Vreemdelingenbeleid

NRC Handelsblad van 4 november leek een PvdA-special. En terecht. Want als kopstukken uit de grootste linkse partij van Nederland uitspraken doen waarop een Duits CDU'er trots zou zijn, mag daaraan wel wat aandacht worden besteed.

Partijvoorzitter Rottenberg verwijt staatssecretaris Kosto weliswaar zich in te scherpe bewoordingen uit te laten; voor het overige vindt hij hem "moedig'. En Apostolou meent ons te kunnen verkopen dat een "scherpere politieke toonzetting' niet als uiting van een ander beleid moet worden begrepen.

De heren Rottenberg en Apostolou geloven het toch zelf niet? Woorden, zijn alles wat wij hebben. Woorden - zoveel heeft in ieder geval Kosto nog begrepen - zijn signalen. Wie denkt dat die woorden geen gevolgen hebben voor het op papier vastgelegde beleid heeft een wel heel erg beperkte opvatting van politiek. Woorden maken stemming in het politiek relevante publieke debat dat zich overal afspeelt; niet alleen in Den Haag maar op elke straathoek, in elke supermarkt, in elke kroeg wordt dergelijk debat gevoerd.

Als de intolerante stemmingmakers waaraan Nederland langzamerhand zo rijk is zich nu ook op uitspraken van PvdA politici kunnen beroepen als "In Somalië zijn de verblijfsvergunningen de tam-tam rondgegaan', zal het niet lang meer duren voor openlijk rascisme in Nederland weer kan. Geen woord over de sociale en politieke situatie in Somalië, geen woord over de nood die mensen aanzet om hun thuis, hun wereld te verlaten. Alleen dat beeld van Afrikanen die in de zon gezellig tam-tam zitten te spelen...

Het ergste van dit alles is nog dat Kosto zich van een autoritair legalisme bedient dat van elk respect voor het ideaal van een pluralistische democratie gespeend lijkt te zijn. Kosto zegt dat hij zich niet aan kritiek uit “die hoek van de samenleving van zeg maar intelligente, linkse mensen” zal aanpassen. En over de kwestie Nordholt luidt het: “Ik kan verkeerde signalen eenvoudig niet hebben. Politiechefs praten graag en teveel”. Iedereen, daar komt Kosto's anti-democratische positie toch op neer, moet zijn mond houden, want: “Ik voer het kabinetsbeleid uit” - l'état, c'est moi.