Brussel wil vingers niet branden aan de crisis in de staalindustrie; Europese Commissie voelt niets voor actief herstructureringsbeleid

BRUSSEL, 11 NOV. De Europese Commissie zal geen actief herstructureringsbeleid voeren om de crisis in de Europese staalindustrie op te lossen. Brussel wil wel meer financiële prikkels geven aan staalbedrijven om hun produktiecapaciteit verminderen, maar de EG zal zich niet opnieuw inlaten met het reguleren van de markt.

De problemen in de staalindustrie staan vandaag op de agenda van het wekelijkse beraad van de Europese Commissie. Volgens een hoge ambtenaar bij de Commissie betreft het nog slechts een “oriënterend debat”. Mogelijk zal volgende week een document worden gepresenteerd dat min of meer kan worden beschouwd als het antwoord van de EG-Commissie op het verzoek om steun dat de overkoepelende organisatie van Westeuropese staalproducenten Eurofer een maand geleden heeft ingediend.

Behalve om financiële steun vraagt Eurofer om een actieve, coördinerende rol van de Commissie bij de aanpassingen die nodig zijn om de huidige overcapaciteit weg te werken. Maar op dat punt wil de Commissie haar handen niet branden en zal ze zich uiterst terughoudend opstellen, zo voorspelt de ambtenaar. “Dit is een non-interventionistische Commissie.” In de jaren tachtig voerde Brussel wel een crisismanagement over de staalindustrie, waarbij het de markt reguleerde via een systeem van produktiequota.

De leden van de Europese Commissie zijn het in grote lijnen eens over een benadering waarbij financiële tegemoetkomingen worden gedaan aan ondernemingen die op vrijwillige basis saneren. Daarbij gaat het om bijdragen aan sociale en financiële kosten van herstructureringen en aan steun om nieuwe werkgelegenheid te creëren. Ook het Nederlandse Hoogovens heeft onlangs een plan in die richting ingediend.

Volgens de gedachten die bij de Commissie leven, moet het benodigde geld komen van de industrie zelf (ook van bedrijven die zelf niet inleveren maar wel profiteren van produktievermindering bij anderen), uit de kas van de EGKS (Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal) en mogelijk uit de reserves van het EGKS, eventueel uit bestaande zogenoemde structuurfondsen van de EG (bestemd om achtergebleven gebieden economisch op te peppen) en kunnen ten slotte de nationale overheden steun verlenen onder stringente voorwaarden.

Volgens Eurofer zullen de komende jaren ten minste 50.000 banen in de Europese staalindustrie verdwijnen. Dat kost volgens de organisatie aan sociale begeleiding 40.000 à 50.000 ecu (ongeveer 100.000 gulden) per arbeidsplaats. Ook op dit moment kan de EGKS al geld uittrekken voor sociale maatregelen, maar de bedragen die daarmee zijn gemoeid, schommelden de afgelopen jaren rond de 3.000 ecu per jaar. Volgens de ambtenaar voelt de Commissie voor een “substantiële” verhoging van dat bedrag. Maar tot welk niveau, is volgens hem nog niet te zeggen.

Van groot belang daarbij is de vraag wat er met de reserves van het EGKS - gevoed door de staalindustrie zelf - gaat gebeuren. Sommige commissarissen, zoals Bangemann (industrie) en Brittan (mededinging) willen die reserve (ongeveer 500 miljoen ecu) of een oplopend deel ervan gebruiken voor de financiële begeleiding van de herstructurering van de staalindustrie. Anderen staan daar huiverig tegenover. Ze willen de reservepot in stand houden als garantievermogen voor EGKS-leningen op de kapitaalmarkt. Dit onderwerp houdt de Commissie al enige tijd verdeeld. Het is de bedoeling dat vandaag op dit punt knopen worden doorgehakt en dat er een voorstel op tafel komt voor de Europese ministers.

Ook in de intensieve gesprekken die er eerder dit jaar zijn geweest met de staalindustrie heeft de Europese Commissie steeds onderstreept dat het initiatief tot herstructurering van de bedrijven zelf moet komen, en dat zij niets wil of kan afdwingen. De Commissie is van plan om in de toekomst “flexibel” te oordelen over afspraken die bedrijven onderling maken over afstemming van produktiebeperking. Volgens de ambtenaar betekent dat evenwel niet dat “kartelachtige” afspraken om de markt te verdelen of om prijzen vast te stellen, zullen worden getolereerd.

De staalindustrie wijt een deel van de problemen op de EG-markt aan prijsbedervende importen uit Oost-Europa. Met het oog daarop heeft de Europese Commissie enkele maanden geleden al beperkingen gelegd op staalinvoer vanuit onder andere Tsjechoslowakije naar Duitsland, Frankrijk en Italië. Volgens de ambtenaar bij de Commissie zal Brussel nauwgezet in de gaten houden of de staalbedrijven in de Oosteuropese landen geen onoirbare steun van hun overheden krijgen. “Wij zullen er op toezien dat in die landen dezelde criteria worden gehanteerd als bij ons”.

Daarmee refereert de ambtenaar tegelijkertijd aan het politiek uiterst gevoelige karakter die de steunverlening aan de staalindustrie heeft, ook, of misschien wel juist binnen de EG. Op dit moment mogen staalbedrijven slechts onder scherpe voorwaarden financiële steun ontvangen van hun regering. Zo mag worden bijgedragen aan de sociale kosten van inkrimpingen en kan een bedrijf compensatie krijgen voor financiële (afschrijvings-)verliezen indien het de produktie volledig stillegt. Aan die voorwaarden zal ook in de toekomst niet worden getornd, aldus de ambtenaar.

Dat neemt niet weg dat ook nu al scherpe meningsverschillen bestaan over de interpretatie van de in EG-verband afgesproken spelregels. Later deze maand zullen de Europese industrie-ministers zich moeten uitspreken over de plannen van de Spaanse regering om de nationale staalindustrie met omgerekend 9,9 miljard gulden te steunen. De plannen voorzien in het verminderen van produktiecapaciteit maar ook in de bouw van een nieuwe fabriek in Baskenland.

Ook hierover bleek de Commissie verdeeld en dus kwam zij eind vorige maand met een halfslachtig advies. De Spaanse regering mag haar steun geven, op

PAG.20HOOGOVENS

voorwaarde dat er nog iets meer wordt gesnoeid. Hoeveel meer, daarover zal nu de discussie gaan. Met name commissaris Brittan was fel tegenstander van het geven van goedkeuring voor de Spaanse steunoperatie. Maar Brittan heeft die strijd “niet gewonnen”, zo wordt diplomatiek opgemerkt in ambtelijke kringen in Brussel. De afloop van het ministeriële debat later deze maand zal wellicht een vingerwijzing opleveren hoe zuiver de EG het miljardenspel rond de noodlijdende staalindustrie de komende tijd wil spelen.

    • Wim Brummelman