Akkoord over verbetering positie leraren

DEN HAAG, 11 NOV. De onderwijsbonden en minister Ritzen (onderwijs) hebben vanmiddag een akkoord op hoofdlijnen gesloten over de verbetering van de positie van het onderwijspersoneel.

Ritzen heeft toegezegd dat “een deel” van het beschikbare geld zal worden besteed aan de verbetering van de aanvangssalarissen. Daar staat tegenover dat de bonden akkoord zijn gegaan met een “marktconforme verandering” van de wachtgeldregeling. Beide partijen zijn zeer positief over het akkoord dat in de komende maanden verder zal worden uitgewerkt. Op 24 september werd de grootste onderwijsstaking uit de Nederlandse geschiedenis gehouden met als belangrijkste eisen: verbetering van alle aanvangssalarissen en geen aantasting van de wachtgeldregeling.

In totaal zijn nu voor de positieverbetering van het onderwijspersoneel 211 miljoen beschikbaar in 1993 oplopend tot ongeveer 700 miljoen in 1996. Het sluiten van het akkoord is versneld door de bezuinigingen van 340 miljoen die het ministerie van Onderwijs vorige week kreeg opgelegd. Uitblijven van een akkoord tussen Ritzen en de bonden zou de besteding van het grote, in de begroting al gereserveerde bedrag voor salarisverbetering, in gevaar kunnen brengen.

Naast verhoging van de aanvangssalarissen is afgesproken dat het beschikbare geld ook wordt besteed aan verbetering en modernisering van de de arbeidsverhoudingen, het personeelsbeleid en de functiedifferentiatie in het onderwijs. Hiermee kunnen bijvoorbeeld leraren en onderwijzers die tijdelijk op school een zwaardere taak krijgen extra kunnen worden beloond. Ook kan de maximum-schaal voor sommige functies worden verhoogd. Bij de nadere invulling van deze maatregelen zal deels rekening worden gehouden met de conclusies van de commissie-Van Es dei begin volgend jaar rapporteert over hoe het beroep van leraar aantrekkelijker kan worden gemaakt.

Ritzen en de bonden hebben verder afgesproken dat er een apart Besluit werkloosheid onderwijspersoneel zal komen met daarin een regeling die te vergelijken is met de WW die voor niet-ambtenaren geldt. Die regeling zal worden aangevuld met een bovenwettelijke uitkering waarin rekening wordt gehouden met de per schoolsoort en vak sterk wisselende kans op werklossheid in het onderwijs.