De Vries wil werkweigering tuinbouw aanpakken

DEN HAAG, 10 NOV. Werklozen die werk in de tuinbouw weigeren, moeten door arbeidsbureaus en sociale diensten harder worden aangepakt. Dat zegt minister De Vries (sociale zaken) in een reactie op het rapport van de Commissie-De Boer die in juni de personeelsproblemen in de tuinbouw heeft geïnvesteerd.

De arbeidsmarkt in de tuinbouw moet zo snel mogelijk “genormaliseerd en gelegaliseerd” worden, vindt De Vries. “Het tewerkstellen van illegaal hier verblijvende vreemdelingen is volgens het kabinet een verwerpelijke weg voor het oplossen van personeelsproblemen”. Het stringent opsporen en vervolgen van werkgevers die zich hieraan schuldig maken wordt met kracht voortgezet, aldus De Vries.

Het kabinet wil het mogelijk maken om kortdurend seizoenswerk tijdens de piekperioden te vergemakkelijken. Daarom stelt het kabinet voor de "gelegenheidsarbeid' door scholieren en studenten vrij te stellen van de premieplicht en de loonbelasting. Het kabinet denkt hierbij aan een maximum van 1.500 gulden per jaar.

Ook wil het kabinet mogelijkheden scheppen om uitkeringsgerechtigden die werk in de tuinbouw aanvaarden een financiële prikkel te geven. Het kabinet heeft de Sociaal-Economische Raad advies gevraagd over de herziening van vrijlatingsbepalingen in de Bijstandswet. Gemeenten moeten in de toekomst hierover zelf kunnen beslissen tot een maximum van 3.100 gulden per jaar. Deze wetswijziging zal waarschijnlijk niet voor 1994 worden ingevoerd.

De Commissie-De Boer vindt dat de Regionale Besturen voor de Arbeidsvoorziening (RBA's) elk jaar een schatting moet maken van de behoefte aan arbeidskrachten en het arbeidsaanbod in de eigen en aangrenzende regio. Door de kleinschaligheid van tuinbouwbedrijven is er weinig aandacht voor personeelsplanning en -beleid en bestaat er onvoldoende inzicht in de personeelsbehoefte. In de seizoenspieken moet daarom vaak een beroep worden gedaan op illegale werknemers. Een gecoördineerd personeelbeleid zou de vraag naar "zwarte arbeid' verminderen. Uitbannen is volgens de commissie een zware opgaaf want “de grote seizoenspieken met een vraag van (tien) duizenden extra arbeidskrachten voor soms maar enkele weken schept vanuit een arbeidsvoorzieningsoogpunt een abnormale situatie”. Voor de verhoogde vraag naar arbeidskrachten in seizoenspieken moet actief worden geworven in andere EG-landen, meent de commissie.

Omdat het in de tuinbouw vaak om laag of ongeschoold werk gaat, is de sector sterk afhankelijk van langdurig werklozen. Bijzondere maatregelen en extra begeleiding zijn daarom nodig, aldus de commissie. De Vries vindt dat het werk in de tuinbouw aantrekkelijk gemaakt zou moeten worden door betere arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden en door de vorming van arbeidspools.