Sociale partners gebaat bij bipartite akkoord

Waarom moet er zonodig een driepartijen-akkoord komen over loonmatiging en werkgelegenheid? Het kabinet heeft dit weekeinde duidelijk gemaakt waar het onder de te verwachten economische omstandigheden staat en zal daarover donderdag in het parlement verantwoording afleggen. Voor werkgevers en werknemers zal het effectiever zijn zich straks met een gezamenlijk akkoord, zonder overheid, te presenteren.

Daar zijn verschillende argumenten voor aan te voeren. De belangen van overheid, werkgevers en werknemers lopen uiteen. De overheid heeft ook algemene belangen te behartigen, die in bepaalde opzichten tegenstrijdig kunnen zijn met het doel van zo'n centraal akkoord. Werkgevers en werknemers kunnen niet doen alsof zij aan dat soort belangen helemaal geen boodschap hebben, maar zij zullen toch bij het maken van centrale afspraken eigen belangen steeds voorrang willen blijven geven.

Omdat het moeilijk is al die belangen op één lijn te krijgen wordt een driepartijenakkoord al gauw bedreigd door omzichtige formuleringen en dus door vaagheid en uitvoerigheid, waardoor verschillen van inzicht over de interpretatie niet denkbeeldig zijn. Dat soort akkoorden blijkt in de praktijk niet te werken. Het falen van de tripartite akkoorden die in de tweede helft van de jaren tachtig zijn gesloten als vervolg op het Wassenaarse akkoord van werkgevers en werknemers van november 1982 illustreert dat.

Werkgevers en werknemers hebben de taak binnen de marktsector de eigen verantwoordelijkheid voor het optimale functioneren van de economie zo goed mogelijk gestalte te geven. Ze moeten niet ook nog op de stoel van het parlement willen gaan zitten. Sociale partners kunnen wel ondersteuning vragen aan de overheid, maar dat doet niets af aan hun eigen verantwoordelijkheid. In het concept SER-advies over de rol van overheid en sociale partners in de voortgaande Europese eenwording leggen werkgevers en werknemers niet voor niets sterk de nadruk op het belang van een goede concurrentiepositie en de eigen rol daarbij.

Zo zetten ze een dikke streep onder de waarde van een gematigde loonontwikkeling, zij het met een schuin oog naar de overheid die loonmatiging zou moeten ondersteunen met lastenverlichting. Maar lastenverlichting zit er voor 1993 nauwelijks in en, als we de prognoses van het CPB volgen, hoeft die in 1994 helemaal niet te worden verwacht. Niet de ideale basis voor een akkoord, tripartite of bipartite. Het is duidelijk dat werkgevers en werknemers bereid moeten zijn, zoals in 1982, een voorschot te nemen. Beginnen met loonmatiging in de hoop dat de nog onvervulde wensen later alsnog worden gerealiseerd. De vraag is dan waarmee de sociale partners sterker staan: met een tripartite akkoord vol vage beloften van het kabinet of met een stevig, duidelijk bipartite akkoord waarmee zij diezelfde overheid, tijdens de uitvoering, voortdurend kunnen confronteren. Vermoedelijk het laatste gezien de ervaringen in de laatste decennia.

Dat de 0-procentseis van het kabinet dit weekeinde van tafel is gehaald maakt het werkgevers en werknemers gemakkelijker tot een gezamenlijk akkoord te komen. Wie het heeft over een nullijn voor alle lonen heeft het immers over een papieren werkelijkheid die geen enkele aansluiting heeft met de praktijk en elke differentiatie uit de economie weghaalt. In afzonderlijke afspraken van de sociale partners over loonmatiging zou juist de ruimte voor differentiatie in de verschillende bedrijfstakken enigszins gehandhaafd kunnen blijven.

Deze situatie vergroot de kans op afspraken die sociale partners bestuurlijk aankunnen, waarvan ze hun CAO-onderhandelaars kunnen overtuigen. Eén van de bestuurlijke problemen vormen de reeds afgesloten tweejarige CAO's, die voor 1993 een forse loonstijging bevatten. De liefde voor de contractvrijheid is bij de sociale partners zeer groot. Maar ze staan wel voor een dilemma. Laten ze deze CAO's ongemoeid en verwachten ze na afloop, in 1994, een correctie te kunnen toepassen dan komen de sociale partners zichzelf weer tegen. In een jaar waarin er geen ruimte is voor lastenverlichting komt elke correctie dubbel zo hard aan.

In de Binnenhofse paniek over de negatieve prognoses van het planbureau wordt nu in snel tempo vergaderd. Woensdag wordt het driepartijenoverleg voortgezet. Inmiddels proberen werkgevers en werknemers in de Stichting van de Arbeid hun versie van een akkoord op papier te zetten. Nog steeds een driepartijenakkoord, maar het vergt in de huidige situatie van de sociale partners maar één stapje om er een stevig tweepartijenakkoord van te maken.