parlementaire onschendbaarheid niet meer vol te houden.

De cijfers laten duidelijk zien dat ook het parlement zich dit realiseert. Sinds na de verkiezingen van begin april een nieuw parlement zit, zijn er van de 163 verzoeken om te mogen vervolgen al 45 goedgekeurd. Aan negentig verzoeken is het parlement nog niet toegekomen. Dat is een revolutionaire verandering vergeleken met nog maar een jaar geleden.