Pijnlijke herwaardering

Het grootste probleem van de nieuwe Amerikaanse president zal bestaan uit de hoop die hij in zijn campagne heeft gewekt.

Dat is het verrassende element in de commentaren na de overwinning van Clinton. Blijkbaar wordt hij toch voor betrouwbaarder aangezien dan de polls lieten weten. Het is ook een verrassend resultaat, nadat de strijd ogenschijnlijk om om de kwaliteit van zijn karakter en een aantal "morele waarden' was gevoerd. Als hij hoop heeft gewekt betekent dit dat hij in zijn economische en sociale programma ernstig is genomen. Dat opzichzelf pleit voor de goede werking - ondanks alle niet terzake doende negativisme - van het politieke systeem. Het is opnieuw een begin van een bewijs voor Lincolns stelling dat een politicus weliswaar alle mensen een zekere tijd voor de gek kan houden en sommige mensen altijd, maar niet altijd alle mensen altijd. Nu moet Clinton nog bewijzen dat hij geen valse hoop heeft gewekt.

Dit betekent dat de "eerste president na de Koude Oorlog' - zo'n etikettering is onvermijdelijk - met nadruk een binnenland-president zal zijn. Dat was niet nodig geweest als zijn twee voorgangers zich meer van de economische achteruitgang hadden aangetrokken. Nu is Clinton belast met de verwachtingen waaraan hij zijn overwinnig heeft te danken, terwijl zijn front van de buitenlandse politiek niet minder de aandacht vraagt en tegelijkertijd moeilijker te beheersen valt, èn - derde probleem - niet meer tot de verbeeldingskracht van de publieke opinie spreekt. De andere supermacht als Rijk van het Kwaad heeft zich gefragmentariseerd in een kaleidoscopisch totaal waarvan ieder onderdeel een bijzondere behandeling vraagt. De nieuwe binnenland-president heeft niet minder problemen in het buitenland, maar door de prioriteiten die hij zich in zijn campagne heeft gesteld, dreigen die vanzelf tot de tweede orde te worden gedegradeerd.

Wat zullen de Amerikaanse politiek en diplomatie onder Clinton in Europa doen? Binnen drie jaar is de Atlantische partner, bevrijd van de druk uit de Koude Oorlog, tot wanorde geraakt. In de laatste jaren van Bush was al niet veel terecht gekomen van de "begeleiding' waaraan de Sovjet-Unie in haar ontbinding behoefte had. Onvermijdelijk was het natuurlijk dat het Oostblok uitelkaar zou vallen, maar drie jaar geleden bestond in ieder geval nog de illusie dat dit orderlijker zou gebeuren dan nu het geval is. En zelfs in 1991 werd in Washington verondersteld, zij het met gemengde gevoelens, dat bij een tijdelijke afwezigheid van het Amerikaanse leiderschap de Duitsers een constructieve rol in de wederopbouw van Midden en Oost-Europa zouden spelen.

Die verwachtingen zijn niet uitgekomen; de negatieve niet en de positieve evenmin. De Duitsers zijn niet in staat gebleken, een ouderwetse imperalistische Ostpolitik te voeren en zich daarmee, op grondslag van een Rapallo-achtige overeenkomst met de Russen als continentale supermacht in wording te vestigen. Ze hebben zich al verkeken op de kosten die het herstel van Oost-Duitsland vergt. Dat is, voor degenen die de Duitsers traditioneel wantrouwen een geluk bij een ongeluk. Duitsland is als zelfstandige economische macht zelfs niet in staat geweest in de voormalige Sovjet-Unie als de voornaamste hulpgevende kracht ad interim op te treden. Bij afwezigheid van Amerikanen en Duitsers beiden woekert de crisis verder tot over de grenzen van Oost-Europa.

Zijn de rellen tegen de vreemdelingen en de verstoorde demonstratie in Berlijn tekenen dat de stabiliteit in Duitsland verloren gaat? Als Kohl op rechts blijft wedden, is daar meer kans op, maar zover is het nog niet. Duitsland is geen gevaar zoals in de jaren dertig. Het werkelijke probleem voor het Westen - voor een deel ook door de Duitsers veroorzaakt - is dat in het Europees herstel het land niet de rol speelt die ervan werd verwacht. De Duitsers zijn op hun manier, precies als de Amerikanen, opgesloten geraakt in binnenlandse vraagstukken. De "as Washington-Bonn' die in de laatste periode van de Koude Oorlog de spil was van de westelijke politiek, bestaat niet meer - of heeft de afgelopen paar jaar niet meer gewerkt, wat in de politiek op hetzelfde neerkomt.

In het jaar van de Amerikaanse presidentsverkiezingen is het gebruikelijk dat de buitenlandse politiek op het laagste pitje raakt. Daarna kan de nieuwe president aan de reconstructie beginnen. De afgelopen veertig jaar was dat in de Atlantische wereld, met bepaalde variaties, in alle gevallen de voortzetting van de gegeven lijn, met steun van de gegeven bondgenoten. Die toestand is radicaal veranderd. De Europese bondgenoten worden in beslag genomen door vraagstukken die ze als strikt Europees en niet meer Atlantisch beschouwen, en op economisch gebied dreigen ze tegen de Amerikanen front te maken. De nieuwe "binnenlandpresident' in Washington vindt niet meer een hechte vereniging van vrienden in Europa maar een rommelig gezelschap van vroegere vrienden die met andere zaken gepreoccupeerd zijn en daarbij geen behoefte hebben aan een globale macht. Onder Clinton is op de terugkeer van deze globale macht in de oude stijl trouwens ook weinig kans.

Reconstructie van de Amerikaanse buitenlandse politiek betekent daarom, zoals het er nu voorstaat, voor het eerst een werkelijke "pijnlijke herwaardering': grotere afstand van Europa, in een periode dat de Europeanen, hoewel anders dan vroeger, een leiderschap zeer goed kunnen gebruiken.