Europarlement versoepelt richtlijn olie- en gaswinning

BRUSSEL, 11 NOV. De Energiecommissie van het Europees Parlement heeft een ontwerp-EG-richtlijn voor de exploratie en produktie van olie en aardgas belangrijk aangepast, waardoor onder andere het Nederlandse beleid voor olie- en gaswinning ongehinderd kan worden voortgezet. De EG-Commissie had een stringente liberalisatie voorgesteld.

Het ministerie van economische zaken in Den Haag reageert enthousiast op de wijzigingen. “Dit sluit aan bij een Europees beleid waar wij naar streven”, aldus een woordvoerder.

Volgende week behandelt het plenaire Europese Parlement de nieuwe wetgeving tijdens een zitting en binnenkort moet de Raad van Ministers er een oordeel over vellen. De richtlijn draagt bij aan de liberalisering (vermindering van staatsinvloed) van het gemeenschappelijk energiebeleid en aan de voltooiing van de interne markt, maar door de aanpassingen is toch nog een zekere overheidsinvloed toegestaan.

Op dit moment kan een aantal lidstaten nog beperkingen opleggen aan de exploitatie van energiebronnen, door nationale ondernemingen een voorkeursbehandeling te geven en de commerciële vrijheid van ondernemers in te perken bij de keuze van leveranciers, klanten en het transport van olie en aardgas. De Energiecommissie aanvaardde vorige week donderdag een verslag en een aantal wijzigingsvoorstellen op de richtlijn van de Nederlandse Europarlementariër Jessica Larive (VVD).

Voor Nederland zijn de belangrijkste veranderingen: de richtlijn krijgt geen terugwerkende kracht, waardoor lopende winningsvergunningen niet veranderd hoeven te worden; de souvereiniteit van lidstaten over hun olie- en gasreserves is in de wettekst opgenomen; de overheid kan blijven bepalen voor welke winningsgebieden vergunningen worden verstrekt via de staatsonderneming Energie Beheer Nederland houdt de overheid een belangrijke invloed op de winning van aardgas. Dit is vooral van belang voor het beleid om zoveel mogelijk kleine gasvelden tot produktie te brengen.

“Hiermee zijn veel voetangels en klemmen uit de Europese richtlijn verdwenen”, zei Jean Mathey, secretaris-generaal van de organisatie van Nederlandse oliemaatschappijen NOGEPA vanochtend in een reactie. “Onze grootste zorg was de terugwerkende kracht van de regeling. Als dat was doorgegaan hadden alle bestaande contracten met de overheid moeten worden herzien. Maar ook heeft het Europees Parlement de bijzondere positie van Nederland bij de gaswinning erkend. Hiermee is het "kleine veldenbeleid' veiliggesteld, en dat is van essentieel belang voor de meeste operators op de Noordzee. Behalve de Nederlandse Aardolie Maatschappij die tevens het grote Groningenveld exploiteert, zijn de maatschappijen allemaal aangewezen op kleine velden, met relatief hoge exploitatiekosten.”