Bijzondere Boeken

Ik lees dat de Stichting Johan Polak tot instandhouding van het bijzondere boek in mei aanstaande bij Beijers in Utrecht de bibliotheek van wijlen Johan Polak laat veilen. Meteen dringt zich de vraag op: waarom houdt de Stichting die bibliotheek niet zelf? Ik heb horen verluiden dat het een collectie is met veel zeldzaams, en veel bibliofiels. Het zou toch een bijzondere eerste stap zijn voor de instandhouding van het bijzondere boek wanneer een Stichting tot instandhouding van het bijzondere boek alvast kon beschikken over een bibliotheek met bijzondere boeken.

Om verzamelaars en bibliofiele drukkers, bibliothecarissen en typografische mecenassen bijvoorbeeld in staat te stellen zich een overzicht te vormen van wat er aan bijzondere boeken al bestaat en wát er dan wel in stand gehouden moet worden. Om materiaal te bieden voor studie en vergelijking.

Alles in een kalme, niet-commerciële ambiance, boven en buiten de markt.

Het is of een Stichting tot instandhouding van dierentuinen zijn collectie olifanten, okapi's, hamsters en andere beschermde diersoorten naar de veemarkt brengt.

De markt - daar dringt zich de tweede vraag op. Het is me niet ontgaan dat er op verschillende lokaties in ons land al enige tijd wordt gesidderd. Lokaties, uiteraard, waar men het bijzondere boek inkoopt en verkoopt. Men sidderde daar voor de mogelijkheid van deze veiling. Nu is die veiling een feit. Zullen de prijzen van het bijzondere boek, als zo'n bijzondere collectie ineens op de markt komt, niet dalen?

De legende wil immers dat Johan Polak van boeken die hij héél bijzonder vond alle exemplaren kocht waarop hij de hand kon leggen. Wat gaat er met de prijs van die onvindbare Leopold-uitgave gebeuren ("extremely scarce', "unknown to Koninklijke Bibliotheek'), wanneer er ineens tien, vijftien exemplaren van in de handel komen?

Vragen die knagen en zorgen voor morgen.

Maar vragen en zorgen terzijde: ik acht het een mooie gedachte dat zo'n collectie opnieuw verspreid gaat worden. Er is een daad gesteld in een oeroude controverse onder collectioneurs.

Moet, na mijn dood, een collectie die met noeste vlijt is verzameld, die het unieke stempel draagt van mijn persoonlijkheid en die, op die manier, nooit meer bij elkaar komt op de wind verwaaien? Moet die niet ondergebracht worden in een bibliotheek, op een instituut, in een stichting, zodat er niet nóg eens iemand zoveel energie in hoeft te investeren en ze voor iedereen beschikbaar blijft?

Het is een argument dat zeker opgaat als het gespecialiseerde bibliotheken (zeg: over oftalmologie; of over okapi's) betreft. Maar er zijn ook gevaren. Dat de collectie, bijvoorbeeld, niet wordt opengesteld, maar juist voorgoed begraven. Dat de ijdelheid van de collectioneur, na diens dood, groter blijkt dan de waarde van zijn verzameling.

Moet ik, zeggen de aanhangers van de andere richting, jonge en nieuwe verzamelaars niet juist hetzelfde recht en dezelfde kans gunnen op de verwerving van zeldzame werken als ik tijdens mijn leven heb gehad? Dezelfde momenten van spanning en angst in de veilingzaal? Draag ik daarmee de gezegende fakkel van het bibliofiele jachtinstinct niet verder? Wordt door een eeuwigdurende hergroepering niet het gehalte van alle verzamelingen vergroot?

Men neemt daarbij de vernietiging van de smaak, expertise en energie van één persoon voor lief.

Een controverse tussen behoud en bevruchting, tussen een statische en dynamische zienswijze.

Ik weet niet wat ik er op mijn sterfbed van zal denken, maar zolang ik nog verzamel, is het duidelijk dat ik naar de laatste zienswijze neig. Uit eigenbelang.

Is het sneu voor de handelaren? Het zal zo'n vaart niet lopen. Vaak kopen ze zelf stevig op veilingen. Als ze koopjes kunnen binnenhalen zijn ze gelukkig. Als ze - om de markt goed te houden - voor één keer de prijzen zullen moeten betalen die ze zelf vragen, zijn ze ook gelukkig. Want dan blijft de markt goed.