Oeso-adviseur prof. David Sperling: Elektrocar enige milieu-alternatief

ROTTERDAM, 10 NOV. “Maatregelen die automobilisten moeten aanzetten tot minder rijden helpen veel te weinig. Als we de luchtverontreiniging en de CO2-produktie echt willen verminderen is er eigenlijk maar één alternatief: de elektrische auto.”

Prof. David Sperling, directeur van het Institute of Transportation Studies aan de Universiteit van Californië en een van de top-adviseurs van de OESO, erkent dat de voordelen van de elektrische auto op het moment nog niet indrukwekkend zijn. Toch is het nu al inzetten van deze techniek volgens hem heel belangrijk. De luchtkwaliteit in de stedelijke gebieden zou er flink van opknappen en als er ook schone technieken voor het opwekken van elektriciteit beschikbaar komen is ook een flinke reductie van de CO2-uitstoot mogelijk. CO2 (kooldioxide) komt vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen en geldt als de belangrijkste veroorzaker van het broeikas-effect.

Het verkeer produceert maar een deel van de CO2-uitstoot (in Nederland zo'n 15 procent), maar auto's produceren behalve CO2 ook een heel scala van schadelijke uitlaatgassen die smog en zure regen kunnen veroorzaken.

Er zijn heel wat strategieën te bedenken om de luchtverontreiniging door de auto terug te dringen, maar voor Sperling staat vast dat het autorijden zelf niet zal verminderen: “We hebben onderzocht wat het effect op de luchtverontreiniging in de agglomeratie van San Francisco zou zijn van allerlei maatregelen die de automobilist tot minder rijden zouden moeten aanzetten. Een flinke verhoging van de toltarieven, langere wachttijden bij de stoplichten, smogbelasting, verhoogde parkeerbelasting, gratis openbaar vervoer en stimuleren van carpooling. Geen van die maatregelen heeft een effect dat de moeite waard is. De meest effectieve maatregelen uit deze reeks verminderen de uitstoot van uitlaatgassen met maar 2,6 procent.”

Sperling bracht onlangs een kort bezoek aan Nederland. Hij sprak op een druk bezocht congres van de jubilerende HTS-Autotechniek in Apeldoorn; vorige week werd hij geraadpleegd door ambtenaren en leden van de SER-commissie agrificatie. Zijn boodschap: de automobiel dreigt aan zijn eigen succes te bezwijken. “Henry Ford heeft ooit gezegd dat hij de auto zou gaan democratiseren. Dat is uitgekomen: in de VS zijn er nu al meer personenauto's dan rijbewijzen en andere OESO-landen gaan dezelfde kant op. Maar de laatste jaren worden de problemen steeds duidelijker zichtbaar: de mogelijkheid van klimaatverandering door de CO2-uitstoot, de smog in bepaalde gebieden en de groeiende afhankelijkheid van olie-exporterende landen.”

In verandering van het gedrags- en rijpatroon gelooft Sperling niet, het helpt te weinig. “Autorijden is geïntegreerd in ons leven.” Hij wijst op de cijfers. In vrijwel alle OESO-landen vormt het woon-werkverkeer maar zo'n 25 tot 30 procent van het totale autoverkeer. Recreatie, tochtjes en ander vrije-tijdsgebruik zijn nu verantwoordelijk voor het leeuwedeel van het autogebruik. Sperling: “Dat verander je niet meer. Je moet het dus zoeken in de technical fix, technische oplossingen die de mensen wel in staat stellen zich te verplaatsen, maar ervoor zorgen dat ze niet zoveel verontreiniging veroorzaken. Dat helpt meer en is bovendien politiek haalbaar.”

Zuinigere motoren zijn een mogelijkheid, maar de grenzen komen in zicht. Sperling: “De auto-industrie zegt dat het brandstofverbruik in de komende vijftien jaar zo'n 10 tot 15 procent omlaag kan. Waarschijnlijk is een grotere besparing ook nog wel mogelijk, maar de auto's zullen dan flink duurder en veel kleiner moeten worden. Maar hoe het ook zij, de trend is een tegenovergestelde: het brandstofgebruik stagneert of wordt zelfs ongunstiger.”

Alternatieve brandstoffen dan? LPG, aardgas, methanol, elektrische auto's? Sperling: “Dat zijn mogelijkheden, maar lang niet al die brandstoffen zijn een verbetering.” Sperling laat cijfers zien die zijn collega Mark DeLuchi heeft opgesteld. Het zijn resultaten van recent onderzoek naar CO2-emissie van allerlei brandstoffen en ze tellen de emissie tijdens de gehele produktiecyclus van de brandstof mee. Instanties als het International Energy Agency en het Amerikaanse en het Canadese ministerie van energie werken met de cijfers van DeLuchi. Auto's op aardgas bieden nauwelijks een CO2-voordeel blijkt uit DeLuchi's berekeningen, en dat zelfde geldt voor uit aardgas bereid methanol (gedenatureerde alcohol). LPG is al veel gunstiger.

