Het kwetsbare beton van 'De Materie'

Louis Andriessen: De Materie. Concertante uitvoering door Schönberg Ensemble, ASKO Ensemble en leden van het Nederlands Kamerkoor o.l.v. Reinbert de Leeuw.Gehoord: 10/11, Beurs van Berlage, Amsterdam. Herhaling: 11/11, Dr. Anton Philipszaal, Den Haag en 14/11, Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht.

Met het derde deel De Stijl, geïnspireerd door een schilderij van Mondriaan, is het begonnen: Louis Andriessens vierdelig magnum opus De Materie, dat in 1989 in première ging met beelden, bewegingen en lichtspel van Bob Wilson. Toen was al duidelijk dat dit muziektheater zich uitstekend zou lenen voor een concertante uitvoering; dinsdagavond werd dit bevestigd in de Beurs van Berlage.

De Stijl werd een compositie voor big band met koper en electronica, zonder strijkers, maar met een vocaal kwartet. Deel twee ging over het elfde visioen van Hadewych, met een ensemble van strijkers en houtblazers. Deel één kreeg als werktitel De Wetenschap maar bleef uiteindelijk titelloos en deel vier werd volstrekt anders dan gepland. Bedoeld was een continu tutti van lange akkoorden met een luide apotheose, maar het werd weer een titelloos deel en eerder ingekeerd dan luid.

In vergelijking met de première bleek deel vier bleek opnieuw gewijzigd. Liefst twintig regels sneuvelden uit de gesproken brief van Madame Curie. Het is een verbetering want die briefscène haalde in 1989 de vaart eruit. Bovendien liet de componist het Frans vertalen in het Nederlands, door Chris Nietvelt met charmant Vlaams accent voorgedragen. Ook de rol van Hadewych door Susan Narucki, die zich moeiteloos aan allerlei stijlen weet aan te passen, betekende een verbetering. Alleen jammer dat haar stem werd versterkt (lees: vervormd). Ik begrijp dat het voor instrumenten als elektrische gitaar niet anders kan, maar de vele versterkingen trekt zo'n werk te veel naar de indifferente popmuziek toe.

Maar in De Stijl is de versterking voor de vier vocalistes volledig op haar plaats. Andriessen biedt hier een hommage aan de jazzliefhebber Mondriaan.

De monolitische klankblokken zijn kwetsbaar: er hoeft maar één instrument even te aarzelen en het effect is ruïneus. Ook de voorkeur voor mixturen van hoge blazers is zo'n gegeven dat van De Materie lastig te realiseren muziek maakt: voor je het weet gaat een kleuraccent een eigen leven leiden. Maar de koppeling van het Schönberg Ensemble met het ASKO Ensemble leidde onder de geconcentreerde directie van Reinbert de Leeuw wel degelijk tot één geheel.

Helemaal concertant was de uitvoering dinsdagavond toch niet, want de danseres en recitante Beppie Blankert liep in jaren-twintigkledij over het gangpad, waardoor zij een verbinding legde met de jazzpianosolo door Niek de Vente aan de andere kant van de zaal. Zo kreeg het oog ook nog wat, maar het was ditmaal toch het oor dat geheel aan zijn trekken kwam. Subtiele veranderingen zoals een passacaglia die geleidelijk overloopt in een fuga waren nu veel beter te volgen, want Andriessen gaat uit van hard en elektrisch. Hij bouwt betonnen blokken, maar de verwerking is briljant en verloopt vaak in onverwachte richtingen. Het succes was groot en ik vraag mij af of een cd niet op zijn plaats zou zijn, want dit is iets dat je wilt bewaren.