Einde aan Israelische struisvogelpolitiek; 80 procent van de Amerikaanse joden koos voor Bill Clinton; "Is de nieuwe president van de VS een jood?"

TEL AVIV, 11 NOV. Wie ongeacht de Israelische politiek blindelings naar het pijpen van Jeruzalem danst komt hier in aanmerking als “warme vriend van Israel”. Joden en niet-joden die om welke reden dan ook het niet eens zijn met de politiek van de Israelische leiders die op dat moment aan de macht zijn, worden tot joodse "zelfhaters' en Israel-haters bestempeld.

De recente machtswisseling in Jeruzalem heeft heel wat verwarring gezaaid. Individuen die door het vorige Likud-bewind wegens hun liberale standpunten inzake de territoriale kwestie en de Palestijnse problematiek als vijanden werden gebrandmerkt, worden nu juist door Jeruzalem over de bol geaaid.

Israelische politici zijn doorgaans verstandig genoeg om in het openbaar hun gevoelens over politieke persoonlijkheden in het buitenland voor zich te houden. De Israelische media, die uiteraard vaak putten uit anonieme Israelische bronnen, trekken zich daar niets van aan.

Dat is weer eens gebleken tijdens de Amerikaanse verkiezingscampagne. Met een op een obsessie lijkende geladenheid hebben vooral de kranten zich bezig gehouden met het aantal Amerikaanse joden in de naaste omgeving van de gekozen president Bill Clinton die in aanmerking komen voor topposities in de nieuwe Amerikaanse regering. Kennelijk werkt dat zo verwarrend dat mij deze week zelfs werd gevraagd of Clinton een jood is. Is dat goed voor Israel, luidt de vraag waar het om draait bij de journalistieke speurtocht naar joodse invloed in de kring van Clinton. Maar wat "goed' voor dit land is wordt voor het gemak in het midden gelaten.

Het feit dat drie joden, onder wie een nogal vrome, in de staf van de vroegere Amerikaanse minister van buitenlandse zaken James Baker een belangrijke rol hebben gespeeld in het op gang brengen van het vredesproces, verhinderde niet dat het blad Ma'ariv na de nederlaag van president George Bush met de kop "Gezegend dat we van hem af zijn' uitkwam. Ma'ariv-commentator Shmuel Shnitzer deelde in zijn artikel op de opiniepagina Bush volgens de maatstaven "van de oude beproefde joodse waarheid' in in het kamp van de "Israel-haters'.

De ex-Likud-premier Yitzhak Shamir zei over de nederlaag van Bush “niet te treuren” maar gezien zijn ideologische botsing met de president over de nederzettingenpolitiek in de bezette gebieden zal hij geen moeite hebben met het artikel in Ma'ariv.

In de denkwereld van Shamir en consorten worden de rol van de VS in de Golfoorlog, de inspanningen van Bush voor de joodse emigratie uit Ethiopië en de vroegere Sovjet-Unie en constante Amerikaanse financiële en militaire steun aan Israel door ideologische motieven vertroebeld. Shamirs opvolger als premier, Yitzhak Rabin, heeft daar veel minder last van en wist Bush wel in positief historisch perspectief voor zijn land te plaatsen. Heimelijk behoorde hij toch, met de meeste Arabische leiders, tot diegenen die op een zege van Bush hoopten terwille van de continuïteit van de Amerikaanse diplomatie in het Midden-Oosten en uit vrees voor de nadruk die Washington onder de Democratische president Bill Clinton op de zaak van de rechten van de mens zal leggen.

Dat is een thema dat na het uitkammen van de joodse invloed op Clinton, nu sterk in de Israelische media naar voren komt als maatstaf voor wat van de wisseling van de wacht in de VS kan worden verwacht. Het steunen van de rechten van de mens in het Midden-Oosten wordt hier in de eerste plaats uitgelegd als sterke emotionele steun voor de Palestijnse zaak.

De vroegere Democratische president Jimmy Carter dreef naar Israels smaak dit thema te ver door in zijn beoordeling van Israels politiek ten aanzien van de sedert 1967 bezette gebieden. Nu voormalige Carter-gangers weer in de startblokken staan voor topfuncties in de Amerikaanse politiek en diplomatie, vreest Jeruzalem dat de veiligheidsaspecten van Israels politiek in Washington door de kwestie van de mensenrechten in de schaduw zullen worden gesteld.

