Australische international leert bij Borussia Dortmund wat profvoetbal is; Ned Zelic scant als een radar de omgeving; "Had ik dan voor golf moeten kiezen? Dat lijkt me nogal saai'

ARNHEM, 11 NOV. De schoen waarmee Ned Zelic de olympische droom van het Nederlandse elftal aan flarden schoot, is de enige oude schoen die hij zal bewaren. Voetbalschoenen vindt hij niet belangrijk. In Australië had hij twee paar, bij Borrusia Dortmund beschikt hij inmiddels over meer dan twintig paar. Maar hij laat zich nergens door afleiden, het maakt hem niets uit of ze balken of strepen hebben. Hij kan overal op spelen. Alleen de rechterschoen - de linkerschoen is kapot - waarmee hij in Utrecht twee keer scoorde tegen Jong Oranje, koestert hij als herinnering.

Onder de ogen van ongeveer dertig internationale voetbalmakelaars werd de jonge Zelic, toen 20 nu 21 jaar, eind mei de man van de wedstrijd tussen de olympische elftallen van Nederland en Australië. Na een mislukte voorzet verdween de bal twee minuten voor het einde van de verlenging per ongeluk in het Nederlandse doel. De treffer bracht de stand op 2-2, Australië ging naar de Olympische Spelen en Zelic naar de Duitse Bundesliga. Een jeugddroom ging in vervulling. Het Europese voetbalmekka opende zich. In juni tekende hij een driejarig contract. Voor ongeveer achthonderdduizend gulden verhuisde hij van Sydney Olympic naar Borussia Dortmund.

Zelic is niet de eerste Australische voetballer in Europa. Dave Mitchell speelde voor Feyenoord, Graham Arnold voor Roda JC, Frank Farina kwam voor minder dan twee ton naar Club Brugge, werd daar Belgisch topscorer en kostte bij zijn transfers naar Bari en Straatsburg een paar miljoen.

Australië speelt in mei 1993 twee kwalificatiewedstrijden tegen Nieuw-Zeeland. Zeventien spelers uit Europese competities komen in aanmerking voor het nationale team. Het overvliegen van de twee coaches, de verzorger, de shirts en de ballen naar Nederland was gemakkelijker dan zeventien man naar het vaderland te laten reizen. Ze trainen deze week op sportcentrum Papendal, waar de Australische jeugdteams al jaren komen. In een hotel in Arnhem en tijdens de training is het vooral gezellig. Beetje ballen, veel lachen. Als broers die elkaar maanden, soms jaren niet gezien hebben, halen de spelers herinneringen op.

Richting Arnhem hadden alleen de Engelse spelers (van Swindon Town, Ipswich Town, Notts County en Aston Villa) een vliegtuig nodig. De rest kon met de auto. Jason van Blerk vanuit Deventer (Go Ahead Eagles), zes spelers uit België, onder wie Tony Vidmar van Waregem, de topscorer uit de competitie, en twee uit Frankrijk: Robbie Slater van Lens en Farina van Straatsburg. Een official van Borussia bracht Zelic. “Anders had ik het nooit kunnen vinden”, lacht hij.

Ned Zelic werd in 1971 in Sydney geboren en groeide op in Canberra. Zijn ouders emigreerden in de jaren vijftig vanuit Kroatië naar Australië. “Om een beter bestaan op te bouwen, lijkt me. Ze hebben het goed nu.” Met zijn Joegoslavische achtergrond begon hij vanzelf tegen een bal te trappen. “Voetbal is het mooiste wat er is. Had ik dan voor golf moeten kiezen? Dat lijkt me nogal saai.”

Zijn transfersom van Sydney Croatia naar Sydney Olympic is nog altijd het recordbedrag dat binnen Australië voor een speler is betaald: 50.000 Australische dollars, ongeveer 70.000 gulden. Olympic betaalde het omdat de zekerheid bestond dat Zelic naar Europa zou vertrekken.

Leeds wilde hem hebben. Een voor de hand liggende keuze. In Londen wonen veel Australiërs, de taal is geen probleem. Maar Zelic wilde niet. Zijn speelstijl zou niet passen in het Engelse "kick and rush'. Hij staat laatste man, maar is geen Engelse "sweeper' met lange halen naar voren. Hij is een 'libero', technisch, combineert, komt graag op en scoort regelmatig. Bovendien kreeg hij in Australië wel Duits en Italiaans voetbal op televisie, maar nauwelijks beelden uit Nederland en Engeland.

