"Er zijn reeksen verhalen'

PROF. F. KALSHOVEN is voorzitter van de commissie die in opdracht van de Veiligheidsraad in ex-Joegoslavië begane oorlogsmisdaden onderzoekt. Aan materiaal heeft de commissie geen gebrek. Maar of het ooit tot vervolging komt, is de vraag.

LEIDEN, 10 NOV. “De vergelijking met de periode vlak na de Tweede Wereldoorlog gaat niet op. Toen werd onder auspiciën van de VN een actief opsporingsbeleid in gang gezet teneinde de verdachten van oorlogsmisdaden op te sporen en te berechten. Òns mandaat gaat niet zover: niet mensen staan centraal in ons onderzoek, maar de verhalen over oorlogsmisdrijven. Die moeten wij op hun waarheidsgehalte toetsen.”

Dat zegt prof.mr. F. Kalshoven, emeritus hoogleraar volkenrecht aan de Rijksuniversiteit Leiden en voorzitter van de onlangs ingestelde speciale VN-commissie die onderzoek moet doen naar oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië. Dit weekeinde keerde hij terug uit New York waar hij een eerste overleg heeft gehad met drie andere commissieleden: Cherif Bassiouni, hoogleraar internationaal strafrecht aan de universiteit van Chicago, William Fenrick, directeur recht en operaties van het Canadese leger, en Takel Opsahl, directeur van het mensenrechteninstituut in Oslo.

Aan onderzoeksmateriaal is geen gebrek: er is een rapport van de mensenrechtenorganisatie Helsinki Watch over in Bosnië en Herzegovina begane misdrijven, er zijn verslagen van VN-rapporteur Tadeusz Mazowiecki, een rapport van Amnesty International en bevindingen van VN-waarnemers ter plekke.

Kalshoven: “Maar het materiaal is ondoorzichtig. Je leest series verhalen van alle mogelijke mensen. Die verhalen kunnen waar zijn of ook niet. Wel staat voor mij buiten kijf dat er oorlogsmisdaden zijn begaan en nog steeds worden begaan”.

Op dit moment wordt al het materiaal in Chicago in de computer gezet en uitgesplitst op naam, plaats, tijd en aard van de gebeurtenis. Volgende maand buigt de commissie, die wordt gehuisvest in het Palais des Nations in Genève, zich over de eerste computer-uitdraai. De commissie moet de documenten onderzoeken op hun waarheidsgehalte en op hun juridische merites waarna toetsing plaatsheeft aan de regels van het internationaal humanitair recht. Zo nodig breidt de commissie haar werkzaamheden uit met onderzoek ter plekke. Het is mogelijk dat bij vergelijkend onderzoek van het materiaal steeds één en dezelfde naam boven komt drijven.

“Wanneer onomstotelijk vaststaat dat die naam en daaraan gekoppelde daden juist is, wil ik niet uitsluiten dat wij die naam ook zullen noemen. Verder gaan wij niet. Nogmaals: wij zijn geen opsporingsinstantie en de Veiligheidsraad heeft ons ook niet gevraagd de vervolging van mensen voor te bereiden. Wij moeten op grond van documenten rapporteren. Het is trouwens denkbaar dat er een moment komt waarop niemand van geen namen meer wil weten en dat bestraffing uitblijft”.

Maar het zou, zegt hij, ook kunnen dat de CVSE of de Veiligheidsraad in de nabije toekomst zegt: "er zij een tribunaal'. In dat vooralsnog theoretische geval zou moeten worden gedacht aan de opzet van het Internationale Militaire Tribunaal van Neurenberg waar na de Tweede Wereldoorlog de hoofdverdachten van oorlogsmidaden terechtstonden wier strafbare feiten zich over het hele oorlogsgebied uitstrekten.

Het reglement van orde van de commissie zegt ook niets over het doen van aanbevelingen. Tijdens het overleg vorige week met VN-secretaris generaal Boutros Boutros Ghali is afgesproken dat aan hem rapport zal worden uitgebracht. Hij zal dat, voorzien van zijn aanbevelingen, overhandigen aan de Veiligheidsraad. Kalsoven: “Het zou mij natuurlijk niet verbazen wanneer een opzetje voor die aanbevelingen van ons afkomstig is. Maar dan praten we over 1995”.