Hoofdkwartier leger in Kosovo aangevallen

BELGRADO / SARAJEVO, 11 NOV. In Pristina, de hoofdstad van Kosovo, is het vanochtend voor het eerst sinds het begin van de burgeroorlog in Joegoslavië tot geweld gekomen. Bij een aanval op het hoofdkwartier van het Joegoslavische federale leger vielen een dode en twee gewonden.

Volgens een woordvoerder van het federale leger werd door drie aanvallers geschoten op wachtposten rond de kazerne in Pristina, waarop de militairen terugschoten. Een aanvaller kwam daarbij om het leven. De twee gewonden zijn soldaten die wachtliepen.

Het incident brengt een uitbreiding van de burgeroorlog naar Kosovo dichterbij. In Kosovo, een provincie van Servië met een Albanese meerderheid van 90 procent, is de spanning voortdurend gegroeid sinds in 1990 de provinciale autonomie door de Servische machthebbers werd opgeheven en het bestuur door Serviërs overgenomen. De Albanezen hebben er op bestuurlijk gebied niets meer te zeggen en zijn in de praktijk hun Albaneestalig onderwijs en hun media kwijt. Tienduizenden Albanezen zijn ontslagen en vervangen door Serviërs.

In Bosnië, waar gisteren een begin is gemaakt met de evacuatie van zesduizend inwoners van Sarajevo, moet vandaag om middernacht een staakt-het-vuren ingaan. De militaire commandanten van de drie strijdende partijen besloten gisteren tot dit bestand. Hoewel een groot aantal eerdere bestanden al na enkele uren of dagen ter ziele is gegaan, bestaat in Sarajevo de hoop dat het ditmaal wel lukt. Een rol hierbij spelen de invallende winter, de groeiende economische problemen en het diplomatieke isolement van Servië, de militaire verliezen en het gebrek aan voedsel en materiaal bij alle partijen.

Pag 5: Evacuatie moeizaam op gang

De voorgenomen evacuatie van zesduizend inwoners van Sarajevo is gisteren met grote vertraging en met aanzienlijike moeilijkeden op gang gekomen. De evacuatie had vandaag moeten worden voortgezet, maar de Bosnische autoriteiten verboden dat vanochtend wegens het ontbreken van veiligheidsgaranties.

Een eerste konvooi van 1.500 vrouwen, kinderen en bejaarden - weerbare mannen mogen van de Bosnische regering de stad niet verlaten - vertrok gisteren in de richting van Split in Kroatië. Het vertrek werd urenlang vertraagd als gevolg van het ontbreken van bussen, brandstof en garanties voor de veiligheid tijdens de tocht. Eenmaal buiten Sarajevo werd het konvooi van veertien overvolle bussen tegengehouden door de Serviërs, die alle inzittenden dwongen uit te stappen. Tot gisteravond kon niemand opheldering verschaffen over het lot van de 1.500 vluchtelingen. Pas midden in de nacht bleek dat de Serviërs hen hadden laten passeren en dat ze veilig - door Kroaten beheerst - gebied hadden bereikt.

De Hoge Commissaris voor Vluchtelingen van de VN, Sadako Ogata, en de voorzitter van het Internationale Rode Kruis, Cornelio Sommaruga, hebben gisteren de internationale gemeenschap verweten het lijden van gevangenen in ex-Joegoslavië te verlengen door te weigeren hen op te vangen. Zij doelden hier op de herhaalde poging, duizenden moslims, die zich in kampen en detentiecentra van de Serviërs bevinden, uit te wisselen. De strijdende partijen in Bosnië hebben eerder beloofd uiterlijk op 31 oktober al hun gevangenen vrij te laten. Tot twee keer toe mislukte die vrijlating echter omdat niemand weet waar de vrijkomende moslims - wier aantal op 6.500 tot tienduizend wordt geschat - heen moeten: geen enkel buitenland heeft zich bereid verklaard hen op te nemen, als gevolg waarvan de detentie - met alle daaraan verbonden leed - voortduurt. Ogata zei dat de omstandigheden in de kampen “verschrikkelijk” zijn. “Een aantal gevangenen leeft in omstandigheden die de internationale gemeenschap nog maar enkele maanden geleden heeft veroordeeld als een schande voor de hele mensheid”, zo zei ze. (AP, Reuter, AFP)