Oorzaak en gevolg

Liefhebbers van politieseries op tv als Derrick, Der Alte en Inspector Morse krijgen regelmatig de gelegenheid zich te verdiepen in het wonderlijke verband tussen oorzaak en gevolg. Wordt ergens een lijk gevonden met een pistool ernaast, dan kunt u er staat op maken dat het slachtoffer aan een hartverlamming is overleden omdat zijn stiefzoon de deur te hard dichtsloeg. Wordt uit het water het ontzielde lichaam van een jonge vrouw opgevist, dan is zij waarschijnlijk overleden aan een overdosis heroïne, die zij zichzelf heeft toegediend, omdat zij bij vergissing de spuit heeft gebruikt waarmee haar vriend zijn buurman had willen vermoorden. Het zijn vragen van causaliteit, toeval en samenloop van omstandigheden, die het aanschouwen van gruwelijke moordverhalen tot een gezellig tijdverdrijf maken.

Als Derrick zijn rol heeft gespeeld en de vermoedelijke schurk is gevangen, moeten de causaliteitsvragen door de rechter worden opgelost. Dat is dan de strafrechter, maar soortgelijke vragen kunnen zich voordoen bij de civiele rechter, bij een vordering tot schadevergoeding bij voorbeeld.

Neem nou het geval dat een lomperik u in het water duwt en u een longontsteking oploopt omdat een ander, die het ziet gebeuren, u er niet uithaalt. Of het geval dat u van de weg wordt gereden door een automobilist en vervolgens een been breekt omdat een tweede, die ook niet uitkijkt, over u heenrijdt. In dit soort gevallen van "dubbele veroorzaking' zult u waarschijnlijk uw schade op elk van de daders - naar keuze dus - kunnen verhalen. Wie betaalt, moet een evenredig deel van de ander terug zien te krijgen.

Moeilijker wordt het wanneer drie gangsters middenop straat op elkaar beginnen te schieten en u - op weg naar de groenteboer - door één van de kogels wordt geraakt. Wie heeft de kogel afgevuurd? Als u daar niet achter komt, kunt u ze dan alle drie aanspreken? Lees ik de wet goed, dan kan dat. Het staat vast dat de schade door één van de schutters is veroorzaakt en dat is voldoende. Alleen de schutter die bewijst dat het niet zijn kogel was die u heeft getroffen, ontspringt de dans.

Tot zover de vrolijke verhalen. Het wordt ernstig wanneer er echt iets gebeurt.

Vele duizenden zwangere vrouwen gebruikten het geneesmiddel DES om een miskraam te voorkomen. Een miskraam volgde niet, maar van de dochters die werden geboren blijkt nu een aantal te lijden aan kanker in de vagina. Het geneesmiddel werd in Nederland in de handel gebracht door honderden verschillende bedrijven, maar de dochters wisten niet waar de pillen, die hun moeders gebruikten, vandaan kwamen. Wie moesten ze aanspreken?

Zes hadden de moed een procedure te starten. Zij dagvaardden tien bedrijven. Na een moeizame weg langs de rechtbank en het gerechtshof bereikte de zaak de Hoge Raad, die nu uitspraak heeft gedaan. In beginsel, zo zei de Hoge Raad, kunnen de dochters elk van de tien bedrijven voor de volle honderd procent aanspreken. De kranten hebben erover bericht en de Hoge Raad is zelfs op de televisie geweest. Dat gebeurt niet vaak. Het lijkt een overwinning voor de DES-dochters en dat is het ook wanneer men bedenkt welke juridische hobbels ze hebben moeten nemen.

Een eerste vraag is bij voorbeeld: waarom juist deze tien? Vast staat dat het middel tussen 1953 en 1967 ook door vele andere bedrijven in het verkeer is gebracht en de dochters kunnen niet aangeven welke bedrijven dat allemaal zijn geweest. Heel goed denkbaar is dat géén van de aangesproken bedrijven juist aan de moeders van deze vrouwen heeft geleverd. Is het dan redelijk om ze toch aansprakelijk te houden? En dan nog: aangenomen dat de pillen die de DES-moeders hebben gekocht van één van deze tien bedrijven afkomstig zijn, is het dan niet vreemd dat men ook de andere negen aansprakelijk houdt? De laatste vraag lossen we op aan de hand van het voorbeeld van de schutters. Nemen we even aan dat de pillen van één van de tien bedrijven afkomstig zijn, dan staat voor iedere DES-dochter vast dat haar ongeluk door één van de tien is veroorzaakt. "Alternatieve veroorzaking' noemen we dat. En dat is voldoende. Een bedrijf dat alsnog vrijuit wil gaan, moet bewijzen dat de schade niet door zijn pillen is ontstaan.

Het eerste probleem is veel moeilijker. Maar de Hoge Raad veegt het opzij met een beroep op de wettekst en de redelijkheid. De dochters hoeven niet aan te geven welke bedrijven verder nog tot de potentiële veroorzakers behoren. Het bedrijf dat betaalt moet dat maar uitzoeken en bij die anderen zijn verhaal zoeken.

Een overwinning dus, maar voorlopig kan zij niet in klinkende munt worden omgezet. Want na zes jaar procederen is alleen nog het causaliteitsprobleem opgelost. We weten nu hoe het zit wanneer er veel slachtoffers zijn en veel - deels onbekende - schadeveroorzakers. Nu komt er nog een reeks vragen. Bij voorbeeld of aan de bedrijven, gelet op de hun destijds bekende feiten, een verwijt kan worden gemaakt. Ook staat nog niet in alle gevallen vast dat de vaginakanker door het geneesmiddel is ontstaan. Deze en vele andere kwesties moeten nu door het gerechtshof worden onderzocht. De DES-dochters hebben nog een lange weg te gaan. Misschien kunnen de kleindochters er ten slotte van profiteren. Maar die komen juist niet! Deswege of niet deswege, dat is de vraag.