Hoewel Ajax hem van afstand volgde, accepteerde Zelic na de wedstrijd in Utrecht het eerste serieuze aanbod van Borussia Dortmund. De Schotse coach van Australië, Eddie Thomson, kende de manager van Dortmund en adviseerde positief. Zelic ging kijken. Hij ontdekte dat er bij Borussia wekelijks 40.000 fans op de tribune zitten, dat de club er financieel gezond voorstaat en dat met de gentleman-trainer Hitzfeld uitstekend viel te praten. Zelic werkt nu hard aan zijn Duits.

Na de Olympische Spelen in Barcelona, waar Australië vierde werd, kwam hij direct naar Duitsland. “Het is een profclub, voetbal is mijn werk geworden. In Australië trainde ik drie keer per week. Daar was het een parttime baan. De rest van de dag kon je naar het strand. Beetje rotzooien. Nu ben ik 24 uur per dag met voetbal bezig. Altijd trainen, wedstrijden en de rest. In Sydney werd ik wel eens opgebeld door een journalist, in Duitsland wil de pers werkelijk alles van je weten.”

Onder korte zwarte krullen stralen zijn lichte ogen verontschuldigend als hij moet uitleggen dat hij Beckenbauer, de legendarische libero van het Duitse elftal, nog nooit heeft zien spelen. “Ze zeggen dat mijn stijl op zijn stijl lijkt. Ik ben rustig in het veld. Het lijkt nonchalant wat ik doe. Ik wil graag spelen, maar maak me nergens druk om. Maar ik ken Beckenbauer niet, ook Baresi adoreer ik niet. Maradona is mijn held.”

Coach Thomson en zijn assistent Les Scheinflug worden bijna lyrisch als ze over hun favoriete speler mogen vertellen. “Ned is nu al goed, hij kan nog 35 procent beter worden”, zegt Scheinflug. “Hij lijkt traag, omdat hij lang is, maar hij kan altijd versnellen.” Thomson wil hem voor geen enkele andere libero in de wereld ruilen, zelfs niet voor Franco Baresi van AC Milan, want die wordt ouder. “Ned is een winnaar. Absoluut de beste speler die Australië ooit gehad heeft. Het is in het veld een koele kikker. Hij maakte twee jaar geleden zijn debuut voor het nationale team tegen Engeland, tegen Lineker. Geen probleem, geen spoor van zenuwen. Hij heeft bovendien inzicht en overzicht. Als hij aan de bal is, loopt hij voortdurend met zijn hoofd omhoog, als een radar scant hij de omgeving. Pas vlak voor hij passt, kijkt hij even omlaag.”

Zijn geliefde positie als libero moet Zelic bij Dortmund - in de competitie drie punten achter koploper Bayern München, in de derde ronde van de UEFA-beker gekoppeld aan Real Zaragoza - voorlopig nog afstaan aan Stefan Reuter, de Duitse international die terugkeerde van Juventus. Maar hij veroverde na drie wedstrijden op de bank al een basisplaats centraal op het middenveld. “Het liefst speel ik libero. Dan heb je meer tijd, kan je rustig kijken als je de bal hebt. Op het middenveld is het altijd vol, is er altijd iemand die je dekt. Dan moet je veel sneller spelen”, vertelt Zelic.

Snel spelen moet hij nog leren. Dat is het belangrijkste verschil tussen Europa en Australië, waar de clubs slechts 24 wedstrijden per jaar in het veld komen. “De trainer hamert er constant op. De bal aannemen en weer afgeven, aannemen en meteen afgeven. Give and take.”

Vanaf het middenveld bedient hij de Deen Povlsen en de Zwitser Chapuisat. “Niet zo moeilijk. Zij zijn zo goed dat je weet dat ze op de goede manier over het veld bewegen. Als je iedere ochtend en middag met ze speelt wen je daar gemakkelijk aan.”

Ondanks het ruime Australisch talent op de Europese velden, zegt Thomson dat zeker vijf thuisspelers een basisplaats in zijn team zullen krijgen. Zelic voorspelt dan ook dat meer landgenoten de oversteek zullen wagen. “Alle spelers in Australië willen hierheen. Europe is the place to be.” Coach Thomson weet het zeker: “Omdat Australië zo ver ligt, kent vrijwel niemand de spelers. Maar ze zijn goed, ze zijn goedkoop, ze zijn taai. Ik dacht dat wij Schotten taai waren, maar wij komen niet in de buurt van Australiërs. Al zijn hun benen tot de knieën afgesleten, dan nog komen ze achter je aan.”

    • Remmelt Otten