Het gaat weer eens kraken in de coalitie

DEN HAAG, 11 NOV. Miljardentekorten, oplopende werkloosheid, stijgende lasten, werkgevers en werknemers wisselend in overleg met elkaar of met het kabinet, een tevreden PvdA, een morrend CDA; het zijn weer van die tijden waarin minister-president Lubbers uitstekend gedijt. Morgen moet tijdens het debat in de Tweede Kamer over het te voeren sociaal-economisch beleid blijken of hij nog steeds de regie van alles stevig in handen heeft. Het zal nodig zijn, want het kraakt weer eens in de coalitie.

Deze zomer verliepen de begrotingsbesprekingen voor het nieuwe jaar net iets te gemakkelijk. Zeker vergeleken bij de bijna-crisis van het voorjaar toen het ook al ging over de verdeling van het geld voor 1993. De zomer zou echt moeilijk worden voorspelde in mei een ieder die het weten kon, nadat de storm rond het kabinet weer was gaan liggen. Maar een meevallende economische groei en een lage dollar zorgden er voor dat het finale ministeriële beraad over de begroting voor het komend jaar vlekkeloos verliep.

Het beeld is inmiddels ingrijpend gewijzigd. De internationale conjunctuur trok zich niets aan van de Nederlandse veronderstellingen. Wil in 1994 de tekortnorm van het regeerakkoord nog worden gehaald, dan zal in dat jaar zes miljard gulden minder moeten worden uitgegeven dan op Prinsjesdag in de Miljoenennota was voorzien. Weer bezuinigen dus, terwijl de ministers dit voorjaar al gezamenlijk hadden vastgesteld dat er bij niemand nog één cent van de begroting af kon.

De budgettaire problemen worden groter maar de flexibiliteit bij de ministers om nog maar iets in te leveren evenredig kleiner. De brief met aanvullende bezuinigingen voor 1993 die dit weekeinde naar de Tweede Kamer werd gestuurd is daarvan het bewijs. Met de grootste moeite is een pakket samengesteld, dat voor ongeveer de helft bestaat uit blijvende bezuinigingen en voor de andere helft uit eenmalige maatregelen. Op welke departementen bezuinigd moet worden staat vast, maar op welke onderdelen zal de komende weken worden bepaald. En dat moet allemaal gebeuren in de wetenschap dat er na volgend jaar nog eens een veelvoud van dat bedrag zal moet worden bezuinigd. De politieke vraag is of de coalitie daarvoor nog wel voldoende spankracht bezit.

De rolverdeling morgen is een niet oninteressante. Aan de ene kant staat het kabinet, moebezuinigd, samen met de PvdA-fractie die de gekozen voorzichtige aanpak volledig steunt. Aan de andere kant staat VVD-leider Bolkestein die het kabinet verwijt keuzes te ontlopen. Er tussenin ijsbeert CDA-fractievoorzitter Brinkman. Hij ziet het kabinetsbeleid langzaam maar zeker verzanden, maar durft zich niet te hard af te zetten tegen de man die hij straks moet gaan opvolgen. De stilte van Brinkman direct na het verschijnen van de jongste kabinetsbesluiten was al tekenend, de vragen die het CDA gisteren ter voorbereiding op het debat van morgen heeft gesteld zijn dat nog meer. Dat het allemaal niks is, zegt het CDA niet. Het gaat subtieler: “Is het niet verstandiger met het oog op 1994 (...) bij de dekking van 1993 geen of zo weinig mogelijk incidentele maatrelen te nemen?”, vraagt de fractie.

Ze zitten bij het CDA enorm in hun maag met de kabinetsvoornemens. Temeer nu VVD-leider Bolkestein, vissend in dezelfde electorale vijver als het CDA, geen gelegenheid voorbij laat gaan om Brinkman te herinneren aan zijn eigen uitspraken toen het kabinet aantrad. Keer op keer refereert Bolkestein aan de “drie boeien” waarbinnen het kabinet volgens Brinkman moest varen: een collectieve lastendruk van 53,6 procent in 1994, een financieringstekort van maximaal 3,25 procent in 1994 en een arbeidsinkomensquote (bepalend voor de winstgevendheid van bedrijven) van 78 procent. De eerste twee punten haalt het kabinet met de grootste moeite en dan nog vooral op papier, maar de arbeidsinkomensquote dreigt volgend jaar vijf procent hoger uit te vallen.

De allergrootste zorg van Brinkman is het vooruitzicht straks de verkiezingen in te moeten met als visitekaartje een door hem gesteund kabinet dat in zijn goede bedoelingen is blijven steken. Dat zal onherroepelijk op hem terugslaan, want was het niet Brinkman die ten strijde trok tegen stroperigheid en besluiteloosheid? Wat de CDA-fractievoorzitter en premier in spé morgen tijdens het debat moet zien te bereiken is een toezegging van het kabinet dat de problemen niet vooruit geschoven worden. Een van de wetten in de politiek is dat een kabinet in zijn laatste jaar weinig impopulaire maatregelen meer neemt. Niet alleen omdat men het electoraal niet aandurft maar ook omdat ministers in het zicht van de haven gemakkelijker opstandig worden.

Anders gezegd, wie verzekerd wil zijn dat er in het verkiezingsjaar 1994 daadwerkelijk bezuinigd wordt, zal daarover reeds in een zo vroeg mogelijk stadium zo concreet mogelijke afspraken moeten maken. Binnen het CDA wordt dan ook al gesproken over de noodzaak van een nieuwe tussenbalans waarin precies wordt aangegeven hoe de financiële probemen tot aan het eind van de kabinetsperiode worden aangepakt. Het verhoudt zich niet met de conjuncturele aanpak die de eigen CDA-ministers en coalitiepartner de PvdA voor ogen staat. Het wordt morgen dus Brinkman tegen de rest.