Subsidiariteit

Waar NRC Handelsblad schrijft dat het begrip subsidiariteit in het Verdrag van Maastricht teruggaat op een verzoek, "al' in 1989, van een Nederlandse minister-president (2 november), of dat het door die bewindsman zelfs is "uitgevonden' (4 november), vrees ik dat de Nederlandse invloed in Europa lichtelijk wordt overschat.

De idee van subsidiariteit is van het begin af aan met de idee van een Europese Unie verbonden geweest. The Times schreef op 18 september 1982, dus nog voordat de huidige jubilaris zijn ambt aanvaardde: The "principle of subsidiarity - a meaningless and even misleading phrase in English - is being discussed in the European Parliament in connection with eventual revision of the Treaty of Rome. It is defined to mean that the European Community's activities should be limited to those which are better performed in common than by member states individually. (Zie de OED, Supplement, lemma subsidiarity.) Er is nu dus niets nieuws; noch de term, noch de eraan toegeschreven betekenis, noch de kritiek erop.

Destijds betrof dit een ontwerp-verdrag voor een Europese Unie, van de Europarlementariër Altiero Spinelli. Een rudiment daarvan is als "Europese Akte' in 1987 in werking getreden. Daarna werd opnieuw de idee van een Europese Unie gelanceerd. De subsidiariteit daarbij werd weer actueel door een redevoering, te Brugge, van de Britse eerste minister. Dat was in 1988. Het Verdrag van Maastricht is op dit punt dus spinello-thatcheriaans.

Wie dit verdrag leest, zal zeker opmerken hoe overbodig in artikel 3(b) de woorden "overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel' zijn. Schrapt men ze, dan staat er nog precies hetzelfde. Dit is omdat een wettekst geen beginselen behoort te bevatten. Een wettekst geeft alleen regeltjes.