Gemeenten krijgen na reorganisatie meer te zeggen over politiewerk

DEN HAAG, 10 NOV. Gemeenteraden krijgen in de nieuwe Politiewet een grotere invloed op de invulling van politietaken dan aanvankelijk het plan was.

Dat schrijven de ministers van justitie, binnenlandse zaken en defensie in de memorie van antwoord over deze wet. Bij een geschil met het regionale college kunnen de gemeenteraden via de burgemeester in beroep gaan bij de commissaris van de koningin. Daarnaast zullen de raden worden betrokken bij de voorbereiding van het beleidsplan van de politieregio.

De Tweede Kamer had via de motie van de leden Stoffelen (PvdA) en Van der Heijden (CDA) gevraagd om een versterking van de controlemogelijkheid van de gemeenteraad op de besluiten van het regionaal bestuur over politiebeleid in de regio.

De burgemeester kan nu beroep aantekenen bij de commissaris van de koningin, als beiden (raad en burgemeester) van mening zijn dat het regionaal bestuur de politietaak in hun gemeente schaadt. De beslissing van de commissaris moet de instemming krijgen van de procureur-generaal. Lukt dat niet, dan moeten de ministers de knoop doorhakken.

Om de korpsbeheerder en het regionaal college niet vleugellam te maken, heeft deze beroepsprocedure van de ministers geen schorsende werking gekregen. Dat betekent dat zowel een plan als de voorbereiding daarvan pas hoeft te worden afgeblazen als in de beroepsprocedure is beslist.

De beoogde datum van invoering van de nieuwe Politiewet, 1 april volgend jaar, zal volgens de ministers niet worden gehaald. Vasthouden aan die datum zou van “weinig realiteitszin getuigen”, schrijven zij. Het wetgevingstraject - de wet moet nog door de Tweede en Eerste Kamer - veroorzaakt volgens de bewindslieden het uitstel dat naar verwachting enkele maanden zal bedragen.

Volgens het wetsvoorstel worden de gemeente- en rijkspolitiekorpsen verdeeld over 25 regiokorpsen en een korps landelijke politiediensten. Het bestuur van de regio (rechtspersoon) is opgedragen aan een regionaal college, dat bestaat uit alle burgemeesters in de regio en de hoofdofficier van justitie (ANP).