Waarom ligt Frankrijk dwars?

PARIJS, 10 NOV. “De Verenigde Staten willen de Europese Gemeenschap van de wereldmarkt voor voedsel verjagen. De Verenigde Staten zijn al de belangrijkste voedselleveranciers van strategische buren van de Gemeenschap: de voormalige Sovjet-Unie, Marokko en Egypte. Bij de GATT-onderhandelingen gaat het om een formidabele politieke inzet, namelijk om het voedselwapen van de toekomst van Europa en om de vrede in de wereld.”

Deze visie op de GATT-onderhandelingen is afkomstig van Luc Guyau, de voorzitter van de FNSEA, met 600.000 leden de grootste Franse landbouworganisatie. Guyau ontvouwde zijn opvattingen in een artikel in een Franse krant op 6 oktober, bijna een maand voordat de Amerikaans-Europese onderhandelingen over landbouw in het kader van de Uruguay-ronde van de GATT in Chicago hun hoogtepunt bereikten en mislukten.

De uiteenzetting van Frankrijks belangrijkste boerenleider is instructief voor de opvattingen die in Frankrijk - niet alleen bij boerenleiders, maar bij vrijwel alle politieke partijen - heersen over de betekenis van de landbouw. Hoewel slechts 6 procent van de Franse bevolking werkzaam is in deze sector, wordt de landbouw algemeen gezien als een politiek-strategische "asset' voor Frankrijk en de Europese Gemeenschap op het toneel van de wereldpolitiek.

Economisch is de betekenis van de landbouw in Frankrijk veel groter dan het relatief klein aantal mensen dat in deze sector werkzaam is. Met een produktie van 28 miljoen ton graan is Frankrijk de grootste graanproducent en -exporteur van de wereld na de Verenigde Staten. De export van verwerkte landbouwprodukten (kaas, wijn enz.) is de grootste inkomstenbron voor Frankrijk na de inkomsten uit de export van industrieprodukten en die uit het toerisme.

De landbouwlobby is niet alleen economisch maar ook politiek sterk. Dat bleek tijdens het referendum over de ratificatie van het Verdrag van Maastricht over de Europese politieke en monetaire unie. Een groot deel van het Franse platteland stemde tegen, niet omdat de boeren tegen "Maastricht' zijn maar omdat ze nog steeds gekant zijn tegen de hervorming van het gemeenschappelijke Europese landbouwbeleid waarover de EG-landen het eerder dit jaar eens werden.

Deze hervorming houdt onder andere vermindering van produktie (van bijvoorbeeld graan) in en geleidelijke verlaging van de beruchte export-subsidies waarmee de export van graan op de wereldmarkt werd gesubsidieerd. De Franse regering heeft de belangrijkste boerenorganisaties zover gekregen dat ze de “slechte hervorming” (Guyau in het eerder geciteerde artikel) hebben geaccepteerd, zij het niet nadat de regering een reeks “compensatie-maatregelen” (fiscale verlichting en dergelijke) had toegezegd.

Gegeven de stemming onder de boeren en de naderende algemene verkiezingen van maart volgend jaar kon de regering in Parijs geen enkele concessie (in feite produktievermindering) in de onderhandelingen met de Verenigde Staten accepteren die verder zou gaan dan de produktievermindering die voortvloeit uit de herziene landbouwpolitiek. Dat standpunt wordt overigens gedeeld door de grote oppositiepartijen. Nieuwe concessies zouden ongetwijfeld tot heftig protest bij de Franse boeren leiden - of zelfs een "opstand' naar het woord dat wordt toegeschreven aan Jacques Delors, de Franse voorzitter van de Europese Commissie.

De combinatie van politiek-strategische (voedsel als politiek "wapen'), economische (exportopbrengsten) en politieke belangen (verkiezingen) verklaren de halsstarrige houding van de Franse regering in het GATT-overleg met de Verenigde Staten. In beide landen is de landbouwlobby onevenredig sterk. Voor de regering in Parijs is de inzet fundamenteel van politieke aard: als de Verenigde Staten "hun kanonneerboot-diplomatie' in de GATT staken, enkele concessies doen en een redelijk GATT-akkoord tot stand komt, zullen de Franse boeren waarschijnlijk eindelijk definitief akkoord gaan met de nieuwe Europese landbouwpolitiek.

    • Jan Gerritsen