Democratisering Afrika lijkt te stokken

De door het Westen afgedwongen democratisering van Afrika stokt. Oude machthebbers hebben de manier gevonden om de druk te weerstaan en aan de macht te blijven

NAIROBI, 11 NOV. De oude garde van Afrikaanse politici heeft het initiatief herwonnen. Nog geen jaar geleden werden door een golf van democratisering talrijke regimes bij verkiezingen of door opstanden weggevaagd. Dit jaar echter blijken vooral de oude machthebbers de winnaars. In Ghana, Angola, Kameroen, Burkina Faso, de Seychellen en vermoedelijk binnenkort ook Kenia kunnen de oppositiekrachten niet op tegen de zittende regimes.

De roep om de introductie van het méérpartijenstelsel begon in 1989 resultaat op te leveren met de democratisering in Benin. Afrika's belangrijkste ex-koloniale machthebbers Groot-Brittannië en Frankrijk zagen zich in 1990 bevrijd van de competitie van de Sovjet-Unie. Zonder risico's te nemen konden zij voorwaarden in de richting van democratisering verbinden aan een verstrekking van hun ontwikkelingshulp. Werden jarenlang schendingen van de rechten van de mens gedoogd in bijvoorbeeld Kenia en Malawi, deze regimes kregen nu economische sancties opgelegd.

De democratisering naar Westers model van Afrika leek niet meer te stoppen. Zogenoemde nationale conferenties, waarin de gelegaliseerde oppositie meer invloed had dan de regering, stelden overgangsregimes samen. In de interim-periode tot de verkiezingen oefende een overheid waarin de oppositie ruim was vertegenwoordigd de macht uit. De bevrijde media berichtten breeduit over corruptie en machtsmisbruik door de oude garde. De oude machthebbers in Kongo en Togo bijvoorbeeld verloren hun waardigheid toen de pers hun ware gezicht ging tonen.

Het was uiterst vernederend voor de grote leiders, die in hun oneindig lijkende ambtstermijn door hun machtswaanzin een bijna goddelijk aanzien hadden aangenomen. Er moest welhaast een tegenactie komen. Die reactie liet niet lang op zich wachten. In Togo slaagde president Eyadema er de afgelopen maanden in een groot deel van de macht die hij vorig jaar aan de Nationale Conferentie moest afstaan, te heroveren. De strijdkrachten, goeddeels samengesteld uit Eyadema's Kabye-stam, richtten herhaaldelijk met zijn heimelijke steun hun wapens op leden van de oppositie en de interim-regering. Leden van het parlement werden vorige maand korte tijd in gijzeling genomen, eerder waren twee prominente politici van de oppositie doelwit van onbekende moordenaars. Als gevolg van deze intimidatie moest een moegevochten premier Koffigoh stukje bij beetje de macht teruggeven aan de oude garde. Eyadema's grote voorbeeld, de Zaïrese president Mobutu, toont zich nog veel behendiger in het frustreren van het democratiseringsproces. Ruim twee jaar lang saboteerde hij op alle mogelijke manieren de Nationale Conferentie. Enkele maanden geleden ging hij uiteindelijk akkoord met de benoeming door de Conferentie van zijn rivaal Etienne Tshisekedi tot premier.

Tshisekedi's invloed reikt echter niet veel verder dan zijn stemgeluid. Hij probeert in de ministeries zijn eigen mensen neer te zetten, maar op strategische posten blijft Mobutu de scepter zwaaien. Mobutu bracht de bevoegdheden over het leger over van het ministerie van defensie naar zijn presidentiële kantoor. Toen Tshisekedi een eigen man op de sleutelpost van directeur van de Centrale Bank benoemde, omsingelde het leger de bank om dit te voorkomen. Inmiddels heeft Tshisekedi zijn zin gekregen, maar aan het hoofd van de belastingdienst staat nog een Mobutu-man. Kortom, Mobutu controleert de staatsinkomsten.

Een andere effectieve manier om de oppositie van de macht te houden, is het organiseren van geweld. Invloedrijke politici in het regime van de Keniase president Daniel arap Moi pasten deze tactiek toe. Met pijl en boog en speren bewapende leden van Moi's stam, de Kalenjin, stichtten wekenlang dood en verderf onder boeren van de Kikuyu-stam, die de oppositiepartijen steunt. Het leger greep niet of nauwelijks in. Het meerpartijensysteem leidt tot tribaal genspireerd geweld, zo leken de Keniase machthebbers te willen impliceren. Zo zie je maar wat er gebeurt als je de oppositie toelaat. Stem dus op oud en vertrouwd.

