Betuwelijn

In de discussie over de aanleg van de Betuwe-spoorlijn ontbrak steeds de wenselijkheid over een hoge-snelheidslijn richting Duitsland voor personenverkeer.

Dat is vreemd, omdat het traject door de Betuwe een van de kortst mogelijke verbindingen tussen de belangrijkste Nederlandse en Duitse bevolkings- en bedrijvigheidscentra vormt. De verklaring moet ongetwijfeld gezocht worden in de vrees voor verdere ontsiering van het rivierenland en voor verdere vertraging in de geplande reddingsoperatie voor het Nederlandse goederenvervoer per spoor. De eerste resultaten van de studie naar de mogelijkheid de Betuwe-lijn in een tunnel te leggen (NRC Handelsblad, 15 oktober), dienen echter aanleiding te zijn om de koppeling alsnog te leggen.

Onder de Betuwe zou een spoorlijn kunnen worden aangelegd die geschikt is voor goederen- èn personentreinen. Ten minste halvering van reistijd zal zo mogelijk worden op de volgende non-stop uit te voeren verbindingen: Duitsland-Rotterdam (en door naar Den Haag, of via de TGV-lijn naar Schiphol), Duitsland-Utrecht (en door naar Schiphol/Amsterdam), Nijmegen-Utrecht (idem), Rotterdam-Arnhem (en door naar Deventer/Twente). Indien men elk van deze verbindingen ieder uur vlak na elkaar in elke richting éénmaal zou onderhouden, zou er voor het goederenvervoer nog drie kwartier overblijven. Als dat niet genoeg is, zal aanleg van een tunnel met drie of vier sporen rendabel zijn.

Verdubbeling van de spoorlijn Utrecht-Arnhem wordt overbodig. Andere lijnen worden ontlast. Het personenvervoer van en naar Schiphol zal rationeler verdeeld kunnen worden over lucht en spoor. De aanleg van een nieuwe luchthaven in Rotterdam zal heroverwogen kunnen worden. Omdat dit alles geld, lucht, landschap, rust en veel reistijd spaart, mag zo'n tunnel dus wel wat kosten.