McKinsey trapt de deur verder open

Met kracht hebben de adviseurs van McKinsey de deur van de beurs verder open getrapt. Hun rapport zet op een rijtje wat iedereen allang weet, maar de nauwelijks op te lossen oorzaken van de teloorgang van de beurswinkel komen niet uit de verf. Waar gaat het om?

Overheden, instellingen en bedrijfsleven proberen op de markt geld aan te trekken van instituten, bedrijven en particulieren die hun middelen willen uitlenen of investeren tegen dividend, rente en koerswinst. Een deel van die geldstroom, de aandelen en obligaties, loopt via effectenbeurzen. Nodig is dat niet, want grote partijen schuiven ook miljoenen pakketten onderling heen en weer, zonder dat iemand er iets van merkt.

Een beurs bestaat bij de gratie van verkopers en kopers die efficiënte faciliteiten willen, anders gaan ze naar een ander. Belangrijk zijn: kundige bemiddelaars en kapitaalkrachtige handelaren. Daarbij komen nog de hoeklieden, die het midden houden tussen bemiddelaar voor bemiddelaars en handelaar.

Het gemak van de klanten is het doel van een markt/beurs en de organisatie daar omheen is een middel om dat te bereiken. Toch is de beurs in handen van banken, commissionairs, handelaren en hoeklieden, het middel dus, en hebben klanten niets te zeggen. Logisch dat ze uitwijken als de winkel in Amsterdam te veel oog heeft voor de eigen zaken.

Ze kunnen niet naar een andere instelling in Nederland, omdat de Effectenbeurs het monopolie heeft, hoewel de Optiebeurs ook indirect in aandelen handelt. Dus blijft het buitenland over. Londen vooral, waar het middel beter schijnt te werken. Dat gebeurt er als de grenzen in de (financiële) wereld wegvallen.

Er is nog een oorzaak van de huidige onvrede. Nederland heeft na de oorlog via pensioenregelingen en verzekeringen tussen de 500 en 1.000 miljard gulden gespaard voor later. Die berg geld is in handen van een klein aantal instituten dat de gang van zaken op de beurs bepaalt, maar elkaar ook dwars zit omdat er weinig tegenpartijen in Amsterdam zijn. Je moet wel over de grens om zaken te doen. Die ontwikkeling draai je niet terug.

Daarbij komt nog een tweede en derde stroom van particuliere gelden naar grootbeleggers: de vlucht in beleggingsfondsen en meer recent de combinatie van verzekeringen en fondsen. Vooral die tweede vorm van verplichte besparingen, vergeleken met de vrijwillige deelname in een fonds, bezorgt verzekeraars/banken een voor tientallen jaren te plannen bron van inkomsten. En zo ben je gelijk op een soepele manier van die bewerkelijke particuliere zelfbeleggers af.

Een gevolg van die institutionalisering kan zijn dat de banken geen belangstelling meer hebben voor hun Amsterdamse beurs: grote beleggers bedien je via het Londen-systeem en kleine loods je met fraai ogende constructies naar allerlei fondsen.

De overheersende grote banken drukken andere partijen weg. Ook dat vormt een onderdeel van het marktmechanisme. Als McKinsey stelt dat bemiddelaars hun kracht moeten vergroten, is niet duidelijk wie ze bedoelen. De banken, commissionairs in handen van banken/instituten of onafhankelijke? Er zijn toch geen krachtige intermediairs meer over, naast de banken?

Moet je de Effectenbeurs zien als een winkel met een bepaald assortiment produkten, zoals veel grootbeleggers dat doen? Of is het een hoeksteen van de financiële samenleving? Kies je voor een zakelijke benadering, dan moet je gewoon aansluiting zoeken bij Londen, net als Fokker overgaat in Duitse handen. That's all in the game. Wij nemen ook buitenlandse bedrijven over zonder te letten op chauvinistische protesten.

Maar hoe zal het gaan met de notering en handel in lokale fondsen en obligaties als baron van Ittersum straks hoofd van een Britse dochter is? Wie draait er op voor de kosten van die kleine beurs als de trekpleisters en deskundigheid vertrekken? Wat is een land zonder beurs als het zijn vermogens moet baseren op officiële beurskoersen? Op die vraag is maar één antwoord: nergens.

Moet je het lot van de Effectenbeurs dan in handen laten van die onverschillige banken, commissionairs en hoeklieden, die al jaren verantwoordelijk zijn voor de geschetste (bekende) situatie en daar weinig aan konden of wilden doen? Misschien moet de minister van financiën eens wat voorwaarden verbinden aan dat monopolie. Waarom eigenlijk moeten pensioenfondsen in Londen kopen en verkopen? “Om de lagere kosten en de betere service”, luidt hun antwoord. Als je daar de eigen beurs mee om zeep helpt, hoe hoog zullen de kosten dan straks oplopen? En wat vinden fondsdeelnemers van die korte termijn strategie van hun beheerders?