De Zaïrese leider Mobutu schuwt eveneens grootschalig geweld niet om aan de macht te blijven. Door enkele door zijn regime geënsceneerde militaire muiterijen slaagde hij erin de oppositie en Washington in een soort gijzeling te nemen. De Amerikaanse onderminister belast met Afrika, Herman Cohen, betoogt nu dat Mobutu's rol essentieel is voor het Zaïrese democratiseringsproces, want niemand anders dan de president kan de strijdkrachten in bedwang houden. Een nieuw front van geweld opende Mubutu's regime onlangs in de provincie Shaba. Zijn voormalige premier Nguza Karl i Bond, wakkert in Shaba, Tshisekedi's woongebied en machtsbasis, het geweld aan. Zo wordt Zaïres democratiseringsproces geplaagd door geweld, chaos en een pijlsnelle economische neergang. De multimiljonair Mobutu heeft echter de tijd. Hij wacht tot de bevolking de schuld gaat geven aan de oppositie en aan Tshisekedi. Wanneer het zover is, breekt voor Mobutu de tijd aan om democratische verkiezingen te organiseren.

In de éénpartijstaat worden alle onderdelen van het overheidsapparaat gecontroleerd door de regeringspartij. Het verschil tussen overheid en partij valt soms moeilijk te ontdekken. De ambtenaren moeten lid zijn van deze partij, waaraan ze hun positie danken. Nadat de nationale conferenties in Togo, Kongo en Zaïre waren uitgelopen op openbare tribunalen tegen de zittende regimes, zagen machthebbers elders in dat ze de macht in de interim-periode nooit uit handen moesten geven. In Ghana, Kenia en Kameroen weigerden de presidenten nationale conferenties met de oppositie te organiseren. Ze zetten daarentegen de voorsprong die ze op de oppositie hebben door hun stevige greep op het machtsapparaat ten volste in om democratische verkiezingen te winnen.

De Keniase leider voerde nog snel enkele grondwetswijzigingen door die zijn kansen op herverkiezing vergrootten. In Ghana nam president Rawlings in de nieuwe grondwet een clausule op die het onmogelijk maakt hem strafrechtelijk te vervolgen voor eerder begaan machtsmisbruik. In Kameroen gaf president Biya de oppositie nauwelijks ruimte in de staatsmedia; integendeel: hij sloot enkele kritische kranten. Hij controleerde het verkiezingsapparaat en slaagde er zo in, volgens de oppositie en onafhankelijke buitenlandse waarnemers, de uitslag te vervalsen en op het nippertje te "winnen'.

Wanneer de oppositie sterk en zelfverzekerd is, maken deze politieke machinaties van de oude garde weinig kans. In Zambia riepen ruim een jaar geleden oppositie-politici dat de regering fraude zou toepassen bij de verkiezingen, en het democratiseringsproces zou manipuleren, maar dat de oppositie sterk genoeg was om desondanks te winnen. De zelfverzekerde en verenigde Zambiase oppositie kreeg gelijk.

In veel landen blijkt de oppositie echter onderling verdeeld. In Ghana verkeerden de verscheidene oppositiepartijen zodanig in de ban van het vooruitzicht op de macht, dat ze ondanks hun gegronde klachten over officiële manipulatie de verkiezingsstrijd verdeeld ingingen. Na de zege van president Rawlings dreigen ze alsnog met een boycot van de aanstaande parlementsverkiezingen. Hadden ze in een vroeger stadium Rawlings verdeel-en-heersstrategie doorzien en daaruit de consequenties getrokken, dan had hun klaagzang misschien geloofwaardig geklonken.

Niet alle schuld kan op de oude garde worden geschoven. Ook de oppositie vertraagt het democratiseringsproces. In Kenia schoot de oppositie zichzelf in de voet. De machtswellust nam bezit van de oppositie, die vervolgens in een onderling gevecht om de hoogste posten in verscheidene tribale allianties uiteenviel. Aan de vooravond van de campagnes voor de verkiezingen op 7 december heeft de oppositie alvast haar klaagzang ingezet over vervalsing van de uitslag. Het lijkt bovenal een poging om nu al een excuus te vinden voor de aanstaande nederlaag, een nederlaag die de Keniase oppositie bovenal aan zichzelf heeft te wijten.