Elektrische auto's bieden lang niet altijd een CO2-voordeel, rekende DeLuchi uit. Als de auto rijdt op elektriciteit die in een kolengestookte centrale is gefabriceerd wordt er uiteindelijk 25 tot 50 procent méér CO2 geproduceerd dan waneer er een gewone benzinemotor in de auto zat. Als de centrale op aardgas loopt - de Nederlandse situatie - is er wel een CO2-voordeel (25 tot 10 procent).

Een flinke reductie in broeikasgas is alleen mogelijk door overschakelen op niet-fossiele brandstoffen: op "atoomstroom' (70 tot 10% voordeel), op alcohol die uit plantaardige gewassen is gestookt (75 tot 40 procent beter), of door het inzetten van elektrische auto's die hun stroom betrekken uit een brandstofcel (een soort accu waarin een brandstof op een zeer efficiënte en schone manier in elektriciteit wordt omgezet). Als de brandstofcel op waterstof werkt die met zonne-energie is opgewekt, kan de CO2-produktie per voertuig zelfs met 85 tot 90 procent worden teruggedrongen.

Sperling: “Produktie van alcohol uit gewassen is veelbelovend, maar je hebt er zeer veel land voor nodig. Wat de elektrische auto betreft: de brandstofcel is nog niet gereed en kernenergie ligt moeilijk. Maar de inzet van elektrische auto's heeft in de meeste omstandigheden nu al een bescheiden CO2-voordeel en brengt een flinke verbetering van de luchtkwaliteit ter plaatse. Bovendien: als je nu met elektrische auto's begint, kunnen de mensen er aan wennen en kan er ervarig worden opgedaan met die techniek.”

Zolang de brandstofcel nog niet rijp is (“Daar moet veel meer onderzoek naar gedaan worden, de brandstofcel is het beste dat we hebben”) pleit Sperling voor het inzetten van de gebruikelijke lood-accu's. “Er wordt wel veel werk gemaakt van de ontwikkeling van super-accu's, zoals de natrium-zwavel accu, maar die super-accu's zullen ook superduur zijn. Je kunt je geld voorlopig beter steken in verbetering van de bestaande accu-techniek.”

Dat zal ook wel moeten, want de tijd dringt. In Californië moet in 1998 2% van de verkochte auto's behoren tot de categorie Zero Emission Vehicles (ZEV's) en alleen elektrische auto's kunnen aan die norm voldoen. In 2010 moet zelfs 10% tot die categorie behoren. Voldoet een fabrikant niet aan die verplichtingen, dan wordt hij uit de staat geweerd. Sperling: “Californië kan dat gemakkelijk doen, want het heeft zelf geen auto-industrie. Maar inmiddels heeft al een tiental andere staten de Californische wetgeving overgenomen.” Het zijn vooral de staten in het noordoosten: New York, New Yersey, Massachusetts, Connecticut, Pennsylvania, New Hampshire. Staten met een relatief progressieve bevolking en veel luchtverontreiniging die van auto's afkomstig is. Sperling: “De autofabrikanten zijn voor het blok gezet, want uit zichzelf doen ze het niet. Ze zullen de elektrische auto's dus voor een lage prijs moeten afzetten en een zeker verlies accepteren. Maar als de ontwikkeling en de fabricage werkelijk op gang komen, zullen ze ook hier geld kunnen verdienen.”

Tabel:

CO2-uitstoot van alternatieve autobrandstoffen, in vergelijking met een gewone benzinemotor

elektrische.auto.met.brandstofcel. (op.waterstof.uit.zonne-energie).............90.tot.85.%.minder

verbrandingsmotor.op.alcohol.uit.gewassen:...75.tot.40%.minder

verbrandingsmotor.op.LPG.....................30.tot.10%.minder

elektrische.auto,.geladen.met.stroom.uit. gasgestookte.centrale........................25.tot.10%.minder

verbrandingsmotor.op.aardgas.................20.tot.0%.minder

verbrandingsmotor.op.methanol,...............10.%.minder

uit.aardgas.gewonnen.........................tot.8%.meer

elektrische.auto,.geladen.met.stroom. uit.kolengestookte.centrale..................25.tot.50%.meer

BRON: DELUCHI, 1991