Uitspraak rechtbank in Frankrijk: Vrouwen mogen de mannelijke rollen "Godot' niet spelen

AMSTERDAM, 10 NOV. De mannelijke rollen in Samuel Becketts toneelstuk Wachten op Godot mogen niet door vrouwen vervuld worden. De groep La Compagnie Brut de Béton die het stuk sinds juni vorig jaar met een vrouwelijke rolbezetting speelt, mag de voorstelling niet langer spelen en moet schadevergoeding betalen. Dit heeft een Parijse rechtbank, de Tribunal de Grande Instance, gisteren bepaald.

De uitspraak is het resultaat van een bodemprocedure die op een eerder kort geding volgde en werd gedaan door een college van drie vrouwelijke rechters. Zij achten een vrouwelijke rolbezetting een inbreuk op het auteursrecht, het zogenaamde "droit moral' van Samuel Beckett die eind 1989 op 83-jarige leeftijd overleed.

Het gerechtelijk college is van mening dat een vrouwelijke rolbezetting, ook al spelen de actrices mannen, de aandacht afleidt van de betekenis van het stuk en daarom het auteursrecht schendt. Een regisseur mag volgens de drie rechters zijn artistieke vrijheid niet gebruiken om inbreuk te maken op dat auteursrecht. Voorts acht het college het verbod van een vrouwelijke rolbezetting geen onrechtmatige vorm van discriminatie.

Compagnie Brut de Béton bracht de gewraakte enscenering in juli vorig jaar uit, tijdens het jaarlijkse Festival van Avignon. Becketts uitgever, Les Éditions de Minuit, en de auteursrechtenorganisatie Société des Auteurs et des Compositeurs Dramatiques (SACD) spanden direct een kort geding aan. De rechter liet een uitspraak over de rechtmatigheid van een vrouwelijke rolbezetting over aan de rechter in een bodemprocedure, maar bepaalde wel dat voor iedere uitvoering een verklaring van Becketts executeur-testamentair Jérôme Lindon, directeur van Minuit, voorgelezen moest worden. Daarin werd gesteld dat Beckett zelf van mening was dat een vrouwelijke rolbezetting de aard van het stuk veranderde en er sprake was van een inbreuk op het "droit moral'.

Dezelfde kwestie speelde in Nederland in 1988 toen Beckett nog leefde. Het Haarlemse theater De Toneelschuur bracht toen een Wachten op Godot-enscenering uit van regisseur Matin van Veldhuizen, waarin vier vrouwen de rollen speelden. Beckett eiste toen een uitvoeringsverbod, maar werd door de president van de Haarlemse rechtbank in het ongelijk gesteld, onder verwijzing naar onduidelijkheden in het contract. Aanvankelijk wilden de schrijver en de SACD volstaan met voortaan strengere bepalingen in contracten op te nemen, maar later verbood Beckett verder iedere uitvoering van zijn werk in Nederland. Dat verbod trok hij een maand voor zijn dood weer in.

Wachten op Godot was al voor de Haarlemse affaire met een vrouwelijke rolbezetting in Frankrijk geënsceneerd. De SACD heeft toen namens de schrijver voorkomen dat de voorstelling in Parijs te zien was. In Straatsburg is het stuk met een dubbele rolbezetting te zien geweest maar, op aandringen van Beckett, onder een andere titel. In de toenmalige Bondsrepubliek heeft een groep, na protesten van de SACD, afgezien van het voornemen het stuk door vrouwen te laten spelen.

De Compagnie Brut de Béton is veroordeeld tot de door de vertegenwoordigers van Beckett geëiste symbolische schadeloossteling van één Franse frank, tot de kosten van publicatie van de uitspraak in drie kranten of tijdschriften naar keuze van de eiser en tot vergoeding van de proceskosten.