In de Amerikaanse pers zijn al berichten verschenen over een campagne van AIPAC, de sterke pro-Israelische lobby op Capitol Hill, tegen de mogelijke benoeming van Warren Christopher tot minister van buitenlandse zaken. Christopher staat in het lange joodse geheugen geregistreerd als “onvriendelijk jegens Israel” wegens een hoge functie die hij onder president Carter bekleedde.

Toen Christopher door Clinton tot een van de twee politici werd benoemd met als taak de overdracht van de macht te regelen werd dat in een Israelische krant “een slag voor de joodse raadgevers van Clinton” genoemd. AIPAC's prestige is overigens op een kritiek moment in opspraak gekomen doordat David Steiner, een topfiguur in deze organisatie, tijdens een telefoongesprek met een potentiële joodse donor opschepte over de joodse invloed op Clinton en James Baker.

“Wij hebben een twaalftal lieden in het hoofdkwartier (van Clinton) en ze krijgen allemaal grote banen”, zei Steiner volgens The Washington Times tijdens dit gesprek dat door de donor op de band werd opgenomen. De wijd verbreide publikatie van dit gesprek kan volgens joodse kringen in Washington Clinton kopschuw maken om pro-Israelische activisten in topposities in zijn nieuwe regering op te nemen. De benoeming van Christopher lijkt daarvan een eerste teken te zijn.

Een andere kandidaat voor het ministerschap van buitenlandse zaken, de inzake het Midden-Oosten invloedrijke parlementariër Lee Hamilton, wordt vooral wegens de pro-Palestijnse neiging van zijn hoofdstafmedewerker ook met de nodige argwaan bekeken.

Ook al heeft ruim 80 procent van de Amerikaanse joden voor de Democratische presidentskandidaat Clinton gekozen en zitten er in zijn staf joodse persoonlijkheden die voor belangrijke functies in aanmerking komen, dat is geenszins een garantie voor een constante pro-Israelische koers in Washington.

Veel hangt van de Israelische politiek af. Met of zonder joden in de top van de verslagen Republikeinse regering heeft de val van Likud tot een onmiddellijke klimaatsverbetering voor Israel in de Amerikaanse hoofdstad en elders geleid. De obsessie in de Israelische media over joden in de wandelgangen van de Washingtonse macht zegt meer over de Israelische getto-mentaliteit dan over de werkelijke joodse invloed op de Amerikaanse buitenlandse politiek.

Op het Israelische ministerie van buitenlandse zaken is onder het duo Shimon Peres en Jossi Beilin (de jonge onderminister van buitenlandse zaken) een nieuwe wind gaan waaien die op den duur ook tot een wat minder krampachtige benadering van de "joden in de Amerikaanse politiek' kan leiden.

Jossi Beilin wil een dikke punt zetten achter de vaak erg gezochte indeling van de buitenwereld in "vrienden en vijanden'. Hij althans heeft het diep in de Israelische geest gewortelde idee dat de hele wereld tegen hen is van zich afgeschud. Met steun van Peres krijgt de Israelische diplomatie thans een zakelijker karakter. Het gaat nu meer om het bevorderen van handelsbelangen, het uitdragen van Israels cultuur en het vredesproces dan over propaganda. In de barakken (nog steeds geen echt ministerie) van het ministerie van buitenlandse zaken in Jeruzalem wordt veel minder aandacht besteed aan hasbarah (voorlichting, propaganda dus), dan ooit tevoren.

Voorlichtingspamfletten waarin Arabieren als aartsleugenaars worden voorgesteld en ander propagandamateriaal dat de Arabieren demoniseert gaat de deur niet meer uit. Ook verkondigt het ministerie van buitenlandse zaken niet langer dat de Palestijnen in 1948, ten tijde van de Onafhankelijkheidsoorlog, allemaal op de vlucht sloegen. “Dat gelooft niemand meer”, zegt Beilin. Ook hij niet. Israels ambassadeurs die vanuit hun posten iets over de PLO hebben te vertellen mogen dit nu vrijuit doen. Onder de Likud-minister van buitenlandse zaken Moshe Arens was dat nog geheel taboe. Het woord PLO mocht in hun telegrammen niet voorkomen. Die struisvogelpolitiek behoort nu tot het verleden, maar zoals de reacties op de Amerikaanse presidentsverkiezingen opnieuw hebben aangetoond is de beeldvorming van de buitenwereld nog erg emotioneel en daardoor niet altijd even scherp en juist.