Londen verwikkeld in "Irakgate'

LONDEN, 10 NOV. Groot-Brittannië heeft sinds gisteren zijn eigen variant op Amerika's "Irangate'-schandaal en er is maar één letter verschil: Irakgate. Dankzij één weerspannige voormalige staatssecretaris, Alan Clark, is in een rechtszaak aan het licht gekomen hoe de laatste regering-Thatcher in het geheim wapenleveranties aan Irak toestond en zelfs actief bevorderde tijdens de oorlog van Irak tegen Iran. De reden daarvoor is dat zij heimelijk hoopte dat Irak zou afrekenen met Iran.

Gebleken is ook dat de laatste wapenleveranties uit Engeland gedaan zijn kort voor Iraks invasie in Koeweit en de daaropvolgende Golf-oorlog. Het Foreign Office, zo blijkt uit de nieuwste onthullingen, had al sinds begin 1989 “doorslaggevend bewijs” dat Saddam Hussein Britse machineonderdelen gebruikte voor wapenfabricage. Desondanks besloten bewindslieden op de ministeries van buitenlandse zaken, van defensie en van handel en industrie de richtlijnen ter beperking van militaire export naar het gebied heimelijk te verruimen en verdere export toe te staan. Een uitvloeisel daarvan was dat de regering-Major Britse militairen in Koeweit en Irak de strijd instuurde tegen een vijand die ze zelf kort daarvoor nog had helpen bewapenen. Het Britse parlement werd ondertussen voorgelogen over de ware stand van zaken. Nog in januari vorig jaar zei John Major in het Lagerhuis dat het “een aanzienlijke tijd geleden” was dat Britse leveranties aan Irak waren gedaan.

“Niet alleen incompetent, maar nu ook nog corrupt”, schrijft The Independent vandaag over de regering-Major naar aanleiding van de onthullingen. De oppositie eist opheldering over de mate waarin Thatcher en Major betrokken zijn geweest bij de samenzwering en wil ook weten waarom de betrokken ministers geprobeerd hebben met een beroep op de staatsveiligheid publikatie van relevante documenten geheim te houden.

Pag 4: Autoriteiten werkten ieder voor zichzelf

De voor een toch al belegerde regering uiterst pijnlijke onthullingen zijn het gevolg van de ijver, waarmee de Britse douane-autoriteiten achter een tip van hun Duitse collega's aangingen. Zonder dat de douane wist dat het bedrijf voor machine-onderdelen, Matrix Churchill in Coventry, in Whitehall door staatssecretaris Alan Clark aangemoedigd werd om uitvoervergunningen te ontduiken door bij de aanvraag van een exportlicentie alleen het vreedzaam gebruik van het materiaal te onderstrepen, arresteerde zij twee jaar geleden drie topdirecteuren van de machinefabriek. De betrokken directeuren verloren hun baan, hun reputatie en - enkele weken geleden - uiteindelijk ook de fabriek: 1.000 werknemers staan op straat. De actie van de douane leidde deze maand uiteindelijk tot een proces, waarbij aan het licht kwam dat: drie staatssecretarissen uit het laatste kabinet-Thatcher, Alan Clarke op handel en industrie, Lord Trefgarne op defensie en William Waldegrave op het Foreign Office, heimelijk de richtlijnen hebben verruimd en een strategie hebben afgesproken om dat te verbergen voor de buitenwereld; vier huidige ministers en een staatssecretaris, Kenneth Clarke op binnenlandse zaken, Michael Heseltine op handel en industrie, Malcolm Rifkind op defensie en staatssecretaris Tristan Garel-Jones in het Foreign Office, geprobeerd hebben 500 pagina's notulen van besprekingen en andere documenten voor de rechter geheim te houden met een beroep op de staatsveiligheid; de veiligheidsdiensten de directie van Matrix Churchill hebben gebruikt om inlichtingen in te winnen over de wapenopbouw binnen Irak.

Tijdens het proces, dat de belastingbetaler naar schatting 3 miljoen pond heeft gekost, was het de ex-staatssecretaris van handel en industrie (onder Thatcher) en later van defensie (onder Major), Alan Clark, die besloot de directieleden te hulp te schieten, door te vertellen dat hij ze zelf had aangemoedigd de richtlijnen te ontduiken. Clark, inmiddels ex-politicus, staat bekend als een typisch produkt van het Eton-Oxford-rijke Britse aristocratie-genre: eigenzinnig, arrogant en vernietigend over iedereen wier intellect hij minderwaardig acht aan het zijne. Clark beleed voor de rechtbank dat hij de richtlijnen, die leverantie van machine-onderdelen aan Irak verhinderden, “vermoeiend en belemmerend” voor de Britse export achtte, zolang ze geen betrekking hadden op materiaal voor massale destructie: kernwapens of chemische wapens. Hij wist dat het materiaal van Matrix Churchill binnen de afgesproken richtlijnen viel: “Over de rand in hun gebruik, maar op de rand zolang ze op de kade stonden met een exportvergunning erop”.

Het optreden van Clark maakte dat de vervolgende instantie van de rechtszaak afzag en dat de verdachten werden ontslagen van rechtsvervolging. Zij prezen Clark dat die “de waarheid” had gezegd, insinueerden dat er nog veel meer voor de regering belastend bewijs niet boven tafel heeft kunnen komen en kondigden aan dat zij een civiele procedure tegen betrokken ministers overwegen in een poging geleden schade met compensatie beloond te zien.

    • Hieke Jippes