Oosterburen (1)

S. Weidemann heeft misschien gelijk als hij constateert dat de verstrengeling van Duitse en Nederlandse economische belangen niet altijd spontaan tot stand komt (NRC Handelsblad, 2 november).

Het lijkt ook niet geheel onterecht, ons Nederlanders een voorliefde voor discussie toe te schrijven die onze oosterburen soms weten te onderdrukken. Reeds onze voorouders/regenten hadden die reputatie in een tijd dat de Republiek der Verenigde Nederlanden al een netwerk van commerciële betrekkingen onderhield dat aanzienlijk verder reikte dan Europa alleen.

Maar is het inderdaad alleen de oorlog geweest die Nederlandse ondernemers wat minder doet neigen tot samenwerking met Duitse dan met bijvoorbeeld Engelse partners? Het kan namelijk onbehaaglijk zijn een bank te moeten delen met de beste leerling van de klas, die de goede antwoorden steeds uit de mouw weet te schudden. Zal hij blijvend een redelijke pariteit respecteren of zich op den duur als uitgesproken primus inter pares gaan gedragen? Ontbreekt zekerheid hieromtrent, dan is het verklaarbaar dat men uitziet naar een minder briljante leerling als maat waarmee op voet van duurzame gelijkheid kan worden omgegaan. Voorbeelden hiervan lijken al vele decennia lang Brits-Nederlandse conglomeraten als Shell en Unilever.