Major: onderzoek "Irakgate'

LONDEN, 11 NOV. John Major heeft een dreigende nieuwe crisis over het gehalte van zijn leiderschap proberen af te wentelen met een aankondiging dat een onafhankelijke rechter de Britse wapenleveranties aan Irak zal onderzoeken. Downing Street haastte zich gisteravond persoonlijke betrokkenheid van Major bij een veronderstelde samenzwering in het kabinet-Thatcher om embargo-richtlijnen te ontduiken, te ontkennen. Major, toen minister van financiën, was bij die kabinetsbijeenkomst afwezig geweest, aldus een woordvoerder. Desondanks is hier een politieke storm losgebarsten over veronderstelde misleiding door zittende ministers, die dreigt uit te groeien tot een vertrouwenscrisis tussen regering en parlement.

De schaal waarop de regering het parlement mogelijk heeft misleid door in het Lagerhuis te ontkennen dat er sprake was van wapenleveranties aan Irak, terwijl ze achter gesloten deuren schijnbaar doorging dergelijke leveranties te tolereren, kwam deze week aan het licht bij het beëindigen van een rechtszaak tegen de machinefabriek Matrix Churchill. De Britse douane vervolgde drie directieleden van de fabriek voor schending van het wapenembargo tegen Irak, onwetend van het feit dat ten minste één staatssecretaris van het ministerie van handel, Alan Clark, Matrix Churchill had geholpen dat embargo te ontduiken.

Lagerhuisleden van alle partijen zijn vooral woedend dat de ministers die dit gedrag destijds heimelijk lijken te hebben gesanctioneerd, bereid zijn gebleken de drie directeuren van Matrix Churchill zonder een woord naar de gevangenis te laten gaan en hun eigen rol in de hele affaire te verdoezelen door te proberen publikatie van relevante documentatie tegen te houden met een beroep op de staatsveiligheid. De strategie kwam pas aan het licht toen Alan Clark, inmiddels politicus af, de drie directieleden te hulp schoot door voor de rechtbank toe te geven dat hij de richtlijnen aan zijn laars had gelapt, omdat hij ze “bemoeizuchtig” vond en niet bevorderlijk voor de Britse exportcapaciteit.

Labourleider John Smith heeft Major geschreven dat hij het toegezegde onderzoek onvoldoende vindt, ook al liet Major zich gisteren de concessie afdwingen dat ministers die niet vrijwillig aan het aangekondigde onderzoek deelnemen “niet veel langer minister zullen blijven”. Smith eist een openbare commissie van onderzoek, die ex-premier Thatcher, premier Major en (ex-)ministers kan dwingen onder ede getuigenis af te leggen.

“Herinnert u zich dat u het Huis in januari 1991 verzekerde dat “wij gedurende geruime tijd geen wapens geleverd hebben aan Irak”, vroeg Smith gisteren in het Lagerhuis aan de premier. “Hoe rijmt dat met de onthulling in de documenten betreffende het Matrix Churchill-proces dat nog op 27 Juli 1990 - zes dagen voor de invasie van Koeweit - machineonderdelen, waarvan men wist dat ze bestemd waren als ontstekingsmechanismen voor raketten en artilleriegranaten, geleverd werden aan Irak?” Major antwoordde dat “we ons gehouden hebben en ons nog steeds laten leiden door het volledige embargo”.

Maar dat antwoord werd gisteravond ondergraven toen bekend werd dat Douglas Hurd, de minister van buitenlandse zaken, drie weken vóór Saddam Husseins invasie van Koeweit een kabinetscommissie bijeen heeft geroepen om te bespreken of de beperkingen op de wapenleveranties aan Irak misschien versoepeld moesten worden. De levering van “machineonderdelen” was de kern waarom die ontmoeting, op 19 juli 1990, draaide. Die datum wordt daarmee het cruciale moment, waarvan ministers niet langer zullen kunnen ontkennen dat ze niet op de hoogte waren van de aard van leveranties aan Irak. Het is van deze ontmoeting dat Majors woordvoerders zich gisteren haastten te verklaren dat Major daarbij niet aanwezig is geweest.