De Gruyter

Uit het artikel in "Huismerk rukt op in winkelschap' (NRC Handelsblad, 4 november), blijkt dat de geschiedenis zich herhaalt. In de jaren veertig, vijftig en zestig had de groei van De Gruyter plaats. Deze uit 's-Hertogenbosch opererende producent, distributeur en detaillist stond vooral bekend om zijn eigen huismerken: koffie, thee en chocolade. Het bedrijf overtroefde Simon de Wit en Albert Heijn in zijn marktaandelen: koffie, boter, chocolade en thee met percentages tussen de vijftien en drieëntwintig procent.

Het klantenpotentieel van De Gruyter lag (jaren vijftig) op 550.000, het dubbele van wat wekelijks bij Albert Heijn binnenliep. Van discountzaken als Edah en Aldi was nog geen sprake.

De Gruyter behaalde zijn omzet uit slechts twintig procent van wat er in levensmiddelen omging, terwijl Albert Heijn in zijn winkels tachtig procent van de levensmiddelen voor zijn rekening nam. Dat betekent dat De Gruyter tachtig procent winst uit slechts twintig procent assortiment behaalde, de zogenoemde twintig-tachtigregel. Daarmee verdiende dit bedrijf verhoudingsgewijs dus meer op de omzet dan Albert Heijn.

Maar het getij keerde halverwege de jaren zestig door allerlei omstandigheden. Het familiebedrijf De Gruyter, met zelfingenomen, weinig alerte en te voorzichtige kruideniers aan de top, groeide niet mee. Het bleef achter bij de ontwikkeling van nieuwe winkeltypen, of toonde zich daarin halfslachtig. De consument haakte af en neigde naar de moderner ogende en breder geassorteerde nieuwe supermarkten van Appie.

De Zaanse managers begonnen met hun eigentijdse policy de Bossche kruideniers te overtroeven. De nostalgische winkels van "Piet den Dief' uit Den Bosch raakten in de moderne stromingen van de jaren zestig achterop.

“Het idee om alles in eigen beheer te houden, voortbordurend op je positie als beste van 't land, was niet vol te houden”, stelt oud-directiesecretaris van De Gruyter drs. Jan Beks.

Toen De Gruyter na 1967 ook VIM, Buisman, Verkade en Douwe Egberts (A-merken) ging verkopen, toen ook de tien procent korting werd afgeschaft (1967), had de Nederlandse huisvrouw haar keuze al op "de concurrent' laten vallen. Achterliggende oorzaak voor die omschakeling was ook dat Albert Heijn in de jaren zestig de verticale prijsbinding losliet, waardoor de A-merken bij Albert Heijn goedkoper werden dan de huismerken van De Gruyter.

Ook met het nieuwe kortingssysteem (zegels kopen) was De Gruyter later dan Albert Heijn (1955).

Waren in de naoorlogse jaren de oprukkende A-merken de bedreiging voor de traditionele kruidenier De Gruyter, dertig jaar later halen die huismerken van de bestaande kruideniers de A-merken onderuit. Maar of die nostalgische winkels van "Piet de Gruyter & Zoon' met messing lijstwerk, blauwe houten voorraadbakken, koperen koffiesilo's en kleurrijke tegeltableaus ooit zullen terugkeren? Het was wèl het interieur waarin de huismerken, die het ambachtelijke van de kruidenier symboliseerden, zich thuisvoelden....